De Zusters van O.L.V.-ten-Bunderen (vanaf omstreeks het jaar 1269)
Moorslede 1269-1578
Frankrijk 1578-1587
Ieper 1587-1785
Moorslede 1785-2004
Zonnebeke 2004 -
varia

   Zoek op deze site met FreeFind

 

beluister ClassicFM NL tijdens het surfen, 126 K stereo ('Windows Media Player' vereist)

De doven- en blindenschool (1834-1838)

Karel Verhelst, pastoor van Moorslede van 1820 tot 1838
Karel Verhelst, pastoor van Moorslede van 1820 tot 1838, initiatiefnemer van de
allereerste dovenschool in West-Vlaanderen (foto: Archief Spermalie, Brugge)

In het begin van de 19de eeuw is het zogeheten "buitengewoon onderwijs", dwz onderricht aan dove, blinde en zwakzinnige kinderen, eigenlijk onbestaande in ons land, op enkele illustere uitzonderingen na. Eén van die uitzonderingen is de doven- en blindenschool (1829-1839) in Moorslede, wellicht het allereerste experiment van die aard in héél West-Vlaanderen. Al in de 18de eeuw zou een zekere De Caigny zich in Meulebeke met doven hebben beziggehouden, maar daarover is weinig bekend. Allicht een van die vele privé-initiatieven, maar géén echte school zoals in Moorslede en later in Brugge (Spermalie).

dovengesticht Gent (1820)
het dovengesticht in Gent van de Zusters van Liefde (1820)

Behalve in Moorslede bestaan elders in ons land enkel nog dovengestichten in Luik (het oudste, opgericht in 1819 door Jean-Baptiste Pouplin), in Gent (gestart in 1820 door de "Zusters van Liefde" van kanunnik Triest) en in Brussel (gesticht door diezelfde "Zusters van Liefde" van Gent, in 1834).

Karel Verhelst, die van 1820 tot 1838 pastoor is in Moorslede, besteedt voor die tijd uitzonderlijk veel zorg aan zijn dove parochianen. Hij vertelt de blinde Rumbeekse burgemeester Alexander Rodenbach dat hij zélf ook de gebarentaal kent van zijn dove parochianen en zelfs hun biecht hoort! Vast staat dat Verhelst al in 1829 in de lagere meisjesschool van de zusters speciaal onderwijs laat geven aan dove kinderen.

kanunnik Charles-Louis Carton (1802-1863)
onderpastoor en latere kanunnik Charles-Louis Carton (1802-1863)
schilderij door Carlo Picqué (1841)

Pastoor Verhelst koestert grootse plannen met zijn bescheiden begonnen dovenschooltje. Hij onderhoudt vanaf 1829 een drukke briefwisseling met onderpastoor Charles-Louis Carton van Ardooie en doet regelmatig een beroep op diens ervaringen, opgedaan tijdens privé-lessen met 5 dove jongens.

Er is geen enkele afbeelding bewaard van Zr. Constantia Doorme. Wél enkele brieven van haar.
Er is geen afbeelding bewaard van Zr. Constantia. Wél enkele brieven van haar.
Hier het einde van een kort schrijven uit 1835 aan pastoor Bruyne van Izegem:
"Uwe ootmoedige Dienaeresse. Soeur Constance" (Brugge, Spermalie-archief)

Verhelst engageert zijn 19-jarige nicht Zr Constantia Doorme, die behoort tot het onderwijzend korps van het Franstalig "pensionaat voor jonge Jouffrouwen".

Om de speciale methode voor dovenonderwijs aan te leren, gaat Zr Doorme in de leer bij onderpastoor Carton in Ardooie en maakt diens methode eigen om doven rechtstreeks de spreektaal aan te leren via gebarentaal (= mimiek).

abbé Charles-Michel de l'Epée
Abbé Charles-Michel de l'Epée
abbé Roch-Ambroise Cucurron Sicard
Abbé Roch-Ambroise Sicard

standbeeld van Abbé Charles-Michel de l'Epée op de binnenkoer van het Institut Nationale des Sourds. Parijs, rue St.-Jacques
standbeeld van Abbé Charles-Michel de l'Epée. Binnenkoer van het Institut Nationale des Sourds.
Parijs, rue St.-Jacques

Wanneer Alexander Rodenbach hem in 1833 signaleert dat de dovendeskundige Pissin-Sicard, van het befaamde Parijse "Institut National des Sourds-Muets", naar Brussel komt voor de opleiding van dovenleraren, aarzelt pastoor Verhelst niet om zijn nicht naar Brussel te sturen om er diens cursussen te volgen.

openbare demonstratie van dovenonderricht
openbare demonstratie van dovenonderricht

Na de terugkeer van Zr Constantia, in 1834, is er in Moorslede de officiële opening van het "bezonder huys van opvoeding voor de doof-stomme dogterkens". De dovenschool is ondergebracht in het gebouw van de kostschool, maar vormt er een afgescheiden deel van.

standbeeld van Mgr Désiré De Haerne in Kortrijk
standbeeld van Mgr Désiré De Haerne in Kortrijk (1895).
Aanvankelijk op de grote markt, sinds 1951 op een pleintje in de De Haernelaan.
Rechts van het voetstuk een Zuster van Liefde die les geeft aan een (doof) kind.

Onderpastoor Désiré De Haerne is "de bestierder" en Zr Constantia de "Oppermeesteres". Haar zus behoort ook tot het personeel. De school is in de praktijk elitair want de jaarlijkse kostprijs bedraagt: 324 Fr voor kinderen uit rijke gezinnen (met een supplement van 25 Fr voor de speciale dovenbibliotheek); 224 Fr voor meisjes uit weinig bemiddelde gezinnen of die financieel gesteund worden door een weldoener of een weldadigheidscomité. De dove meisjes kunnen les volgen in het "Vlaemsch" of in het Frans. Het lessenpakket bestaat uit: godsdienst, lezen, schrijven, rekenen, handwerk en huishouding.

twee zusters in de bewaarschool van Spermalie (1840)
twee zusters in de bewaarschool van Spermalie (1840)

In 1835 zijn er al 16 leerlingen. De school heeft een uitstekende reputatie en geldt als voorbeeld voor nieuwe projecten elders. Algauw wordt gedacht aan buitengewoon onderwijs voor blinde kinderen en naar ruime behuizing om die bijkomende blinde kinderen in onder te brengen.

de Oude Houtmarktstraat waar ooit de Bonaertschool stond
de Oude Houtmarktstraat waar ooit de Bonaertschool stond

huizenrij in de Oude Houtmarktstraat voor Wereldoorlog I
enkele huizen in de Oude Houtmarktstraat vóór de vernielingen tijdens
Wereldoorlog I (Foto Antony. Bron: Roland Meulebrouck)

Op 22 december 1836 trekt het stadsbestuur van Ieper een bedrag van 3000 Fr uit om, met de hulp van Staat en Provincie, een "Gesticht voor Doofstommen en Blinden" op te richten in de "Bonaertschool", ook "St.-Jozefschool" genoemd (in 1777 opgericht door de adellijke gezusters Marguerite en Barbe Bonaert in de huidige Oude Houtmarktstraat, voor de opvang van een 40-tal achterlijke en gehandicapte meisjes, die uit andere scholen waren geweerd). Het stadsbestuur dringt lange tijd aan bij pastoor Verhelst van Moorslede om Zr Constantia te laten overkomen als bestuurster.

Institut National des jeunes Aveugles, Parijs. 19de eeuwse ets
"Institut National des jeunes Aveugles", Parijs (19de eeuwse ets)

Het gesticht wordt in 1837 vanuit Moorslede overgebracht naar Ieper en telt 28 "kweekelingen", voortaan zowel meisjes als jongens. Het lessenpakket is opvallend omvangrijker dan in Moorslede: naast godsdienst, lezen, schrijven, Frans, Vlaemsch, handwerk ook Engels, Duits, aardrijkskunde, geschiedenis, tekenen en orgel (harmonium) bespelen. Maar blindenonderwijs vereist gespecialiseerde leerkrachten. In 1837 gaat (alweer!) Zr Constantia, ditmaal met een staatstoelage op zak, studeren aan het toonaangevende "Nationaal Blindeninstituut" ("Institution Royale des Jeunes Aveugles") in Parijs.

St.-Elisabethschool op grondplan van Ieper uit 1847
St.-Elisabethschool (nr 17) op een grondplan van Ieper uit 1840
nr 18 is het gebouw Conincxdale in de Rijselstraat!

ingangspoort van de St.-Elisabethschool (voor WO I)
ingangspoort van de St.-Elisabethschool waar
Zr Constantia overleed. Het Lieve Vrouwbeeldje dateerde
van 1723 (Foto van voor WO I. Bron: Stedelijk Museum, Ieper)

In datzelfde jaar 1837 komt de functie vrij van bestuurster van de St.-Elisabeth wezenschool voor meisjes in de huidige St.-Elisabethstraat nr 6 (waar zich nu de Gesubsidieerde Vrije Basisschool voor Buitengewoon Onderwijs bevindt) in Ieper, en deze wordt toevertrouwd aan Zr Constantia. Met goedkeuring van de gemeenteraad brengt ze 25 dove en blinde kinderen over naar een vleugel van die school.

Prospectus van Zr Doorme's doven- en blindenschool in Ieper
Prospectus van Zr Doorme's doven- en blindenschool in Ieper (Bron: Brugge, Spermalie-Instituut)

Helaas kent de naar Ieper verhuisde school maar een kortstondig bestaan. Omdat de Bonaertschool en de St.-Elisabethschool sinds 1798 zijn gefusioneerd is Zr Constantia niet enkel "regente" van de doven- en blindenschool, maar daarnaast ook bestuurster van de héle wezenschool. Dat is te veel gevraagd! De over-ijverige zuster raakt overwerkt, zwaar ziek en overlijdt eind november 1838, op 29 jarige leeftijd. Ze is letterlijk en figuurlijk zo "onvervangbaar" dat het Ieperse stadsbestuur genoodzaakt is dit unieke experiment stop te zetten. De meeste leerlingen komen terecht in het Spermalie-instituut, dat kanunnik Charles Carton inmiddels, in 1836, heeft opgericht in Brugge.

Het doek over het Moorsleeds/Iepers doven- en blindengesticht is gevallen, om verscheidene redenen: ten eerste is het hele project té ambitieus, te hoog gegrepen; ten tweede draait alles teveel rond één persoon en is er daarnaast gebrek aan bijkomend gekwalificeerd personeel; ten derde is het allemaal te veel, en veel te vlug, in amper 5 jaar tijd; ten vierde zijn er niet voldoende financiële middelen en ontbreekt overheidssteun; ten vijfde zijn er te weinig leerlingen. Zoals tal van kleinschalige initiatieven van buitengewoon onderwijs in die pionierstijd, blijkt ook de Moorsleedse doven- en blindenschool niet levensvatbaar te zijn. Alleen de grote, centraal gelegen instituten, bijv. Spermalie in Brugge, weten te overleven, tot op vandaag.

Het voormalige Engelse Jezuïetencollege in Brugge, waarin het eerste doven- en blindeninstituut van Carton werd gevestigd (1836-1868)
Het voormalige Engelse Jezuïetencollege in Brugge waarin het eerste
doven- en blindeninstituut van Carton was gevestigd (1836-1868)

Tenslotte nog enkele pittige historisch details.
In 1834 wordt het bisdom Brugge opgericht. Aan de 1ste bisschop Boussen vraagt de Ardooise priester Charles-Louis Carton om een dovenschool te beginnen, met de hulp van een bestaande (ervaringrijke) zuster-congregatie, nl die van Moorslede met Zr Doorme. Maar Mgr Boussen, die nog glans moet geven aan zijn nieuwe bisschopsstad, wenst dat die dovenschool in Brugge komt (dus niet in een uithoek van zijn diocees, zoals Moorslede of in Ieper), én hij vindt het beter om een nieuwe zuster-congregatie (de "Zusters van de Kindsheid van Maria ter Spermalie") te stichten, die zich exclusief ontfermt over doven en blinden. En aldus geschiedt.

Moeder Nathalie Verschaeve met dove en blinde kinderen
Moeder Nathalie Verschaeve met dove en blinde kinderen (Brugge, Spermalie-Instituut)

In 1837 bepaalt de provinciewet dat slechts één doven- en blindenschool per provincie in aanmerking komt voor erkenning en subsidiëring door de overheid. Die van Zr Doorme in Ieper is de oudste en maakt veel kans. Maar het jaar daarop sterft Zr Doorme en de Zusters van Spermalie in Brugge zien hun kansen stijgen. Wekenlang bidden ze vurig tot de H. Jozef opdat hun recent opgerichte doven- en blindeninstituut zou mogen blijven voortbestaan. Uitgerekend op het feest van de H. Jozef bereikt hen het bericht dat het Instituut in Ieper door het stadsbestuur aldaar is opgedoekt. Zo wordt Spermalie in Brugge vanaf 1838 de enige erkende opleidingsmogelijkheid in West-Vlaanderen voor doven en blinden!

enkele hoofdrolspelers
Désiré De HaerneDésiré de Haerne (Ieper 1804 - Brussel 1890). Vanaf 1829 was hij enkele jaren onderpastoor van Moorslede en betrokken bij de dovenschool van pastoor Verhelst in het plaatselijke klooster. Hij voerde een eigen vingerspellensysteem ("spelhandspraek") in, waarmee hij sneller kon spreken met de doven, dan tot dusver het geval was. In 1833 werd de Haerne leraar van de retorica in het College van Kortrijk, van welk arrondissement hij volksvertegenwoordiger was vanaf 1844 tot zijn dood. Later werd hij directeur van het "Instituut voor Blinden en doofstommen"(1853) in Ukkel en stichter van soortgelijke instituten in Handsworth-Woodhouse (Engeland). en in Bombay (India). Hij is de auteur van het pedagogisch standaardwerk "De l'enseignement spécial des sourds-muets" (1865). In 1895 werd voor Mgr de Haerne op de grote markt in Kortrijk een standbeeld opgericht.
Alexander RodenbachAlexander Rodenbach (Roeselare 1786 - Rumbeke 1869). Wordt algemeen beschouwd als de wegbereider van het blindenonderwijs in ons land. Op 11-jarige leeftijd verloor hij zijn gezichtsvermogen en werd toevertrouwd aan het Blindeninstituut in Parijs. In 1807 kreeg Alexander de leiding van het blindeninstituut in Amsterdam en na zijn terugkeer naar Roeselare (1810) bleef hij steeds begaan met het lot van doven en blinden. Door zijn boek "Les aveugles et les Sourds-Muets" (1853) verwierf hij Europese bekendheid. Rodenbach zetelde 35 jaar lang in het Belgisch parlement (1831-66), en was daarnaast 25 jaar burgemeester van Rumbeke (1844-69). Hij was medestichter van het "Instituut voor Blinden en Doofstommen" in Ukkel (1835). Door zijn toedoen moesten gemeenten wettelijk een financiële bijdrage leveren tot het onderhoud van behoeftige blinden en doofstommen.
kanunnik Charles Carton (1802-1863)Charles Carton (Pittem 1802 - Brugge 1863). Als jonge onderpastoor in Ardooie vanaf 1829 gaf hij privé-lessen aan een vijftal dove kinderen en leerde ze spreken met een door hem ontwikkelde methode, namelijk rechtstreeks onderwijs van de spreektaal via de mimiek. Op verzoek van de bisschop richtte hij in 1936 in Brugge, in de oude gebouwen van de voormalige cistercienzerinnen-abdij Spermalie, in de Snaggaardstraat, het internationaal vermaarde Instituut Spermalie (in de volksmond "de Stommeschole") op. Hij stichtte tevens een eigen "Congregatie van de Zusters van de Kindsheid van Maria", die zich specialiseerde in het onderricht van visueel en auditief gehandicapten, tot op de dag van vandaag. Kanunnik Carton verrichtte in zijn tijd ook nog baanbrekend werk op het gebied van historische tekstpublicaties en was voorzitter van het Brugs historisch genootschap "Société d'Emulation".
Petrus Jozef TriestPeter Jozef Triest. (Brussel 1760 - Gent 1836). Als pastoor in Lovendegem richtte hij in 1803 de "Dogters van Liefde" op, de latere "Zusters van Liefde". In 1819 besloot P. J. Triest te beginnen met een school voor doofstomme leerlingen. Hij zond Jeanne Verhulst (Zr. Vincentia) naar het "Nationaal Instituut voor Doofstommen" in Parijs om er zich de aangepaste lesmethodes eigen te maken. Bij haar terugkomst in Gent opende ze op 6 maart 1820 een doofstommeninstituut, dat een primeur was voor België. Enkele jaren later werd ook in Brussel een instituut voor doofstommen opgericht. Men werkte er voornamelijk met de gebarenmethode en de bedoeling was de doofstomme uit zijn sociaal isolement te halen. Op het moment van kanunnik Triests overlijden waren er 78 leerlingen in de 2 scholen samen, dwz bijna 20% van alle Belgische doofstommen die aangepast onderricht genoten.
abbé de l'épeeCharles-Michel de l'Epée (Versailles 1712 - Parijs1789). Deze priester was de Europese pionier van de dovenzorg en grondlegger van het systematische doofstommenonderwijs (teken- en gebarentaal). Op eigen kosten stichtte hij in 1770 in de Parijse rue St.-Jacques een vermaarde doofstommenschool, die na de Franse Revolutie een staatsinstelling werd met de naam "Nationaal Doofstommeninstituut", of "Institut National des Sourds-Muets", dat op vandaag nog steeds bestaat onder de naam "Institut National pour Jeunes Sourds". Abbé de l'Epée (1712-1789) en zijn opvolger Abbé Roch-Ambroise Cucurron Sicard (1742-1822) waren voorstanders van de gebaren, het vingeralfabet. Pas later in de 19de eeuw zou de mondelinge methode worden ingevoerd, een combinatie van gebarentaal en spreektaal (= liplezen). Zijn voornaamste werk: "La Véritable manière d'instruire les sourds et muets" (1784).
hauyValentin Haüy (Saint-Just 1745 - Parijs 1822). Hij werd opgeleid in de Premonstratenzer-abdijschool, vlakbij zijn geboortedorp. Door zijn kennis van vreemde talen kon hij aan de slag in het Ministerie van Buitenlandse Zaken in Parijs. In 1771 werd hij diep geschokt door een straattafereel, waarbij blinde bedelaars belachelijk werden gemaakt, en besloot zich voortaan in te zetten voor blinden. In 1784 ontdekte Haüy een procédé om een boek te drukken in reliëf en 2 jaar later kwam hij aan het hoofd van het door hem opgerichte blindeninstituut "Institution Royale des Jeunes Aveugles" in Parijs: het allereerste in héél Europa, dat overigens nog steeds bestaat. Toen hij onder Napoleon uit zijn functie werd gezet startte hij in 1802 het "Musée des Aveugles", een privé-school voor blinden. Verbitterd trok Haüy in 1806 naar St.-Petersburg en Berlijn om er soortgelijke blindeninstituten op te richten.

© Copyright 2007- . Alle rechten voorbehouden. Contact: E-mail