De Zusters van O.L.V.-ten-Bunderen (vanaf omstreeks het jaar 1269)
Moorslede 1269-1578
Frankrijk 1578-1587
Ieper 1587-1785
Moorslede 1785-2004
Zonnebeke 2004 -
varia

   Zoek op deze site met FreeFind

 

beluister ClassicFM NL tijdens het surfen, 126 K stereo ('Windows Media Player' vereist)

De uitbouw van het klooster (1801-1914)

ondertekening van het Concordaat tussen kerk en Staat door 1ste Consul Napoleon en vertegenwoordigers van de clerus
ondertekening van het Concordaat Kerk-Staat door 1ste
Consul Napoleon en vertegenwoordigers van de clerus (1801).

1801 - Door het Concordaat tussen de Franse keizer Napoleon Bonaparte en paus Pius VII, dat de katholieke eredienst herstelt, kunnen de zusters opgelucht ademhalen en weer postulanten aanvaarden. Maar ze zullen nog tot 1846 géén kloosterhabijt dragen, want de schrik voor vervolging zit er nog altijd in.

pastoor Joannes Baptista Dumortier (1793-1819)
doodsprentje pastoor Joannes Dumortier

De kerken gaan opnieuw open en de ondergedoken priesters, o.w. pastoor Dumortier van Moorslede, kunnen weer ongehinderd hun pastoraal werk voortzetten.

Paus Pius VII, die in 1801 de bisdommen herschikte. Thomas Lawrence, 1819. Windsor Castle, Koninklijke Collectie
Paus Pius VII, die in 1801 de bisdommen herschikte. Thomas Lawrence, 1819.
Windsor Castle, Koninklijke Collectie

Sinds de vlucht van de Zusters uit Moorslede, in 1578, lagen de achtergelaten gebouwen van het Gasthuis ten Bunderen binnen de grenzen van het bisdom Ieper. Na het Concordaat van 1801 vaardigt VII een herverdeling uit van de bisdommen, rekening houdend met de grenzen van de departementen sinds de Franse Revolutie. De bisdommen Ieper (nooit heropgericht) en Brugge worden opgeheven en toegevoegd aan het éne bisdom Gent. Dit diocees omvat de departementen van Leie en Schelde (de huidige provincies West- en Oost-Vlaanderen). De parochie Moorslede, inclusief de plek van het middeleeuws Gasthuis, verhuist van het afgeschafte bisdom Ieper naar het bisdom Gent.

1809 - Wanneer moeder Carolina Verhelst sterft staan 7 zusters klaar om de door haar gevormde religieuze communauteit verder uit te bouwen. Ze hebben het aanvankelijk niet breed. Het onderwijs in de armenschool is gratis en er bestaat nog geen systeem van subsidies door de overheid (pas vanaf 1842). Er worden bijkomende onderwijs-initiatieven genomen om aan extra-financiële middelen te geraken.

    beeld van O.-L.-V.- van 7 Weeën
    beeld van O.-L.-V.- van 7 Weeën uit de eerste bidplaats

  • Op verzoek van de gegoede parochianen richten ze een "borgerschool voor knechten en meissens" op. Naast de armenschool komt een gebouw van 2 verdiepingen: op het gelijkvloers zijn de klaslokalen van de borgerschool, op de bovenverdieping de slaapcellen én een bidplaats voor de zusters. In die primitieve bidplaats staat een beeld van O.-L.-Vrouw van 7 Smarten, dat tot op heden bewaard is gebleven, en zich momenteel bevindt in het hoofdklooster van Zonnebeke.

    meisjes in de tuin van het pensionaat
    meisjes in de tuin van het Frans pensionaat

  • In 1815 wordt een betalend Frans pensionaat opgericht voor meisjes uit de rijke burgerij, de middenstand en gegoede boerengezinnen (het kostgeld bedraagt in 1842 jaarlijks 250 Fr).
  • Door de aangroei van het aantal kinderen laat de pastoor in 1818 een volledig nieuwe armenschool bouwen.

Maar de extra-onderwijs-inkomsten zijn toch ontoereikend om al de kosten te dekken van het klooster, dat stilaan in een belabberde financiële toestand verzeild geraakt. Om wat geld te verdienen verzorgen de zusters zieken en bejaarden aan huis. Gefortuneerde zieken betalen soms rijkelijk of doen vrijwillige schenkingen aan het klooster. Maar de overste, Zr. Marie-Jeanne Caron, "door eenen onvoorzichtigen iever geleid", zoals staat in de kloosterkronieken, aanvaardt té vlug en té veel pensionaires in de kostschool en postulanten in de communauteit, "die eerder tot last als tot voordeel" van de gemeenschap zijn. Het huis vervalt en is in 3 jaar tijd belast met schulden. Het pensionaat verliest bijna al zijn leerlingen.

pastoor Carolus-Ignatius Verhelst (1820-1838)
pastoor Carolus-Ignatius Verhelst (1820-1838)
schilderij. Poperinge, O.L.V.-kerk, sacristie

1822 - In een poging om de benarde financiële toestand van het klooster gezond te maken beslist pastoor Verhelst tot de keuze van een nieuwe overste. Het wordt Zr. Maria-Theresia Vansteenkiste (1822-25). In de kloosterkronieken lezen we dat deze Moeder Maria-Theresia het allemaal goed bedoelt, maar door haar "al te toegevend karakter" niet het hoofd kan bieden aan de moeijkheden en de oorzaak is van een verdere verslapping van de kloosterdiscipline.

Doodsprentje van Zr. Rosalia Beke
Doodsprentje van Zr. Rosalia Beke.

1825 - Na 3 jaar falend beleid wordt de communauteit opnieuw samengeroepen voor de keuze van alweer een nieuwe overste, ditmaal Zr. Rosalia Beke, die tot 1860 zal aanblijven en die het ongunstig tij doet keren. Meteen schaft ze de binnengeslopen misbruiken af en laat alle overtollige voorwerpen, in strijd met de kloosterlijke armoede, verkopen. De communauteit telt 16 zusters en de school, met 175 meisjes en 125 jongens, komt tot bloei.

het kerkplein van Moorslede
het kerkplein van Moorslede

Aanvragen van pastoors om zusters te bekomen voor een klooster, school of hospitaal worden telkens met opluchting ingewilligd. Het gaat namelijk om onafhankelijke stichtingen, dus niet geaffilieerd met het klooster, maar op kosten van de plaatselijke parochie. Zo is er een natuurlijke afvloeiing van het aantal zusters en een automatische daling van de schuldenlast.

  • Zo was eerder al, in 1818, Zr. Barabara Cools samen met de 17-jarige leerlinge Sophie Engels naar het Oost-Vlaamse Gijzegem getrokken om er een "Spinschool" te beginnen.
  • In 1823 gaat Zr. Theresia Vansteenhuyse naar het naburige Dadizele om er een hospitaal te stichten.
  • In 1825 gaan 2 zusters werken en wonen in het plaatselijk hospitaal van Moorslede en krijgen hiervoor een bezoldiging van de "Armendis".
  • In 1826 beginnen de zusters - op vraag van vele begoede ouders - met een een betalende lagere "Fransche schole" voor externen.
  • In 1827 trekt Zr. Justine Maes naar Zevekote om er een gasthuis te beginnen.
  • In 1829 volgt Zr. Maria Eugenia Bourgois haar voorbeeld in Klerken.

het klooster in Moorslede omstreeks 1840
het klooster in Moorslede omstreeks 1840

1829 - Het onderwijs (pensionaat, borgerschool en armenschool) groeit weer aan en is in "eenen allerbloeiendsten staat". Zr. Constantia Doorme, nicht van pastoor Carolus Verhelst, opent een doofstommenschool, die betalend is voor de ouders van rijke kinderen. Op herhaald verzoek van de Armendis verhuist de school in 1834 naar Ieper en moet één jaar later haar deuren sluiten door de dood van Zr. Constantia op 29-jarige leeftijd.

Kaart van het huidig bisdom Brugge, met een overzicht van de decanaten
Kaart van het huidig bisdom Brugge, met een overzicht van de decanaten

1834 - Enkele jaren na de Onafhankelijkheid van België (1830) volgt in ons land een herschikking van de bisdommen volgens de nieuwe provinciegrenzen. Voor West-Vlaanderen werd het bisdom Brugge heropgericht, met Mgr. Franciscus-Renatus Boussen aan het hoofd. De parochie Moorslede maakt er sindsdien deel van uit. Heden ten dage spreekt men van de parochiefederatie Moorslede (Moorslede-Dadizele-Slypskapelle), behorend tot het decanaat Menen.

Pastoor Verhelst krijgt in 1834 van bisschop Boussen de toestemming om de bidplaats van de 14 zusters in het klooster te laten omvormen tot kapel. Op 4 september 1835 draagt hij in die nieuwe kapel de eerste mis op.

1837 - Pastoor Verhelst sticht in het pensionaat de "Congregatie van OLV-Onbevlekte-Ontvangenis", voor de meisjes beneden de 13 jaar. O.L.-Vrouw is de hoofdpatroon; de 2de patroon is de H. Aloysius van Gonzaga.

1838 - De nieuwe pastoor Philippus Jacobus Van Caeyseele start een speldewerkschool.

pastoor Martinus Billiau (1841-1868)
doodsprentje van pastoor M. Billiau (1841-1868)

1841 - De volgende pastoor Martinus Billiau pakt uit met een aangepaste versie van de kloosterregel, die de zusters de mogelijkheid biedt om aanvaard te worden als "diocesane congregatie", dwz een communauteit onder de voogdij van de plaatselijke bisschop.

1842 - De Belgische regering vaardigt op 23 september de 1ste organieke Wet op het Lager Onderwijs uit, waardoor scholen voortaan subsidies kunnen krijgen van de overheid (de gemeente), op voorwaarde dat de zusters-"meesteressen" een bekwaamheidsexamen afleggen voor een centrale examen-commissie.

bewaard gebleven communiebank van de 1ste kapel
bewaard gebleven communiebank van de 1ste kapel (1845)

1844-45 - De Brugse bisschop Boussen stemt in met het verzoek van de zusters om een eigen ruime kloosterkapel te hebben, waarin het H. Sacrament altijd bewaard blijft. Die komt er aan de oostkant van het kloosterdomein, met de voorgevel aan de Ieperstraat. Op 27 juli 1845 komt de bisschop persoonlijk naar Moorslede voor de plechtige inwijding van de nieuwgebouwde kapel.

het altaar van de 1ste kapel, in 1895 geplaatst in de kerk van Proven
het altaar van de kapel, in 1895 geplaatst in de kerk van Proven
(foto uit 1969)

Madonna-beeld uit kapel 1845 (foto van beeld in 1947 in het filiaal van Mariakerke)
Madonna-beeld uit kapel 1845 (foto van beeld
in 1947 in het filiaal van Mariakerke)

zilveren godslamp uit de 1ste kapel (1845)
zilveren godslamp uit de 1ste kapel (1845)

1846 - Op 12 november ontvangen de 18 zusters, o.l.v. van Moeder Rosalia Beke, het kloosterkleed en vernieuwen hun 3 kloostergeloften, in aanwezigheid van een gevolmachtigde van de bisschop. Hiermee wordt de communauteit een volwaardige "diocesane congregatie", en is dat tot op vandaag gebleven. De beschermheilige is de H. Vincentius a Paulo. Daarom worden de zusters, tot na WO I (1914-18), op de officiele papieren, "Zusters van de H. Vincentius a Paulo", "Zusters Vincentianen" of "Zusters van Liefde van Moorslede" genoemd.

1856 - Oprichting van het eerste klooster- en schoolfiliaal (= dochterhuis, dat afhankelijk blijft van het moederklooster in Moorslede) in Slyps.

doodprentje van moeder Nathalie Verhelst
doodprentje van Moeder Nathalie Verhelst (1860-1875)

1860 - Moeder Rosalia Beke wordt opgevolgd door Zr. Nathalie Verhelst, die sinds 1825 bestuurster is van het pensionaat. Deze nicht van de eerste overste en stichteres Caroline Verhelst leidt de Congregatie tot haar dood in 1875 en blijft al die tijd aan het hoofd van de kostschool, bijgestaan door 4 zusters-meesteressen. 1861 - De sinds 1825 onafhankelijke communauteit in het "St.-Elisabeth"-hospitaal in Moorslede wordt herenigd met het klooster. 5 van de 7 zusters aanvaarden de versmelting, de 2 overige zijn het er niet mee eens, worden door het bisdom ontslagen van hun verplichtingen en treden uit. Vanaf 1861 zorgen de zusters ook voor de opvang van weeskinderen in het hospitaal. Nog in datzelfde jaar komt in het klooster een bewaarschool tot stand met één zuster.

1864 - Voortaan gaan beurtelings jonge zusters naar de St.-Andreas-normaalschool in Brugge om er zich voor te bereiden op het werk van "schoolmeesteresse". De eerste afgestudeerde onderwijzeres is Zr Séraphine Verschave in 1867. Sommige kandidaat-onderwijzeressen studeren in het klooster en leggen examen af voor een speciale jury.

1869 - Het pensionaat wordt zo succesrijk dat vanaf maart een splinternieuwe kostschoolgebouw in de steigers staat, dat bij de start van het schooljaar 1870-1871 voltooid is.

pastoor Isidorus Ampe (1868-92)
pastoor Isidorus Ampe (1868-92)

1870 - De zusters aanvaarden het kleed van de H. Franciscus van Assisi en doen het jaar daarna hun plechtige professie als Franciscaanse "Derde-ordelingen". Elke maand is er een vergadering in de kapel o.l.v. van de pastoor Isidorus Ampe, die om de twee weken ook een geestelijke conferentie geeft.

1875 - Op 1 mei is de opening van de "St.-Jozef"-wijkschool in het beboste gehucht "De Koekuit", ook "Nachtegaelhoek" genoemd. In datzelfde jaar overlijdt Moeder Nathalie Verhelst en wordt ze opgevolgd door Zr. Seraphine Verschaeve, een van de meesteressen van het pensionaat.

het klooster en pensionaat in 1870
het klooster en pensionaat in 1870

1876 - Op 27 februari sterft in het klooster, op 23-jarige leeftijd Zr. Margaretha-Maria, in de wereld Octavia Vanacker. Guido Gezelle schrijft voor haar dit aangrijpend overlijdensgedicht (opgenomen in de bundel "Zielgedichtjes, XXIX").

1878-80 - De oude school- en kloostergebouwen verkeren in zo'n erbarmelijke staat dat de in 1875 aangetreden Moeder Marie-Joseph Affenaer verplicht is om ze helemaal tot de grond te laten afbreken om er nieuwe in de plaats te zetten.

1879 - Door de "Ongelukswet" voor het Lager Onderwijs van de homogeen liberale (anti-klerikale) regering Frère-Orban worden de katholieke jongens van de gemeenteschool voorlopig ondergebracht in het "St.-Franciscus Xaverius"-lokaal in het klooster.

het klooster voor WO I met kerk van Moorslede op de achtergrond
het klooster vóór WO I met kerk van Moorslede op achtergrond

1884 - Na 5 jaar schoolstrijd komt de Katholieke Partij aan de macht en wordt de Ongelukswet ongedaan gemaakt. De katholieke jongens keren terug naar de inmiddels leeggelopen gemeenteschool. Gevolg gevend aan het bevel van de bisschoppen om in elke parochie minstens één katholieke lagere school te organiseren, rijzen in het hele land kloosterscholen uit de grond. Verscheidene pastoors in het bisdom Brugge richten zich tot de zusters van Moorslede.

Moorslede op de vooravond van de Eerste Wereldoorlog
Moorslede op de vooravond van WO I, met links de kloostertoren

Zo onstaan in de periode tot Wereldoorlog I (1914-18) in West-Vlaanderen tal van filialen, die verbonden blijven met het hoofdklooster: Zonnebeke (waaar de plaatselijke communauteit van 33 zusters fusioneert in 1883), Westouter en Pollinkhove (1884), Waardamme (1889), Middelkerke (1890), Wulpen en Proven (1891), Knokke (1892), Krombeke (1893), Mariakerke-Oostende (1895), de Brabantschool in Poperinge (1898), Raversijde (1905), Oedelem en het gehucht Oostveld (waar de plaatselijke groep van 19 zusters Apostolinnen op hun vraag in 1911 met Moorslede samensmelten).

De plaats van het verdwenen Gasthuis ten Bunderen (bij de blauwe stip), binnen de grenzen van de huidige St. Godelieveparochie van Beitem
De plaats van het verdwenen Gasthuis ten Bunderen (bij de blauwe stip), nu gelegen binnen de grenzen
van de St.-Godelieveparochie van Beitem.

In 1889 wordt de St.-Godelieveparochie opgericht, waarvoor de naburige parochies (Rumbeke, Ledegem en Moorslede) - na heel wat verzet - een deel van hun territorium moeten afstaan. Daarmee ligt de plek van het vroegere Gasthuis Ten Bunderen op het grondgebied van de gemeente Moorslede, maar tegelijk binnen de grenzen van de parochie Beitem (decanaat Roeselare).

links het klooster, rechts het gemeentehuis
links het klooster, rechts het gemeentehuis

1891 - op 7 september richten de zusters in de Gentstraat een betalende school op voor de "welhebbende knechtjongens" tussen 12 en 15 jaar uit Moorslede en de omliggende gemeenten. Dit zogeheten "Klein College" telt in 1901 al 130 leerlingen, in 3 klassen, en blijft bestaan tot WO I, maar wordt nadien niet meer heropgebouwd.

pastoor Karel-Cornelis De Baecker (1892-1893)
pastoor Karel-Cornelis De Baecker (1892-1893)

1893 - De nieuwe pastoor Karel de Baecker deelt het bisdom mee dat hij niet in staat is om alléén behoorlijk de geestelijke directeur te zijn van de sterk groeiende communauteit, van de vele scholen van Moorslede en van de talrijke filialen én daarnaast nog de leiding te hebben van zo'n grote parochie. Bisschop Joannes-Josephus Faict van Brugge benoemt de priester Polydoor Vander Meulen tot eerste eigen "bestierder" van de zusters.

Vanaf 1880 noteert men een nooit eerder geziene stijging van het aantal novicen: vanaf 1880 tot 1884: 14; tussen 1885 en 1890: 23; in de periode 1891-1895: 46 en van 1896 tot 1899: 19. In 20 jaar tijd mag moeder Marie-Joseph Affenaer maar liefst 102 kandidaat-medezusters begroeten!

zicht op de achterzijde van het klooster en de tuin
zicht op de achterzijde van het klooster en de tuin

1892-93 - Door die forse toename van het aantal religieuzen maar ook van de pensionairen, dringt een uitbreiding van het klooster- en scholencomplex en van het domein zich op. De uitbreiding van het domein is niet zo eenvoudig, want het is langs alle kanten ingesloten door openbare wegen. Moeder Marie-Joseph ziet maar één mogelijkheid, nl de aanpalende pastorie en tuin (51a 50ca). De pas benoemde pastoor Karel-Cornelis De Baeker (1892) wil dolgraag zijn pastorie en tuin (eigendom van de kerkfabriek, staande op cijnsgrond van graaf d'Hunolstein, Heer van Dadizele en Moorslede) ruilen met het woonhuis van juffrouw Virginie Holvoet langs de Dadizelestraat (sinds 1876 eigendom van het klooster, eveneens staande op cijnsgrond van graaf d'Hunolstein). Maar tussen het klooster- en pastoriedomein loopt bovendien een openbare voetweg nr 70.

1894 - Na lang onderhandelen met alle betrokken partijen (het klooster, graaf d'Hunolstein, juffrouw Holvoet, de kerkfabriek, de gemeenteraad én het provinciebestuur, komt er eindelijk op 15 juni 1894 een bevredigend akkoord tot stand. Op 19 juli metselt directeur Vander Meulen plechtig de eerste steen van het nieuwe kloostergebouw, de nieuwe kapel, het pensionaat plus een huis voor de directeur en ernaast een weeshuis.

buitenkant van de kapel
buitenkant van de kapel
gedachtenisprentje inwijding kapel (1895)
gedachtenisprentje inwijding kapel (1895)

1895 - De werken vorderen zodanig snel dat ze al na een jaar voltooid zijn. Op 4 juli wordt de oude omwalde pastorie afgebroken, een Engelse tuin aangelegd met een ruime druivenserre. Op 3 september wordt de kapel aan de Ieperstraat, toegewijd aan "O.L.V. van Gedurige Bijstand", plechtig ingewijd door deken H. Loys van Roeselare, in aanwezigheid van kan. Deleyn, de gloednieuwe directeur Désiré Lescouhier, pastoor De Baecker en burgemeester Constant Ghekiere.

het interieur van de kapel
het interieur van de kapel (1895)

groepsfoto (1895)
groepsfoto n.a.v. de inwijding van de nieuwe kloosterkapel (1895)

Op dat moment telt de Congregatie precies 100 zusters en ze willen bij die gelegenheid graag allemaal samen poseren met de directeur op de foto.

een diploma uitgereikt na de 'kampstrijd' tussen alle lagere scholen van Ten Bunderen
een diploma uitgereikt na de "kampstrijd" tussen alle lagere scholen van Ten Bunderen (1934)

1895 - Directeur Lescouhier organiseert voortaan jaarlijks een "kampstrijd" tussen de leerlingen van alle lagere scholen van Moorslede en van de filialen. Aan de flinke leerlingen wordt een diploma of erekaart uitgereikt. Dit gebruik zal behouden blijven tot en met 1939.

Het klooster start in dat jaar een Middelbare Landbouwschool, met Zr. Norbertine Hardeman als bestuurster. In 1903 gaat deze afdeling dicht, bij gebrek aan voldoende kandidaat-leerlingen. Pas na de Eerste Wereldoorlog zal deze school een nieuw élan krijgen.

1897 - In Moorslede wordt de "St.-Jansschool" opgericht op de wijk "Drogenbroodhoek" (Ieperstraat).

het weeshuis
voorgevel van het weeshuis, vooraan rechts

1900 - De wijk "t Kruiske" of "Vierkaven" krijgt ook zijn eigen "H. Familieschool". In datzelfde jaar is het "St.-Vincentius-weeshuis" klaar, palend aan het directeurshuis in de Ieperstraat, bestemd voor de 16 weesmeisjes van het St.-Elisabethospitaal. Na de verwoesting in Wereldoorlog I zal het nieuwe weeshuis niet worden heropgericht.

1904 - Krachtens nieuwe voorschriften van het bisdom wordt het noviciaat volledig afgezonderd van de rest van het klooster, en de novicen leven er onder de hoede van de novicemeesteres.

1906 - Op Paasdag ontstaat een "Mariaschool" op het gehucht "Waterdam".

luchtfoto (1914) van Moorslede  met, op de voorgrond, de ruwbouw van de eigen normaalschool
luchtfoto (1914) van Moorslede met, op de voorgrond, de ruwbouw van de normaalschool

1912 - De nieuwe Moeder Veronica Formans koopt van de familie De Necker een perceel grond (35 a 81 ca) aan in de Ieperstraat, recht tegenover de ingang van het klooster. Men wil er een gebouw optrekken om er klaslokalen in onder te brengen voor het externaat en ook voor een eigen normaalschool. Sinds 1867 worden de jonge religieuzen, die bestemd zijn voor het onderwijs, opgeleid in de St.-Andreas-normaalschool in Brugge, maar dat is natuurlijk een zware financiële last. Het gebouw zou via een ondergrondse tunnel met het klooster verbonden worden.

Bemerk de ruwbouw rechts voor de kerktoren, op deze zeldzame ansichtkaart van het Duitse leger tijdens WO I
Bemerk de ruwbouw rechts vóór de kerktoren (zeldzame ansichtkaart, Duits leger, tijdens WO I)

De werken voor een nieuw externaat en voor een normaalschool beginnen in mei 1914, wanneer de pacht is verstreken van dokter Martens. Bij de aankomst van de Duitse troepen op 19 oktober 1914, na het uitbreken van de 1ste Wereldoorlog zijn 12 lagere klaslokalen klaar. De werken moetten echter worden stopgezet en de in aanbouw zijnde normaalschool wordt, zoals de rest van Moorslede, tijdens de vijandelijkheden helemaal platgegooid en nooit meer opnieuw in de steigers gezet.

groepsfoto van het hele pensionaat
groepsfoto van het hele pensionaat. Midden vooraan Moeder Affenaer; midden achteraan dir. Lescouhier

1914 - Het klooster van Moorslede is aldus in ruim een eeuw tijd uitgegroeid tot een reusachtig gebouwencomplex, bestaande uit het eigenlijke kloosterpand, het noviciaat, het meisjespensionaat, een lagere school (één voor meisjes en één voor jongens), een kantschool, een weeshuis, een afzonderlijk huis voor de directeur én een nog onafgewerkte normaalschool.

de gezagsdragers van het klooster vanaf het ontstaan (1785) t/m Wereldoorlog I (1914-18)
de algemene overste de plaatselijke pastoor als
geestelijke leider
(1875 - 1893)
een eigen directeur als
geestelijke leider
(vanaf 1893)
Carolina Verhelst (1785-1809)
Marie-Jeanne Caron (1809-1822)
Maria-Th. Vansteenkiste (1822-1825)
Rosalia Beke (1825-1860)
Nathalie Verhelst (1860-1875)
Marie-Joseph Affenaer (1875-1899)
Seraphina Verschave (1899-1902)
Cecilia Lambin (1902-1911)
Veronica Forman (1911-1936)
Carolus Ignatius Maddens (1781-1793)
Joannes Baptista Dumortier (1793-1819)
Carolus-Ignatius Verhelst (1820-1838)
Philippus J. Van Caeyseele (1838-1841)
Martinus Billiau (1841-1868)
Isidorus Ampe (1868-1892)
Karel-Cornelis De Baecker (1892-1893)
Polydoor Van der Meulen (1893-1895)
Désiré-Fréderic Lescouhier (1895-1907)
Jozef Verhelst (1907-1944)

het kloostercomplex in Moorslede aan het einde van de 19de eeuw
het klooster- en scholencomplex in Moorslede aan het einde van de 19de eeuw

© Copyright 2007- . Alle rechten voorbehouden. Contact: E-mail