De Zusters van O.L.V.-ten-Bunderen (vanaf omstreeks het jaar 1269)
Moorslede 1269-1578
Frankrijk 1578-1587
Ieper 1587-1785
Moorslede 1785-2004
Zonnebeke 2004 -
varia

   Zoek op deze site met FreeFind

 

beluister ClassicFM NL tijdens het surfen, 126 K stereo ('Windows Media Player' vereist)

De afschaffing onder het Oostenrijks bewind

de Oostenrijkse keizer Jozef II
Jozef II, de Oostenrijkse keizer van 1780 tot 1790

1780

De Oostenrijkse keizer Jozef II, doordrenkt van het gedachtengoed van de Franse Verlichting, trekt de lijn van zijn moeder Maria-Theresia nog strakker door. Van meetaf aan tracht hij zoveel mogelijk allerlei binnen-kerkelijke zaken te onttrekken aan het gezag van de hiërarchie (paus en bisschoppen) en te onderwerpen aan de staat, en wordt daarom in de volksmond spottend de "de keizer-koster" genoemd. Jozef II heeft het vooral gemunt op de de zuiver contemplatieve kloosters, die hij bestempelt als nutteloos voor de samenleving en voor de Kerk - omdat ze niet bijdragen tot het welzijn van de medemens - én bovendien als schadelijk voor de gezondheid van de betrokkenen religieuzen.

1781

Jaer-Boek (1781)
het "Jaer-Boek" (1781) van priorin Agnes de Wilde

De directeur, kanunnik de Dours, ziet de bui hangen en zet priorin Agnes de Wilde aan om de kronieken van "Ten Bunderen-Coninckxdaele" ("Jaer-Boek") op te stellen. Dit gebeurde tussen 29 oktober en 23 november 1781, daarna geregeld aangevuld als dagboek .

Register van alle de Religieusen (1781)
het register van "alle de Religieusen" (1781)

Daarnaast stellen de zusters een Register "van alle de Religieusen" samen, vanaf het begin van de 15de eeuw tot 1781.

1782

21 januari - De bevoegde ambtenaren (= Heren Fiscalen) in Brussel krijgen van Jozef II het bevel om een lijst op te stellen van alle louter beschouwende kloostersgemeenschappen. In een eerste vergadering worden 90 kloosters aangeduid, maar dit cijfer stijgt weldra tot 163 (in totaal 3.112 kloosterlingen). Voor Ieper staan op de lijst van bedreigde communauteiten: de zusters van "Ten Bunderen-Coninckxdaele", de Urbanisten, de Karmelietessen, de Arme Klaren, de Rijke Klaren en de Kapucinessen.

30 maart - priorin Agnes de Wilde van "Ten Bunderen- Coninckxdaele" krijgt, via de Heren Fiscalen van de Raad van Vlaanderen, het keizerlijk bevel om, binnen de 14 dagen, een onder ede bevestigde "staet van alle de goederen door het Clooster beseten" te maken. Deze inventaris wordt op 10 april naar Brussel gezonden. Dan breekt een periode aan van bang afwachten. Jozef II kan elk moment genadeloos toeslaan en overgaan tot de gevreesde daadwerkelijke suppressie.

meisjesschool (schilderij, halfweg 18de eeuw)
meisjesschool (anonieme schilder, halfweg de 18de eeuw)

De Ieperse bisschop Felix de Wavrans spoort de geviseerde contemplatieve kloostergemeenschappen aan om een maatschappelijk betekenisvolle taak te verrichten, om zo hun voortbestaan alsnog veilig te stellen. Op zijn aanraden openen de zusters van "ten Bunderen-Coninckxdaele" een kosteloze school voor "20 arme meyskens van de Militaire". Deze kinderen kunnen in de school terecht vanaf hun 5de jaar tot ze hun eerste communie doen. Gedurende 4 uren per dag leren ze breien en naaien en driemaal per week krijgen ze soep mee naar huis.

De zusters en hun bisschop, die weten dat er in Ieper een groot tekort is aan opvangmogelijkheden voor de kinderen van militairen uit het Oostenrijks garnizoen, hopen dat de Oostenrijkse legerleiding zodanig met dit initiatief ingenomen zal zijn, dat de communauteit én de school worden gered. Ze passen zelfs de statuten van 1717 aan. In de toelatingsvoorwaarden tot opname in het klooster voegen ze toe dan men slechts personen, "gedienstigh om de jonckheydt t onderwijsen", zal aanvaarden. Maar deze taktiek mag niet baten...

1783

het huis in de Meessenstraat (schilderij van zuster De Leyn in 1971)
het dubbel-huis in de Meessenstraat
schilderij, Zr De Leyn (1971) naar 17de eeuwse gravure

17 maart - Jozef II vaardigt een edict uit dat alle "nutteloze" kloosters in de Oostenrijkse Nederlanden officieel opdoekt. Tegelijk wordt in Brussel het zogeheten "Comité voor de Religiekas" opgericht, dat verantwoordelijkheid is zowel voor de uitvoering van de hele afschaffingsprocedure als voor het beheer van de goederen van de opgeheven kloosters.

5 april - De bisschoppen wordt een lijst toegestuurd met al de af te schaffen kloosters. Opdat de hele operatie financieel haalbaar zou zijn, wordt de suppressie gepland in fasen:

  • een 1ste groep kloosters, die geacht wordt over voldoende inkomsten te beschikken om zelfstandig te kunnen overleven, wordt onmiddellijk afgeschaft. Tot die eerste lichting behoren, in Ieper, de zusters van "ten Bunderen-Coninckxdaele", de Rijke Klaren en de Karmelietessen.
  • een tweede groep zal op termijn worden afgeschaft, naarmate er fondsen beschikbaar komen. De betreffende kloosters mogen alvast geen novicen meer opnemen. Omdat de uitbetaling van de pensioenen voor de 1ste groep geen problemen oplevert, wordt deze 2de lichting per decreet ontbonden op 6 maart 1784. Hiertoe behoren, in Ieper, de Arme Klaren en de Kapucinessen.
  • de kloosters die zich maatschappelijk engageren door onderwijs, ziekenzorg, parochiedienst of studiewerk kunnen rekenen op genade van de keizer, maar moeten evenwel niet al te veel illusies koesteren. Ze worden onderworpen aan een strenge overheidscontrole. Als zou blijken dat een communauteit haar maatschappelijke functie verliest zal Jozef II niet aarzelen om ze eveneens op te heffen.

paus Pius VI
paus Pius VI
kardinaal von Frankenberg
kardinaal von Frankenberg

Paus Pius VI en kardinaal von Frankenberg, aartsbisschop van Mechelen, bieden niet openlijk weerstand tegen de keizerlijke afschaffing maar sturen bezwaarschriften, die door de overheid worden genegeerd. De Zuid-Nederlandse bisschoppen vinden het kennelijk niet opportuun om de regering te irriteren door openlijk formeel protest. Ze leggen zich goedschiks kwaadschiks bij de feiten neer en proberen er het beste van te maken. Ze gaan na hoe ze de monastieke leefwijze van de afgeschafte contemplatieve religieuzen alsnog veilig kunnen stellen. Ook bij de bevolking is er grote verontwaardiging, maar die blijft eveneens binnenskamers en vertaalt zich niet in onmiddellijk open verzet tegen Jozef II. Dat zal pas vanaf 1787 op gang komen.

4 mei - De 15 "Nonnenbunders" ontvangen het bericht van de heren fiscalen van Vlaanderen dat hun klooster is afgeschaft, dat al hun roerende en onroerende goederen verbeurd verklaard zijn en dat ze vóór 1 juli het pand moeten verlaten hebben.

Raadgever L. Maroux d'Opbracle, procureur-generaal van de Raad van Vlaanderen, wordt benoemd tot regeringscommissaris van verscheidene opgeheven kloosters, o.m. dat van "Ten Bunderen-Coninckxdaele". Deze beëdigt de Ieperse schepen Joseph de Coninck tot beheerder ("administrateur") en ontvanger. Beiden benoemen een "econoom" (= provisor), Benedictus de Coninck, griffier in Zantvoorde en broer van de schepen.

rapport van de suppressie door d'Opbrackle
rapport (28 mei) van het bezoek door d'Opbrackle
(Brussel, Rijksarchief, Religiekas, nr° 517:92 Terbunderen à Ypres)

9 mei - Maroucx d'Opbracle meldt zich bij de 15 bewoonsters van "Ten Bunderen-Coninckxdaele" om de procedure in gang te zetten. Hij leest hen de bepalingen voor uit het afschaffingsedict van 17 maart: alle voorwerpen voor persoonlijk gebruik in de kloostercellen, zoals boeken, prenten, meubels en kleren, blijven in het bezit van de zusters; eigen spaargelden, verworven uit renten of gekregen van hun ouders, mogen de zusters behouden; het gemeenschappelijk koorgebed gaat niet meer door in de eigen kapel, omdat hiervoor een kerkgebouw is in de onmiddellijke buurt; alle religieuzen hebben recht op een toelage van 100 gulden voor ze het klooster verlaten; bovendien krijgen ze elk 120 gulden voor de aankoop van nieuwe kledij, op voorwaarde dat ze het ordekleed afleggen.

Elke zuster moet binnen de 8 dagen beslissen over haar individuele toekomst en krijgt een daartoe in te vullen formulier. Daarbij heeft ze 4 keuzemogelijkheden:

  1. uitwijken en intreden in een klooster van dezelfde orde in het buitenland. Deze emigranten krijgen een "behoorelijk reys-geld", maar geen pensioen.
  2. intreden in een klooster van een andere (actieve) binnenlandse orde. In dat geval heeft men recht op een jaarlijks pensioen van 210 gulden.
  3. het kloosterleven vaarwel zeggen en terugkeren "in de wereld". De zusters, jonger dan 60 jaar, krijgen een vast jaarlijks pensioen van 300 gulden of, als ze ouder zijn dan 60 jaar, 350 gulden. De uittredende zusters krijgen evenwel niet hun gewone burgerrechten terug. Ze mogen geen erfelijke renten of onroerend goed bezitten en ze zijn uitgesloten van erfenissen. Wél kunnen ze lijfrenten trekken, goederen in vruchtgebruik hebben of kerkelijke beneficies en bedieningen verwerven.
  4. wie zich niet kan vinden in een van de vermelde 3 formules, mag gaan wonen in een afgeschaft "verzamelklooster", door de overheid aangeduid, met een overste en volgens een regel, die door de plaatselijke bisschop én door de regering is voorgeschreven.

tabel van de leden van de communauteit
tabel van de leden van de communauteit (Brussel. Rijksarchief. Religiekas,
Tabelle, n° 517: Liste du personnel des Individus du Couvent de ten Bunderen à Ipres. 92)

19 mei - L. Maroux d'Opbracle keert terug naar "Ten Bunderen-Coninckxdaele" om de antwoorden op te halen van elke zuster.

  • 3 zusters trekken samen in bij de pastoor van Elverdinge, de broer van een van dit trio.
  • 1 zuster gaat bij haar neef-priester wonen in Poperinge.
  • 1 zuster gaat over naar de "Grauwe Zusters" in Ieper.
  • 3 zusters vinden een onderkomen bij een familielid: 1 bij haar neef (Ieper), 1 bij haar zussen in Ieper, 1 bij haar zussen in Reningelst
  • 2 geesteszieke zusters mogen blijven waar ze worden verpleegd (1 bij de Dominicanessen in Menen en 1 bij de Penintenten in Diksmuide).
  • priorin Agnes de Wilde, 78 jaar, haast blind en ziek, houdt 4 zusters bij zich waaronder de 31-jarige Carolina Verhelst. Zij heeft nog niet beslist over de nieuwe vestigingsplaats. De zusters beschikken over 5 huurwoningen in Ieper, waarvan 3 bij de St.-Jakobskerk en 1 huisje in de Boterstraat. priorin De Wilde vraagt of de groep van 5 ex-religieuzen levenslang het kleinste van de 3 huurhuisjes bij de St.-Jakobskerk mag betrekken.

smeekschrift van priorin de Wilde
smeekschrift van priorin de Wilde (Brussel. Rijksarchief brussel. Religiekas, n° 517)

6 juni - priorin de Wilde dicteert een smeekschrift, bestemd voor het Comité van de Religiekas in Brussel. Omdat volgens beheerder J. de Coninck het beoogde huisje bij de St.-Jakobskerk niet mag worden verhuurd, verzoekt ze - gezien haar hoge leeftijd, dreigende blindheid en gebrek aan naaste bloedverwanten - om, samen met de 4 zusters, voorlopig in Coninkcxdaele te mogen blijven, er te beschikken over de keuken en een paar vertrekken voor de huishouding, in afwachting dat ze een behoorlijk huis vindt of dat het Comité andere schikkingen treft.

9 juni - Bisschop Felix de Wavrans schrijft alle ex-religieuzen van de opgeheven communauteiten, die niet meer in kloosterverband leven, een brief met daarin "eenige pointen van regelwijze" die hen enig houvast moet bieden in hun nieuwe leefomgeving:

bisschop Felix de Wavrans
bisschop Felix de Wavrans

  • in de mate van het mogelijke trouw blijven aan de roeping tot het monastieke leven, aan de 3 kloostergeloften en aan de regel.
  • zoveel mogelijk een kloosterstijl erop nahouden door het slot te onderhouden, afgezonderd van de wereld te leven en het gezelschap van leken te mijden.
  • de meditatie en de gewone kloostergebeden voortzetten, alsook - zoveel mogelijk - de getijden van het goddelijk officie blijven zeggen .
  • vroegere vastendagen en ascetische oefeningen blijven naleven, volgens de omstandigheden.
  • eenvoudige kleren dragen, vervaardigd uit zwarte of bruine wol, zwarte kousen en schoenen "op de gemeenste wijze gemaakt". Ook een scapulier onder de bovenkledij, ten teken van de religieuze status.
  • de pastoor of onderpastoor van de parochie is de gewone biechtvader. Hij kan gebedenboeken en lectuur geven, eventueel dispensatie verlenen van vasten en ascese.
  • de parochiepriester en de bisschop de nieuwe woonplaats en eventuele - gemotiveerde - verhuizing melden.

de Boterstraat, een zijstraat van de Grote Markt (postkaart, 19de eeuw)
de Boterstraat, een zijstraat van de Grote Markt (postkaart, 19de eeuw)

de Boterstraat nu
de Boterstraat nu

26 juni - De groep van priorin de Wilde en haar 4 medezusters verlaat Coninckxdaele en vestigt zich in een huurhuisje in de Boterstraat, dat het Brussels Comité van de Religiekas heeft toegewezen. Het gezelschap vraagt en krijgt de toestemming om dagelijks een mis bij te wonen in de nabijgelegen kloosterkapel van de Roesbrugge-Dames. Net zoals voor de overige zusters is het moeilijk na te gaan wat er van hen is geworden en hoe de verdere onderlinge contacten verliepen. Vast staat enkel dat Zr Carolina Verhelst in 1785 weggaat uit het huisje in Boterstraat en helemaal alléén naar Moorslede trekt om er, op vraag van pastoor Maddens, de juffrouwen van de armenschool te leiden, en zo de toekomst van het 5 eeuwen oude "ten Bunderen" veilig stelt.

de inbeslagname van de goederen

inventaris door schepen J. de Coninck van de kapel in Coninckxdale
1ste bladzijde van de inventaris door schepen de Coninck, hier deze van de kapel

mei 1783 - Schepen Joseph de Coninck komt naar het klooster Coninkxdaele om er een inventaris te maken. Hij verzegelt de kapel en een aantal kamers, waarin de aangeslagen voorwerpen worden opgeborgen. Het gaat om kostbare liturgische ornamenten (antependia, kazuifels, koorkappen), religieuze boeken, meubelen, schilderijen, kandelaars, lusters, registers, archiefstukken e.d.

Op aandringen van de Religiekas worden de relieken zo snel mogelijk weggehaald uit de afgeschafte kloosters en overgedragen aan de bisschop, die ze op zijn beurt verdeelt over de parochiekerken en niet-contemplatieve kloosters. Zo schenkt Mgr de Wavrans op 28 juni de zilveren schrijnen met de relieken van de H. Augustinus en van diens moeder, de H. Monica, aan abdis van de Ieperse abdij "Onze-Lieve-Vrouw-ter-Nieuwe Plant" van de Roesbrugge-Dames, die hierom had gevraagd.

inventaris van de boeken van de afgeschafte Ieperse kloosters
inventaris van de boeken van de afgeschafte Ieperse kloosters
(begeleidende brief van beheerder J. de Coninck)

24 januari 1784 - Het Comité van de Religiekas in Brussel beslist dat in alle opgeheven kloosters een lijst van handschriften en gedrukte boeken wordt gemaakt. Beheerder de Coninck is op 7 april klaar met zijn inventaris van de 4 afgeschafte kloosters van Ieper. Die van "Ten Bunderen-Coninckxdaele" omvat 167 - merendeels Nederlandstalige - boeken.

De aangeslagen roerende goederen, ook de religieuze voorwerpen, worden in de regel verkocht en de opbrengst gaat naar de uitbetaling van pensioenen en naar caritatieve doeleinden. Een voorstel van de generale staf van het leger om de afgeschafte kloosters om te bouwen tot kazernes wijst Jozef II categoriek van de hand. Alle aanvragen tot gratis verwerving of aankoop moeten, via de Coninck, gericht worden aan het Comité van de Religiekas.

antependium van Ten Bunderen-Coninckxdaele, nu in de St.-Maartenskathedraal
antependium van Coninckxdaele, gegeven aan Mgr de Wavrans (Ieper, St.-Maartenskathedraal)

Zo verwerft Mgr de Wavrans kosteloos een antependium (= altaarvoorhangsel) uit de kloosterkapel van de "Nonnenbunderen". De pastoor van de O.-L.-.Vrouwkerk in Poperinge koopt het altaarkruisbeeld, het altaarmissaal, de 3 zilveren canonborden en het verzilverd houten tabernakel uit de kapel van Coninckxdaele. Hij moet enkel het gewicht aan zilverwerk betalen.

Wat de onroerende goederen betreft zijn al de huizen van "Ten Bunderen" in Ieper en omgeving reeds verkocht onder Jozef II. De jaarlijkse opbrengst van de bossen, hofsteden (o.m. de "Gasthuis-hoeve", de "Bunder-Cruyce"-hoeve en een boerderij in Ledegem) en landbouwgronden in o.m. Moorslede, Rumbeke (Beitem), Ledegem en Dadizele - voor in totaal 3.916 florijnen! - gaat voortaan naar de Religiekas. Tijdens het daaropvolgend Franse Bewind zullen alle nog overblijvende onroerende goederen van de zusters openbaar worden verkocht.

Coninckxdaele, na de verdrijving van de zusters

Clara Francisca van Zuytpeene
Clara Francisca Henrica Van Zuytpeene Lamotte, stichteres van de "Maria-Schoole"

1784-1785 - De Religiekas draagt het klooster van "Ten Bunderen-Coninckxdaele" op 6 juli gratis over aan de "Maria-Schoole" voor arme meisjes, gelegen in een herenhuis op de Vismarkt, in 1752 gesticht door Clara Francisca van Zuytpeene Lamotte (1726 - 1772). Al op 21 mei 1783 (één maand vóór het vertrek van de zusters!) hadden de directrice Theresia Wijvekens en 8 meesteressen - met steun van de magistraat en van de bisschop van Ieper - een smeekschrift gericht aan de Comité van de Religiekas in Brussel om zich daar te mogen vestigen en er, in ruimere en confortabeler omstandigheden, onderwijs te geven aan ruim 200 kinderen (zowel van militairen als van burgers). De officiële overdracht van het gebouw zal plaats hebben op 19 september 1785.

De Lamotte-school telt, volgens de kronieken, algauw 300 leerlingen en 25 meesteressen. Met de opbrengst van de verkoop van het vorige huis aan de Vismarkt krijgt de kapel een grondige opknapbeurt en komen er 2 nieuwe klassen bij in de "Armenschool" van "Coninckxdaele".

Coninckxdaele in de Rijselsestraat (nr 14) en de Boterstraat
Coninckxdaele in de Rijselsestraat (nr 14, aangeduid met rood bolletje). Bovenaan links
is het huis in de Boterstraat (geel bolletje), waar 5 verdreven zusters in 1783 gingen
wonen. (J. E. Cornillie. "Ieper door de eeuwen heen". stadsplan 19de eeuw)

1795 - De "Maria-School" in het vroegere Coninckxdaele wordt op haar beurt op 1 oktober gesupprimeerd door de Franse revolutionaire overheersers. Maar de communauteit kan toch blijven voortbestaan en herleeft in het begin van de 19de eeuw in hetzelfde pand, en heet in de volksmond voortaan "Lamotteschool" of "Lamotjes schole" (naar de familienaam van de stichteres). In 1841 wordt de semi-monastieke groep van juffrouwen officiëel een diocesane congregatie, "Zusters van Maria" genaamd, die plechtige geloften uitspreekt, het kloosterkleed aanneemt en leeft volgens een regel, die bisschop Boussen van Brugge oplegt.

1864 - Op 19 december is er wet van de liberale voorman Barra, die het beheer over alle goederen van fundaties in het lager onderwijs helemaal overdraagt aan het overheid. Dit betekent concreet dat "Fundatie van Zuytpeene-Lamotte" toekomt aan het Ieperse stadsbestuur, waarin de liberaal-vrijzinnigen overheersen. Maar de zusters Lamotten argumenteren dat ze niet een lagere school, maar een werkschool leiden, en dat deze dus niet valt onder de wet-Barra. Het conflict escaleert tot op het hoogste gerechtelijke niveau: volgens het Hof van Beroep en het Hof van Cassatie (5 juni 1873) moet het beheer over de Fundatie en school van de Lamotten worden toegekend aan het stadsbestuur.

de voorgevel van Coninckxdaele met kinderen van de stadsmeisjesschool
kinderen van de stadsmeisjeschool voor de "Frikadellenschool"

1873 - op 8 oktober worden de 22 zusters onder grote publieke belangstelling uit hun "Lamotteschool" verdreven. De rijkswachters en stadspolitiemannen doen zich te goed aan het middageten van de zusters, nl frikadellen (= gehakteballetjes). De verdreven zusters krijgen 's anderendaags al een voorlopig onderkomen in de leegstaande Broedersschool in de St.-Jacobsstraat. Omdat geen enkele leerling wil blijven na de volledige ontruiming gaat de Lamotteschool voorlopig dicht.

1874 - Op 9 april opent de stedelijke meisjesschool - tot op vandaag in de volksmond "Frikadellenschool" geheten - haar deuren, aanvankelijk voor een 50-tal leerlingen, een half jaar later 150, en 10 jaar later zo'n 300. Op 29 oktober keren de Zusters Lamotten terug naar de Rijselsestraat, in een ander pand, meer zuidwaarts, op de plaats waar nu nog steeds hun "Immaculata-Instituut" is gevestigd.

de voorgevel van Coninckxdaele omstreeks 1900
de voorgevel van het vroegere Coninckxdaele omstreeks 1900

1914-18 - Tijdens de Eerste Wereldoorlog wordt Coninckxdaele, net zoals het grootste deel van Ieper, volledig verwoest. Maar in 1923 wordt de tweewoonst, met haar bevallige Vlaamse Renaissance-voorgevels in trapvorm, heropgebouwd in haar oorspronkelijke vorm, naar plannen van de Ieperse architect J. Cooman. Het is de woning van de bestuurster van de stedelijke meisjesschool.

in de top van de rechter-trapgevel staat het bouwjaar 1606 vermeld
in de top van de rechter-trapgevel staat het bouwjaar 1606 vermeld

1950 - Het dubbelhuis Coninckxdaele wordt privé-bezit van de familie D'Hellem (met momenteel 4 huur-appartementen) en is sinds 1983 geklasseerd als beschermd monument.

school aan de achterzijde van het vroegere Coninckxdaele
school aan de achterzijde van het vroegere Coninckxdaele (felrode huis in het midden)
(Foto: Xavier Monteyne, Heemkundige Kring Dadingisila - Dadizele)

Aan de achterkant van het vroegere Coninckxdaele, waar zich vroeger de kloostertuin bevond, in de St.-Elisabethstraat, is nu een speelplaats met daarrond klaslokalen van de BBO-afdeling van het St.-Vincentiuscollege van Ieper.

een herinneringsplaat naast de ingangsdeur van het vroegere Coninckxdaele
een herinneringsplaat naast de ingangsdeur van het vroegere Coninckxdaele

het interieur nu van Coninckxdaele nu
het interieur nu van Coninckxdaele. Rechts de schouw en erachter de toegangsdeur naar de verdwenen
kloosterkapel, en links de deur naar de inkomhal. (met dank aan Mevr. Magda Vandamme)

2011 - Vanaf 1 juli huurt de Ieperse Steinerschool (die met haar 54 leerlingen te eng behuisd is aan de overkant van de Rijselsestraat, nr 74) het vroegere Coninckxdaele, dat meer én ruimere lokalen heeft, plus een speelplaats en een tuin. De school, die op langere termijn wil doorgroeien tot 150 leerlingen, krijgt de nieuwe toepasselijke naam Koninsdale.

© Copyright 2007- . Alle rechten voorbehouden. Contact: E-mail