De Zusters van O.L.V.-ten-Bunderen (vanaf omstreeks het jaar 1269)
Moorslede 1269-1578
Frankrijk 1578-1587
Ieper 1587-1785
Moorslede 1785-2004
Zonnebeke 2004 -
varia

   Zoek op deze site met FreeFind

 

beluister ClassicFM NL tijdens het surfen, 126 K stereo ('Windows Media Player' vereist)

de pelgrimsweg Brugge-Parijs via Doornik

kaart met de pelgrimsroutes vanuit het huidige West-Vlaanderen
kaart met de pelgrimsroutes vanuit het huidige West-Vlaanderen:
de "Henegouwse Weg" via Kortrijk en Doornik is blauw gekleurd.

II. De Henegouwse weg vanuit Brugge via Doornik naar Parijs

Brugge was in de late Middeleeuwen een belangrijk vertrekpunt van 2 vaste pelgrimsroutes naar Parijs. Er was ten eerste de zogeheten "Artesische Weg" ("Arrasche Baene") via Moorslede en Arras naar Parijs. Die wordt op een aparte pagina van deze website gedetailleerd beschreven. Ten tweede was er de zogeheten "Henegouwse Weg" ("Doorniksche Baene").

De oude Doorniksche Baene ter hoogte van Pittem. Fragment van een wegenkaart van ca. 1750 (Brugge, Stadsarchief).
De oude "Doorniksche Baene" (links), parallel met het tracé van de nieuwe steenweg (rechts),
ter hoogte van Pittem. Fragment van een wegenkaart van ca. 1750 (Brugge, Stadsarchief).

Die vertrok in Brugge en liep, via Oostkamp, Ruddervoorde, Wingene, Zwevezele, Pittem, Meulebeke, Ingelmunster en Ardooie, naar Kortrijk. En dan verder naar Doornik, St.-Amand, Valenciennes, Ham, Noyon, Compiègne, Verberie, Senlis, Louvre en Le Bourget tot Parijs.

Ter hoogte van Valenciennes waren er 2 aftakkingen, één via Cambrai en één via St.-Quentin, die in Ham weer samenvloeiden tot één route, richting de Franse hoofdstad. Deze "Henegouwse Weg" was weliswaar langer dan de "Artesische Weg", maar vaak de snelste en meest comfortabele. De pelgrims volgden voor een deel de rivieren de Schelde en de Oise, en konden een schipper aanspreken om per boot zuidwaarts te varen. Daarom werd die ook wel eens "de Scheldeweg" genoemd.

Brugge

Kortrijk

het O.L.Vrouwhospitaal in Kortrijk nu
het O.L.Vrouwhospitaal in Kortrijk nu

Kortrijk was in de (Gallo-)Romeinse tijd een belangrijke nederzetting aan de Leie en aan het kruispunt van de heerbaan Boulogne-Keulen en de heerbaan Doornik - Oudenburg. In de late Middeleeuwen konden pelgrims er terecht in het het O.-L.-Vrouwhospitaal. Het werd rond 1200 gesticht net buiten de stadspoorten, in de wijk Buda. Later verzorgde men ook arme zieken. Aanvankelijk werden de gasten en de zieken verzorgd door lekenzusters en -broeders. Vanaf 1520 runden alleen de zusters het hospitaal en leefden ze volgens de regel van St.-Augustinus. Het klooster en de barokke kerk van het het oude Onze-Lieve-Vrouwhospitaal bestaan nog altijd en vormen, samen met de nieuwe hospitaalvleugel (1990), de "Campus O.-L.-Vrouw", die sinds 2003 deel uitmaakt van het AZ-Groeninge.

de St. Maartenskerk in Kortrijk, gezien vanop de Grote Markt.
de St. Maartenskerk in Kortrijk, gezien vanop de Grote Markt

Reeds rond 650 stond in Kortrijk een kerk, gebouwd door St.-Elooi. Van 1199 tot 1203 werd op diezelfde plaats een romaanse Sint-Maartenskerk (1194-1205) opgericht binnen het domein van Boudewijn IX, graaf van Vlaanderen. Rond 1300 werd deze kerk vervangen door een driebeukige gotische hallenkerk, waarvan het schip en de kruisbeuk in hun originele toestand tot vandaag bewaard zijn gebleven. Na de Guldensporenslag in 1302 hingen de Vlamingen 500 gulden sporen van gedode Franse ridders in het koor op, als dank aan O.L.V. van Groeninge. Na een verwoestende brand in 1382 werd de kerk tussen 1390 en 1466 verbouwd. In 1578 werd het gebouw door de Geuzen geplunderd en vernield en daarna hersteld.

portretten van de graven van Vlaanderen. Kortrijk, St. Maartenskerk, Gravenkapel
portretten van de graven van Vlaanderen. Kortrijk, St. Maartenskerk, Gravenkapel

Tijdens de Franse overheersing, in 1794, werd de kerk openbaar verkocht en diende als opslagplaats voor bier en graan en werd zo gered van de sloop. Het middenhoogkoor, de 2 zijkoren en de Sint-Annakapel werden na een brand in 1862 in neo-gotischstijl heropgebouwd. In de Gravenkapel bevinden zich in aparte versierde nissen de geschilderde portretten van de graven van Vlaanderen en een beeld van de H. Catharina (14de eeuw). Een van de pronkstukken van de kerk is een schilderij "De Kruisoprichting" (1631) van Antoon Van Dyck.

Doornik

de romaanse O.-L.-Vrouwkathedraal in Doornik
de romaanse O.-L.-Vrouwkathedraal in Doornik

In Doornik bezochten de bedevaarders de wereldberoemde 12de-eeuwse romaanse O.-L.-Vrouwkathedraal, met haar 5 majestueuze hoge torens boven de kruisbeuk, een van de grootste en mooiste religieuze monumenten van westelijk Europa. Van 1243 tot 1255 werd het romaans koor afgebroken en vervangen door een 58 meter lange gotisch koor. Rond dat koor, achter het hoofdaltaar, waren er 5 kranskapellen. In de middelste kapel, "Notre Dame Flamande" genoemd, stond er op het altaar een Mariabeeld dat veel (straf)pelgrims uit Vlaanderen kwamen vereren.

de gotische St. Jakobskerk in Doornik
de gotische St. Jakobskerk in Doornik

Nog in Doornik was er een gotische St. Jakobskerk, gebouwd in de 13de en 14de eeuw. Maar liefst 3 hospitalen boden onderdak aan de pelgrims: het hospitaal St.-Nicolas du Bruille (ca. 1231); het hospitaal Notre-Dame (ca. 1238) en het St. Jakobshospitaal (1319) met een kapel van de St.-Jacobusbroederschap, dat verdween rond 1670. Doornik was een knooppunt van bedevaartswegen naar Santiago de Compostela. Hier kwam de weg aan die werd gebruikt door pelgrims, die vanuit Gent kwamen via Oudenaarde.

Saint-Amand

de 17de-eeuwse voorgevel van de vroegere abdij van Saint-Amand.
de 17de-eeuwse voorgevel van de vroegere abdij van Saint-Amand.

In Saint-Amand (sinds 1962: Saint-Amand-les-Eaux) gingen de pelgrims in de benedictijnerabdij Saint-Amand-en-Pévèle het graf vereren van de in Vlaanderen erg populaire heilige bisschop Amandus. De abdij werd rond 633-639 gesticht door Amandus op het koninklijk domein van Elnone, dat de Merovingische koning Dagobert I, hem had geschonken, om van daaruit missioneringswerk te verrichten in Vlaanderen. Amandus werd in 647 bisschop van Maastricht en overleed in zijn Elnone-abdij rond 679. De benedictijnerabdij kwam tot hoge bloei in de Karolingische tijd maar werd in 880 vernield door de Noormannen. Hoewel gerestaureerd leed ze herhaaldelijk onder brand en oorlogsgeweld, o.m. bij het begin van de Honderdjarige Oorlog, in 1340. Halfweg de 17de eeuw werd ze helemaal heropgebouwd. Tijdens de Franse Revolutie werd het kloostercomplex openbaar verkocht en tussen 1797 en 1820 vrijwel helemaal gesloopt. Enkel de 100 meter hoge barokke kerktoren (1626) en het voormalige toegangscomplex in Vlaamse Renaissance-stijl zijn overgebleven.

Valenciennes

de toren van de kathedraal Notre-Dame du Saint-Cordon in Valenciennes
de torenspits van de kathedraal Notre-Dame du Saint-Cordon in Valenciennes

In Valenciennes bezochten de pelgrims de kathedraal Notre-Dame du Saint-Cordon. Volgens de legende werd tijdens een hongersnood in 1008 de bevolking geteisterd door pest. De H. Maagd verscheen aan een zekere kluizenaar Bertholin en vroeg hem om de inwoners te verzamelen en te bidden bij de kerk, die Haar was toegewijd. Na een week verscheen de H. Maagd opnieuw, vergezeld van verscheidene engelen, die een scharlaken rode band spanden rond de stad. In een volgende verschijning aan de eremiet vroeg de Maagd Maria om elk jaar een processie af te leggen en hierbij het 18 km lange traject van de band te volgen.

het mirakelbeeld van Notre-Dame du Saint-Cordon
het mirakelbeeld van Notre-Dame du Saint-Cordon

Zo geschiedde en de pestlijders genazen en de bevolking bleef verder gespaard van de epidemie. Sindsdien werd jaarlijks - tot op vandaag - een processie georganiseerd rond de stad, de fameuze "Tour du Saint-Cordon". In Valenciennes stond ook de kerk Saint-Géry, in 1233 gebouwd op vraag van de Franciscanen, op het programma van de bedevaarders.

In Valenciennes kwam de zogeheten Duitse bedevaartsweg "Niederstrasse" aan, die vanuit Keulen via Tongeren, Leuven, Brussel, Halle, Zinnik en Bergen liep. Vanuit Valenciennes waren er tot in Ham, twee variante routes: één via St.-Quentin en één via Cambrai.

1. De vertakking Valenciennes - St.-Quentin - Ham

Saint-Quentin

de gotische St. Quintinus-basiliek in Saint-Quentin.
de gotische St. Quintinus-basiliek in Saint-Quentin.

Reeds vanaf Karolingische tijd stond er in die stad een abdij Saint-Quentin met een kerk, waarin de relieken werd vereerd van de (ook in Vlaanderen zeer bekende) 3de-eeuwse martelaar H. Quintinus (St. Kwinten). Volgens de legende was hij de zoon van een Romeinse senator die zich bekeerde tot het christendom, naar Gallië trok als missionaris en zich vestigde zich in Amiens. Zijn bekeringswerk was zo succesvol dat hij gevangen werd genomen en gemarteld, en vervolgens naar Augusta Veromanduorum (het huidige St.-Quentin) werd gebracht, waar hij werd onthoofd. Zijn lichaam werd in de moerassen van de Somme geworpen maar later op miraculeuze wijze teruggevonden zijn door de H. Eligius, bisschop van Noyon (588-660).

reliekschrijn met de hand van de H. Quintinus
reliekschrijn met de hand van de H. Quintinus

Als volleerd goudsmid plaatste Eligius het stoffelijk overschot van St. Kwinten in een gouden kist en liet een aan Quintinus gewijde kerk en klooster bouwen, waardoor Saint-Quentin een belangrijk bedevaartsoord werd. Op het einde van de 12de eeuw verrees de huidige gotische Sint-Quintinus-basiliek, waarvan de bouw in de 15de eeuw klaar was. In de late Middeleeuwen waren er in St. Quentin ook een St.-Jacobskerk en een St. Jacobskapel.

2. De vertakking Valenciennes - Cambrai - Ham

Cambrai

Kamerijk (het huidige Cambrai) was gelegen op de kruising van 2 belangrijke romeinse heerwegen Bavai-Amiens en Atrecht-Reims. De pelgrimsroute vanuit de Noordelijke Nederlanden (die liep vanuit Utrecht, via Breda, Antwerpen, Mechelen, Brussel en Bergen) vervoegde hier de "Henegouwe weg". In Kamerijk waren er in de late Middeleeuwen maar liefst 8 parochiekerken en 20 kloosterkerken, druk bezocht door de pelgrims, ook door Vlaamse strafpelgrims (de meeste werden tijdens de Franse Revolutie afgebroken). Deze laatsten konden logeren in het hospitaal Saint-Julien (gesticht in 1220).

de verdwenen O.L.Vrouwkathedraal van Cambrai (met gele stip). Fragment van een kaart van Braun & Hogenberg, 1588
de verdwenen O.L.Vrouwkathedraal van Cambrai (met gele stip). Fragment van een kaart van
Braun & Hogenberg, 1588

De blikvanger was de indrukwekkende 12de-eeuwse gotische O.-L.-Vrouwkathedraal, die bekend stond als het "Wonder der Nederlanden". Op diezelfde plaats stond al vanaf de 6de eeuw een kerk, toegewijd aan Maria. Na een brand in de 11de-eeuwse romaanse kerk kwam een gotische kathedraal in de plaats, waaraan werd gewerkt vanaf 1148 tot 1472. In een kapel van de kathedraal vereerden de bedevaarders een icoon van Notre-Dame de Grâce, volgens de overlevering nog geschilderd door de apostel en evangelist Lucas. Tijdens de Franse Revolutie, in 1791, werd de kathedraal flink beschadigd en gebruikt als opslagplaats voor graangewassen. Tijdens de Franse Revolutie werd het gebouw afgebroken, met uitzondering van de toren, die in 1809 tijdens een storm instortte.

maquette van de romaanse benedictijnerabdij van Cambrai.
maquette van de romaanse benedictijnerabdij van Cambrai

In Kamerijk stond er vanaf de 11de-eeuw benedictijnerabdij met een kerk St.-Sépulchre, helemaal naar het model van de H. Grafkerk in Jeruzalem. De kerk werd in de loop der tijden herhaaldelijk herbouwd en overleefde de woelige tijden van de Franse Revolutie, in tegenstelling tot de meeste andere religieuze bouwwerken in Kamerijk. Na het Concordaat tussen Napoleon en Vaticaan in 1801 werd de abdijkerk (die dateert van het einde van de 17de eeuw) weer geopend. Door het verdwijnen van de O.L.Vrouwkathedraal tijdens de Franse Revolutie werd de aartsbisschopszetel in 1804 naar deze kerk verplaatst, waarin zich nu de oeroude icoon van Notre-Dame de Grâce bevindt.

de kerk Saint-Géry van de vroegere abdij Saint-Aubert
de kerk Saint-Géry van de vroegere abdij Saint-Aubert

Nog in Kamerijk was er een abdij Saint-Aubert die bestond tot de Franse Revolutie. De overgebleven abdijkerk heet nu kerk Saint-Géry, naar de naam van de heilige stichter van het bisdom Cambrai, bisschop Géry. In de kerk hangt een schilderij "Graflegging van Jezus" van Rubens (1616). Ook de kerk van de middeleeuwse vrouwenabdij Saint-Lazare, gesticht rond 1116, is overgebleven.

Ham

Noyon

de kathedraal Notre-Dame van Noyon
de kathedraal Notre-Dame van Noyon

De Vlaamse bedevaarders lieten niet na om te bidden bij het reliekschrijn van St. Elooi in de kathedraal Notre-Dame, de op één (die van Sens uit 1135) na oudste gotische kathedraal van Frankrijk. Ze werd gebouwd tussen 1145 en 1235, nadat de vorige (romaanse) kathedraal in 1131 was afgebrand. De huidige vroeggotische kathedraal werd op haar beurt in 1293 gedeeltelijk getroffen door een stadsbrand. St. Elooi (Latijn: Eligius; Frans: Eloi) was in Vlaanderen immens populair. Hij werd rond 588 geboren nabij Limoges en was een vermaarde goudsmid en schatbewaarder van koning Dagobert I. Na de dood van de koning liet Eligius zich tot priester wijden en werd in 641 bisschop van Noyon-Doornik.

St. Elooi als goudsmid. Petrus Christus, 1449. New York, Metropolitan Museum of Art
St. Elooi als goudsmid. Petrus Christus, 1449. New York, Metropolitan Mus. of Art

Hij richtte zich op de kerstening van de Vlamingen, de inwoners van Antwerpen, de Friezen en van de barbaarse stammen langs de kust. Na zijn dood in 660 ontstonden heel wat legenden en mirakelverhalen rondom Eligius. Hij is de patroonheilige van de smeden, elekticiens, metaalbewerkers, enz. Hij wordt meestal afgebeeld in een bisschopsgewaad met een kromstaf of soms in zijn goudsmederij met smidshamer, weegschaal, aambeeld, paardenvoet of tang in de rechterhand, en in de linkerhand een kelk of een gouden miniatuurreliekschrijn.

Compiègne

zicht op het Compiègne van de 18de eeuw
zicht op het Compiègne van de 18de eeuw

Compiègne, aan de samenloop van de rivieren de Aisne en de Oise, bezat een bekend heiligdom: de kerk van de benedictijnerabdij St-Corneille, waarin de lichamen van de heiligen Cornelius (een 3de eeuwse paus) en Cyprianus lagen begraven. De bedevaarders waren ook gefascineerd door tal van andere relieken, o.m. het mes waarmee Jezus werd besneden, een sluier van Maria en vooral een Lijkwade van Jezus (die verdween in 1792). De West-Frankische koning Karel de Kale stichtte de abdij in 876 als een soort van koninklijke kapel. Vlakbij liet de koning een kasteel bouwen dat het centrum was van zijn rijk, "Karlopolis" genaamd.

de kerk van de benedictijnerabdij St-Corneille, voor de afbraak tijdens de Franse Revolutie
de kerk van de benedictijnerabdij St-Corneille,
vóór de afbraak tijdens de Franse Revolutie

Verscheidene Karolingische vorsten werden in de abdijkerk van Compiègne gekroond en begraven, totdat in 987 de abdij St. Denis die rol zal overnemen, met de dynastie van de Capetingers). Tijdens de Franse Revolutie in 1793 werd de abdij, samen met de beelden en graftombes van de Karolingische koningen, verwoest. Nog in Compiègne was er vanaf de 12de-eeuw een St.-Jacobskerk, die nog steeds bestaat, en vanaf 1619 ook een St.-Jacobshospitaal "Hôtel de St.-Jacques en Galice" voor pelgrims.

Senlis

de voorgevel van de kathedraal Notre-Dame in Senlis
de voorgevel van de kathedraal Notre-Dame in Senlis

In Senlis bezochten de pelgrims de fraaie vroeggotische kathedraal Notre-Dame met haar rijzige klokketoren, gebouwd vanaf halfweg de 12de tot de 13de eeuw. Het westportaal - een meesterwerk van gotische beeldhouwkunst - toont de oudst bekende voorstelling in het Westen van de Hemelse kroning van de H. Maagd. Na een brand in 1504 werd het gebouw grondig gerestaureerd.

de koninklijke kapel Saint-Frambourg in Senlis
de koninklijke kapel Saint-Frambourg in Senlis

Ook de collegiale kapel Saint-Frambourg (rond 993 gesticht door koningin Adelaïde, de vrouw van koning Hugo Capet) was in trek bij de bedevaarders omdat ze er het zilveren schrijn met het gebeente van de patroonheilige St.-Frambourg, een 6de-eeuwse kluizenaar uit Auvergne, konden vereren. Van 1177 tot het einde van de 13de eeuw werd de kapel door koning Lodewijk VII luisterrijk herbouwd in gotische stijl.

In Senlis waren er in de late Middeleeuwen 8 parochiekerken, waaronder de kerk Saint-Pierre (11de-16de eeuw) en 3 abdijen, o.m. de abdij Saint-Vincent (gesticht in 1065 met latere aanpassingen in de 13de en 17de eeuw), nu een katholiek jongensinternaat. Dit rijke religieuze patrimonium van Senlis verdween tijdens de Franse Revolutie en kreeg in enkele gevallen een profane bestemming.

Parijs

© Copyright 2007- . Alle rechten voorbehouden. Contact: E-mail