De Zusters van O.L.V.-ten-Bunderen (vanaf omstreeks het jaar 1269)
Moorslede 1269-1578
Frankrijk 1578-1587
Ieper 1587-1785
Moorslede 1785-2004
Zonnebeke 2004 -
varia

   Zoek op deze site met FreeFind

 

beluister ClassicFM NL tijdens het surfen, 126 K stereo ('Windows Media Player' vereist)

Compostela - de bedevaarten per boot

Vlaams landschap met schepen. 1535 (Brussel, Museum Schone Kunsten)
Vlaams kustlandschap met schepen. 1535 (Brussel, Museum Schone Kunsten)

vetrekhavens in het graafschap Vlaanderen

Tijdens de Middeleeuwen trok de overgrote meerderheid van de pelgrims, die op het Europese vasteland woonde, over land naar Compostela. Ook vanuit Vlaanderen gingen de meeste bedevaarders te voet naar het heiligdom van Jakobus. Naast de routes over land waren er ook maritieme verbindingen met havens aan de noord-westkust van Spanje, in het verre Galicië. Maar het reizen per boot over zee kwam enkel in aanmerking voor kapitaalkrachtige (en gehaaste!) bedevaarders, die de voorkeur gaven aan een bootreis boven een langdurige afmattende voettocht doorheen het Europese vasteland. Zij staken van wal in een van de havens in het toenmalig graafschap Vlaanderen.

  • Brugge

    kraan in de Hanzestad Brugge. Miniatuur, 1510
    stadskraan in de Hanze-stad Brugge. Miniatuur, 1510

    Brugge was in de Middeleeuwen het centrum van de internationale lakenhandel (met het Belfort en de Lakenhalle als trotse symbolen) en groeide vanaf de 12de eeuw uit tot een van de belangrijkste haven in Noordwest-Europa, en in de 14e en 15e eeuw tot een heuse wereldmarkt. Brugge maakte, samen met Gent in de Zuidelijke Nederlanden, deel uit van het zogenaamde Hanze-Verbond (1356). Dat Verbond was een commercieel samenwerkingsverband van handelaars uit tientallen Hanzesteden in landen, die grensden aan de Noord- en Oostzee: de Nederlanden, Engeland, Duitsland, Polen, Denemarken, Zweden, Noorwegen, Finland, Rusland en de Baltische staten. Van de 4 hoofdkantoren van de Hanzesteden was dat van Brugge, het zogeheten "Huis der Oosterlingen", economisch zelfst het belangrijkst.

    netwerk van middeleeuwse Hanze-steden aan de Noordzee en Oostzee
    netwerk van middeleeuwse Hanze-steden rond de Noordzee en Oostzee

    Tijdens de bloeiperiode van de Hanze (tot halfweg de 15de eeuw) waren er vanuit Brugge tal van handelsvaarten over zee, via de zeearm van het Zwin, naar havens palend aan Oostzee, naar Londen, naar het zuiden van Frankrijk en naar havensteden van... het Iberisch Schiereiland. Bijgevolg speelde de stad een niet te onderschatten rol in de middeleeuwse pelgrimages per boot. Nogal wat Vlaamse pelgrims vaarden mee met handelsschepen, Hanzekoggen genaamd, die in Brugge vertrokken of er een tussenstop maakten voor een verre maar meestal snelle tocht over zee naar een havenstad in Galicië, aan de Noord-Westkust van Spanje. De eindbestemming was meestal La Coruña, in de buurt van Santiago de Compostela.

    De middeleeuwse havens Brugge, Damme en Sluis aan het Zwin, dat op deze kaart van 1635 al is verzand tot bijna in Sluis. (W. en J. Blaeu, Flandriae Teutonicae Pars Orientalior)
    De middeleeuwse havens Brugge, Damme, Hoeke en Sluis aan het Zwin (dat op deze kaart al is verzand
    tot bijna in Sluis. (W. en J. Blaeu, Flandriae Teutonicae Pars Orientalior, 1635)

    De zeearm van het Zwin, die in 1134 was ontstaan na een stormvloed en een 6 km brede mondig aan de Noordzee had, verzandde vanaf de 12de eeuw langzamerhand. Als gevolg van die verzanding en ook van aanslibbing werden de reien van Brugge onbereikbaar voor zeeschepen. Van het vroegere kanaal tussen Brugge en Sluis bleef uiteindelijk niet veel meer over dan een smalle strandgeul in de polders. Er moesten zeewaarts voorhavens worden aangelegd, eerst in Damme (dat zijn grootste bloei beleefde in de 13de eeuw als handelscentrum), dan volgde Hoeke (een belangrijke overslagplaats voor de kooplieden uit de Duitse Hanzesteden Bremen, Hamburg, en Lübeck), en tenslotte, in Zeeuws-Vlaanderen, Mude (nu Sint Anna ter Muiden) en vooral Sluis.

  • Antwerpen

    Scheepskade in de haven van Antwerpen. Jan de Gheet, 1515, houtsnede (Leuven Universiteitsbibliotheek)
    Scheepskade in de haven van Antwerpen. Jan de Gheet, 1515
    houtsnede (Leuven Universiteitsbibliotheek)

    Door de toenemende verzanding van het Zwin verloor de stad Brugge fataal zijn oude glorie. Ook de voorhavens in Damme, Hoeke, St. Anna ter Muiden en Sluis kwijnden weg, ten bate van Antwerpen, de havenstad aan de Schelde. Het Brugse hoofdkantoor van de Hanze verhuisde in 1520 naar Antwerpen. Vanaf het begin van de 16de eeuw legde de bekende reder Dierick van Paesschen speciale passagierschepen in vanuit de Scheldestad naar Compostela en ook naar Jeruzalem.

  • Nieuwpoort

    zicht op de haven van Nieuwpoort
    zicht op de haven van Nieuwpoort. Toegeschreven aan Lanceloot Blondeel,
    1ste helft 16de eeuw (Nieuwpoort, Stedelijk Museum)

    Nieuwpoort was in de Middeleeuwen de belangrijkste vissershaven aan de Vlaamse kust. Reeds in geschriften uit 1150 sprak men van "Isera Portus" (= haven aan de Ijzer), later van "Novum Oppidum" (= nieuwe stad) en van "Novus Portus" (= nieuwe haven), waarvan de huidige benaming van Nieuwpoort en van zijn jachthaven is afgeleid). Ter bevordering van het economische leven langs de Noordzeekust kreeg deze nederzetting in 1163 - samen met een aantal andere Vlaamse havenplaatsen - een stadskeure van de graaf van Vlaanderen, Filip van de Elzas.

  • Duinkerke

    zicht op Duinkerke. Braun & Hogenberg. Civitates Orbis Terrarum II, 1575
    Zicht op Duinkerke. Braun & Hogenberg. Civitates Orbis Terrarum, II 1575

    Duinkerke (nu Dunkerque, sinds de 17de eeuw in Frans-Vlaanderen, m.n. de Franse Westhoek, een 10 tal km over de grens) behoorde, net zoals het vlakbijgelegen Mardijk, Nieuwpoort en Damme, tot de reeks van de havenssteden, die door de Graven van Vlaanderen in de 12de eeuw werden gesticht om het goederen en personenverkeer op zee aan te wakkeren. Duinkerke, strategisch gelegen aan de monding van de rivier de Vliet, was eeuwenlang een belangrijke uitvalshaven voor visserij van haring en later van kabeljauw. Van de 15de-eeuwse havenvesting is een van de 2 vuurtorens, de vermaarde "Leughenaer", bewaard gebleven. Vanaf diezelfde 15de eeuw ging Duinkerke een belangrijke rol spelen in het handelstransport op zee en in het vervoer per schip van pelgrims naar Santiago de Compostela.

  • Grevelinge

    de haven van Grevelinge, helemaal links op deze kaart van G. Mercator (1570)
    de haven van Grevelinge, helemaal links op de kaart "Flandria" van G. Mercator (1570)

    Grevelinge (nu Gravelines, een kustplaats in Frans-Vlaanderen, meer bepaald de Franse Westhoek) ligt aan de monding van de rivier de Aa, die lange tijd de grens vormde tussen Frankrijk en het graafschap Vlaanderen. Net zoals Duinkerke, Nieuwpoort, Damme, enz. dankt deze stad haar ontstaan aan Diederik van de Elzas, Graaf van Vlaanderen, die hier tussen 1159 en 1163 een haven stichtte om het commerciële maritiem transport aan te zwengelen. Grevelingen was vanaf de 12de eeuw - via een kanaal - een belangrijke in- uitvoerhaven aan de Noordzee voor de nabijgelegen stad St-Omaars. Niet enkel een vloot van haringvissers vond er zijn thuisbasis, maar ook schepen voor het transport over zee van goederen (zout, fruit, wijnen) en mensen (pelgrims naar Compostela!).

vertrekhavens op de Britse eilanden

verbindingen over zee voor pelgrims uit Engeland en Ierland
verbindingen over zee voor pelgrims uit havens in Engeland en Ierland naar Compostela.
1. Harlyn Bay; 2. Penzance; 3. St. Michaels Mount; 4. St. Austell; 5. Fowey;
6. Saltash; 7. Plymouth; 8. Darthmouth; 9. Paignton.

In tegenstelling tot de (meeste) Vlaamse pelgrims maakten de bewoners van de Britse eilanden in de Middeleeuwen gebruik van een schip om op bedevaart te gaan naar Santiago de Compostela. Dat moest wel als ze van op hun eiland op het Europese vasteland wilden geraken! De belangrijkste havens aan de zuidkust van Engeland waar boten met pelgrims aan boord vertrokken of een tussenstop maakt waren: Winchelsea, Southampton, Plymouth, Prawle Point, Bristol, Sandwich, Poole, Dover, Weymouth, Yarmouth, Dartmouth, Jersey, Exeter, Liverpool, Ipswich, Brighton, Portsmouth, het schiereiland Portland, Pembroke, Waterford of Limerick. Ook vanuit enkele Ierse havens staken Compostela-gangers van wal: Kinsale, Galway, Waterford, Dublin, Dingle en Wexford.

het reistraject

Laden van een schip in de haven. Vlaamse miniatuur. 15de eeuw (Oxford, Bodleian Library)
Laden van een schip. Vlaamse miniatuur. 15de eeuw (Oxford, Bodleian Library).

Bedevaarders uit Vlaanderen, Nederland, Engeland of andere landen aan de Noord- en Oostzee, die per boot naar Compostela pelgrimeerden, konden dat doen op twee manieren.

  1. Het héle traject aan boord van een schip. Deze rechtstreekse noord-zuid zeeroute werd in de Middeleeuwen niet zonder reden de "Camino Inglés" (= Engelse Weg) genoemd, omdat vooral Britten en Ieren er gebruik van maakten. Deze "Engelse Weg" over zee, vanuit een haven in Zuid-Engeland of Ierland naar Compostela, bood volgende varianten

      havens aan de kust van Galicië, in de omgeving van Santiago de Compostela
      havens aan de kust van Galicië, in de omgeving van Santiago de Compostela

    • rechtstreeks, zonder tussenhaltes, met de boot naar een haven aan de kust van Galicië (N.W.-Spanje), in de eerste plaats La Coruña, of ook nog Noya, Ferrol, Viveiro en Padron. De pelgrims legden dan het korte traject tot het nabijgelegen Compostela verder te voet af.

      de haven van het N.-Spaanse Santander, aan de kust van Cantabrië. Joris Hoefnagel, 1590
      de haven van Santander aan de kust van Cantabrië (N.-Spanje). Joris Hoefnagel, 1590

      Wanneer men geplaagd werd door storm, noodweer of een ongunstige windrichting was men soms gedwongen aan te meren in een haven aan de kust van Cantabrië (Santander) of Asturië, om vandaar over land, via Oviedo, de rest van de reis te maken langs de aloude bergachtige kustweg. In Oviedo kan men ook zuidwaarts trekken om aan te sluiten op de parallel lopende "Camino Francés". Zo spaarden de pelgrims toch nog veel tijd uit.

      La Coruna, de populairste eindbestemming van de bootpelgrims, vooral die van de Britse eilanden.
      La Coruña, de populairste eindbestemming van de bootpelgrims uit Noord-Europa.

    • met tussenstops in een of meer havens van Bretagne (o.m. Pointe St.-Mathieu) en/of zuidelijker aan de Atlantische kust (o.m. Bordeaux en Bayonne), om dan van hieruit de steven te wenden "dweers over de zee" naar een haven aan de kust van Galicië, meestal die van La Coruña. De meeste schepen, die het anker lichtten in een Vlaamse haven, maakten overigens ook vaak halt in een of meer havens in Zuid-Engeland en/of Zuid-Ierland, en eventueel ook in een of meer havens aan de Atlantische kust van Frankrijk.

  2. deels over zee, deels over land. Deze formule werd door nogal wat bedevaarders van de Britse eilanden gebruikt.

    haventje aan de Noordzee. Kalender-miniatuur. Simon Bening. ca 1530 (München, Bayerische Staatsbibliothek)
    Haventje aan de Noordzee. Kalender-miniatuur. Simon Bening. ca 1530
    (München, Bayerische Staatsbibliothek).

    • Velen gebruiken enkel een boot om gewoon het Kanaal over te steken. Ze gingen dan aan land in de haven van Nieuwpoort, Duinkerke (Dunkerque), Kales (Calais), Dieppe, Boulogne, Rouen of in de baai van de Mont St.-Michel. Vanuit Nieuwpoort ging het dan te voet verder via Ieper tot Menen of Rijsel, waar de "Via Brugensis" passeerde. Vanuit Duinkerke en Kales reisde men over land via St.-Omer en Béthune naar Arras, om er de "Via Brugensis" richting Parijs te volgen. Vanuit Boulogne werd een traject gevolgd langs Montreuil, Rue en Abbeville naar Amiens en vandaar naar Parijs. Zij die ontscheepten in Dieppe stappen gewoonlijk via Rouen, Elbeuf en Dreux naar Chartres, waar ze aansloten op de "Via Turonensis", richting Tours. Degenen die aan land gingen bij de Mont St.-Michel vervolgen hun weg via Angers, Poitiers naar Bordeaux, en zo verder zuidwaarts.

    • Nog andere reizigers, die geen directe zeeverbinding kozen met Gallicië, namen een schip naar een zuidelijker gelegen haven aan de Atlantische kust van Frankrijk, bijv. La Rochelle, Soulac, Bordeaux of Bayonne. Vandaar zetten ze de rest van de tocht zuidwaarts naar Santiago verder op een van de St.-Jakobswegen; die samen kwamen aan de voet van de Pyreneeën. Na de oversteek van de bergpas van Roncesvalles ging het dan naar de "Camino Francés", die naar Santiago de Compostela leidde.

reisperikelen op zee

Stormweer en schipbreuk, toegeschreven aan de demonen. Onbekende Vlaamse meester. 15de eeuw (Toledo, Hospital Tavera)
Stormweer en schipbreuk, toegeschreven aan de demonen. Onbekende Vlaamse meester.
15de eeuw (Toledo, Hospital Tavera)

In theorie was de zeeweg naar Compostela korter én behoorlijk sneller dan de route over land. De Vlamingen deden er - als tenminste alles meezat! - vanuit Brugge zo'n 7 dagen over om ter bestemming te geraken in de haven van La Coruña nabij Compostela. In de praktijk kon de duur van de reis variëren, en kon het wel eens verkeerd uitpakken. De pelgrimsboten die koers zetten naar een haven aan de kust van Noord-Westelijk Spanje of aan de Franse zuidkust hadden hadden vaak te kampen met plots opstekend stormweer en zelfs met schipbreuk, namelijk in de Golf van Biskaje, berucht om haar enorme Atlantische deining. Een woelige zee veroorzaakte zeeziekte die de reis omtoverde in een ware nachtmerrie (braken kon niet over de reling maar moest in de buik van het schip, temidden van de andere passagiers!).

Mirakuleuze redding van een drenkeling door St.-Jakobus. Franse miniatuur. 13de eeuw (Parijs, Bibliothèque Nationale)
Mirakuleuze redding van een drenkeling door St.-Jakobus. Franse miniatuur. 13de eeuw.
(Parijs, Bibliothèque Nationale)

Door windstilte of door ongunstige windrichtingen kon de zeereis soms meerdere weken vertraging oplopen of was de kapitein zelfs verplicht om rechtsomkeer te maken. En er was ook altijd het risico dat men geen plaats meer kan bemachtigen op een schip, omdat de vraag voor een zitje het aanbod overtrof. Het systeem van reserveren bestond toen nog niet!

En er waren nog tal van andere ongemakken en gevaren verbonden tijdens de pelgrimage over zee, die soms erger waren dan tijdens een tocht over land. Een boottocht vóór de 13de eeuw is niet te vergelijken met een verkwikkende en confortabele hedendaagse cruise, verre van.

Pelgrimsboot op een 14de eeuws zegel van de zuid-Engelse havenstad Winchelsea. (Hampshire, Winchester Corporation)
Pelgrimsboot. 14de eeuws zegel van de zuid-Engelse havenstad Winchelsea.
(Hampshire, Winchester Corporation)

  • Er was het probleem van de piraterij. Vóór de kust van Bretagne daagden soms zeerovers op, die een pelgrimsboot enterden en plunderden.
  • Wanneer aan boord een of andere ziekte uitbrak kon die zich binnen de enge scheepsruimte razendsnel verspreiden over alle opvarenden. Bovendien kon men niet - zoals aan land - een beroep doen op medische verzorging en de vereiste geneesmiddelen vastkrijgen.
  • Het leven aan boord was uiterst onconfortabel. De accomodatie was tot het minimum beperkt. De eigenaars - die zoveel mogelijk betalende reizigers aan boord willen stouwen - overschreden in de praktijk vaak het door de overheid opgelegde maximum aantal bedevaarders. Daarom waren de vaartuigen meestal afgeladen vol. De mensen zaten dan tot in het kleinste hoekje dicht bijeengepakt "als sardienen in een blik". Ze hadden nauwelijks bewegingsruimte of plaats om zich 's nachts neer te vleien en te slapen. Van enige privacy was er dan ook nauwelijks sprake.

    De H. Maria Magdalena begroet bootpelgrims. Miniatuur 1463 (Parijs, Bibliothèque Nationale)
    De H. Maria Magdalena begroet bootpelgrims. Miniatuur 1463.
    (Parijs, Bibliothèque Nationale)

  • De hygiëne aan boord was ook niet om over naar huis te schrijven. De passagiers verbleven dagenlang in een benauwd, heet en vochtig benedenruim, waar een indringende stank heerst van braaksel, uitwerpselen en... etensresten, waar ratten, muizen en allerlei insecten op af komen.
  • De voorraden eten en drinken waren schaars afgemeten en de kwaliteit ervan was vaak ondermaats. Bij heet weer leden de mensen in de buik van het schip verschrikkelijke dorst. Ervaren pelgrims raadden hun hongerige medepassagiers daarom aan om, wanneer ergens het anker werd geworpen, aan land hun eigen voedselreserves in te slaan.

    Bootpelgrims luisteren naar een preek op een kraak. Hans Burgkmair. Houtsnede, 1511
    Bootpelgrims luisteren naar een preek op het dek van een kraak.
    Hans Burgkmair. Houtsnede, Augsburg, 1511.

  • Zo'n reis aan boord van een pelgrimsboot was zeer vervelend, als je dagenlang nauwelijks kon bewegen. De pelgrims doodden de tijd met gebed, gezang, musiceren, het lezen van een boek en het luisteren naar de dagelijkse preek of naar verhalen en legenden in verband met het bedevaartsoord. Of ze hielden zich onledig met een of ander spel: kaarten, dobbelen, schaken.

de schepen

Monnik van de trappisten-abdij Ter Duinen in Koksijde, met boten op de achtergrond. Miniatuur, 1480 (Brussel, Koninklijke Bibliotheek).
Monnik van de abdij Ter Duinen in Koksijde, met boten op de achtergrond.
Miniatuur, 1480 (Brussel, Koninklijke Bibliotheek).

In de hoge Middeleeuwen waren er vrijwel géén boten die exclusief waren uitgerust voor het transport, heen en terug, van pelgrims en andere reizigers naar Compostela. Meestal ging het om vrachtschepen, die slechts een beperkte ruimte en accomodatie boden voor passagiers. Deze vrachtschepen bevaarden de drukke handelsroute tussen de Hanze-steden in Noordelijk Europa enerzijds en havens in de Golf van Biskaje aan de Atlantische kust, m.n. voor de traffiek van wijn. Vanaf de 12de eeuw reisde een groeiend aantal pelgrims vanuit havens aan de Noord- en Oostzee gewoon mee met deze wijnboten naar kustplaatsen in Zuid-Frankrijk (o.m. Bordeaux en Bayonne) en Noord-Spanje (vooral La Coruña) om de verre tocht naar Compostela in te korten.

Pelgrims konden ook terecht op handelsboten "ter lange omvaart", die via Engelse, Portugese en Spaanse havens koers zetten naar de Middellandse Zee, waar ze havens aandeden in Zuid-Frankrijk (vooral Marseille) of aan de westkust van Italië (zoals Genua en Amalfi). De meereizende bedevaarders konden onderweg afstappen, bijv. in La Coruña in de nabijheid van Compostela. Reizigers die naar Jeruzalem pelgrimeerden zaten de hele reis uit en stapten in een haven in de Middelandse Zee over op een andere boot, die hen naar een haven van het H. Land bracht, bijv. Jaffa of Acco.

Bewaard gebleven exemplaar van een Hanze-kogge
Bewaard gebleven exemplaar van een Hanze-kogge

Vanaf de 13de eeuw werd reizen per boot héél wat comfortabeler en veiliger. De traditionele vrachtschepen op de Atlantische wateren werden vervangen door de zogeheten hanze-kogge, een vaartuig met één zeil dat beter was uitgerust en bestand tegen noodweer. Met zijn brede romp en zijn diep ruim bood de kogge een groter laadvermogen en zowel boven- als onderdeks heel wat meer comfort. Met zo'n zware kogge deden de pelgrims er wel véél meer tijd over dan voorheen (verscheidene weken!) om hun eindbestemming, bijv. La Coruña, aan de kust van Noord-Spanje, te bereiken. Pelgrims uit bredere lagen van de bevolking maakten er méér gebruik van dan voorheen. Maar toch bleef het voor arme pelgrims een te dure reisformule. De prijs van een overtocht naar Compostela kwam algauw overeen met het loon van meerdere weken werk!

kraak-schip gebruikt door de ontdekkingsreiziger Magellaan. Abraham Ortelius. Kaart (detail), 1590
kraak-schip gebruikt door de ontdekkingsreiziger Magellaan. A. Ortelius, wereldkaart (detail), 1590

In de 15de eeuw werd pelgrimeren per schip populairder bij degenen die er het geld voor hadden. De succesrijke kogge en andere scheepstypes raakten in onbruik door de opkomst van de kraak, een totaal nieuw, zéér zeewaardig zeilschip, geschikt voor lange tochten. Het was een driemaster, waarop 5 of 6 zeilen konden worden gehesen, en waarvan de "kastelen" voor- en achteraan waren geïntegreerd in de romp, in de vorm van een voor- en achterdek. Deze veel grotere boot verhoogde aanzienlijk het comfort van de pelgrims en andere opvarenden.

Nieuwpoort, waar ridder Taccoen inscheepte voor zijn 44-daagse zeereis naar Compostela. Joan Blaeu, kaart 'Germania Inferior - Pars Flandriae', 1645
Nieuwpoort, waar ridder Taccoen inscheepte voor zijn 44-daagse zeereis naar Compostela.
Joan Blaeu, kaart "Germania Inferior - Pars Flandriae" (detail), 1645

Zo is het zeereisdagboek bewaard gebleven van een zekere ridder Jan Taccoen, Heer van Zillebeke en Grootbaljuw van Komen. Hij verliet zijn huis in Komen op 18 maart 1512 en ging naar de haven van Nieuwpooort. Vandaar vaarde 5 dagen later een schip uit. Na een vaart langs de Zuid-Engelse kust en een vierdaags oponthoud in de haven van Portsmouth kwam de boot met ridder Taccoen door storm terecht in Lissabon. Tenslotte bereikt hij op 7 april de haven van La Coruna. Vandaar trok hij 2 dagen te voet verder naar Compostela. Na een verblijf daar van 3 dagen keerde hij te paard terug naar La Coruna, waar hij op 12 april 's avonds aankwam. Door windstilte moest het schip 8 dagen aan het anker blijven liggen, maar dan ging het in één trek naar de haven van Nieuwpoort, waar zijn schip op 29 april aanmeerde. De dag daarop was ridder Taccoen veilig en wel weer thuis, na een reis van 44 dagen. Dat was héél wat rapper dan dat hij te voet naar Compostela zou zijn gegaan.

© Copyright 2007- . Alle rechten voorbehouden. Contact: E-mail