De Zusters van O.L.V.-ten-Bunderen (vanaf omstreeks het jaar 1269)
Moorslede 1269-1578
Frankrijk 1578-1587
Ieper 1587-1785
Moorslede 1785-2004
Zonnebeke 2004 -
varia

   Zoek op deze site met FreeFind

 

beluister ClassicFM NL tijdens het surfen, 126 K stereo ('Windows Media Player' vereist)

De broederschappen van pelgrims


Gids van de St.-Jakobsbroederschap van Senlis (Fr.) voor de pelgrims naar Compostela (1690).
Senlis, Musée d'Art et d'Archéologie.

Eens behoudehn terug thuis neemt hij zijn vroegere plaats in de samenleving opnieuw in. Toch is hij niet helemaal meer de oude, de ervaring van de bedevaart heeft hem blijvend getekend, en meestal zal hij dat dan ook uiten door vragen toegelaten te worden tot, zich aan te sluiten bij een groep waarin hij zijn gelijken kan terugvinden, een broederschap, als die in zijn omgeving bestaat.

het ontstaan

Bedevaarders die behouden thuiskomen leggen hun pelgrimskledij af, scheren hun baard af en nemen hun gewone plaats weer in binnen het gezin, de familie en de plaatselijke gemeenschap. Maar dat belet niet dat ze, na hun terugkeer, graag de herinnering levend houden aan hun moeizame onderneming. Daarbij speelt het verlangen om voortaan 'hun' heilige beschermer speciaal te vereren, het liefst samen met lotgenoten die dezelfde lange bedevaartsweg hebben afgelegd. Daarom sluiten ex-pelgrims zich, indien mogelijk, aan bij een broederschap. De pelgrimage is nu eenmaal een tijdelijk gebeuren, waaraan die broederschap een soort van permanent karakter verleent, zelfs over de grenzen van de dood heen, want gestorven leden kunnen rekenen op de gebeden van alle medebroeders.

Thuiskomst van 3 pelgrims. Ets van H. Cock, naar Brueghel.
Thuiskomst van 3 pelgrims. Ets van H. Cock, naar Brueghel.

De eerste broederschappen ontstaan aan het einde van de 12de eeuw in zuidelijk Frankrijk. In de loop van de 13de eeuw breiden ze zich geleidelijk uit over de rest van Frankrijk en over zowat héél westelijk Europa, ook in onze streken, vooral in de grote en middelgrote steden, maar ook in een aantal dorpen. De meest verspreide en best bekende zijn de Jakobus-broederschappen. In de bloeiperiode (14de - 15de eeuw) zijn er op het grondgebied van het huidige België en van Noord-Frankrijk samen een 40-tal, o.m. in Brugge, Ieper, Gent, Doornik, Rijsel, Arras, Valenciennes, Douai en Cambrai. Van slechts 9 kent men de preciese onstaansdatum. Het gemiddeld aantal leden variëert. In Gent bijv. waren er in de 15de eeuw 69 leden.

De statuten, registers en rekeningboeken van een aantal broederschappen zijn bewaard gebleven, o.m. die van Gent, Mechelen en Tongeren. Daarin kan men lezen welke hun doelstellingen waren, hoe ze recruteerden en functioneerden, wie het beheer had en welke activiteiten ze ontwikkelden.

de algemene doelstellingen

Uit de bewaard gebleven statuten blijkt dat de broederschappen een duidelijke functie hebben, waarbij het het ideaal van de christelijke naastenliefde centraal staat. Dat samenleven in een geest van onderlinge liefde en solidariteit kan verscheidene vormen aannemen:

Voedseluitdeling aan pelgrims en armen. Miniatuur einde 15de eeuw. Gent, St.-Baafskathedraal
Voedseluitdeling aan pelgrims en armen. Miniatuur 15de eeuw.
(Gent, St.-Baafskathedraal)

  • Wederzijdse hulp en bijstand verlenen. Dat betekent concreet: onderlinge (morele, materiële en financiële) steun, bijstaan en verzorgen van zieke of hulpbehoevende medebroeders, bidden voor elkaars zieleheil, een overledene een passende uitvaart verzekeren, de begrafeniskosten van een arm lid betalen, zich inlaten met de weduwen en wezen, enz. Tal van broederschappen vragen hiervoor van hun leden een bescheiden bijdrage in geld of in natura (graan, brood).
  • Een goede verstandhouding onder de leden. Bij ruzie of meningsverschillen moeten de broeders zich inspannen om beide partijen tot bedaren te brengen en met mekaar te verzoenen. Schikken deze zich niet, dan moeten ze de broederschap verlaten.
  • Kandidaat-pelgrims helpen bij de voorbereiding van hun reis, inlichtingen en goede raad verschaffen over hun tocht. De broederschap geeft niet enkel praktische en morele steun maar soms financiële hulp aan de gezinsleden, die achterblijven.

    Een pelgrim naar Santiago de Compostela neemt afscheid van zijn dorp
    Een pelgrim neemt afscheid.... (miniatuur. Rijksarchief, Den Haag)

  • Alle leden van de broederschap wonen de speciale mis bij voor vertrekkende pelgrims en begeleiden hen tot een bepaald punt (een St.-Jakobskruis of -kapel) buiten de stadspoorten. Als ze tijdig op de hoogte zijn, wachten ze teruggekeerde pelgrims op en vergezellen hen feestelijk naar de kerk of St.-Jakobskapel voor een dankzegging.
  • Bij het overlijden van een medebroeder zijn alle leden van de broederschap aanwezig op de lijkdienst, en dat geldt ook voor de latere herdenkings of -jaarmissen. Soms wordt de overledene begraven in zijn pelgrimspak, getooid met de bijhorende attributen (staf, tas, schelpen en insignes).
  • de liefdadigheidswerken blijven echter niet beperkt tot de eigen kring. Tal van pelgrimsbroederschappen (11 van de 19 in de Zuidelijke Nederlanden) beheren in de 14de en 15de eeuw een eigen gasthuis en/of hospitaal, met vrouwelijke en/of mannelijke religieuzen, die pelgrims en behoeftige passanten 1 tot 3 nachten eten en onderdak aanbieden. Zo herbergt het bekende St.-Jakobshospitaal van de Confrerie van Parijs aan het einde van de 14de eeuw gemiddeld 50 mensen per dag. Wanneer een broederschap niet beschikt over een eigen ziekenhuis geeft ze aalmoezen aan de voorbijreizende bedevaarders en armen.

Begrafenis met ossenkar van een ex-pelgrim. Bovenaan zit St.-Jakob. Vlaamse miniatuur van ca 1500 (Oxford, Bodleian Library)
Begrafenis met ossenkar van een ex-pelgrim. Bovenaan St.-Jakob.
Vlaamse miniatuur, ca. 1500 (Oxford, Bodleian Library)

de voorwaarden voor het lidmaatschap

De meeste statuten schrijven voor wie er volwaardig deel kan uitmaken van de broederschap. De selectie-criteria verschillen van de ene tot de andere broederschap, en evolueren (= verruimen) in de loop der eeuwen. Aanvankelijk komen enkel nieuwe leden in aanmerking die de bedevaart persoonlijk hebben afgelegd, uit pure godsvrucht en uit vrije wil, dus zonder enige externe dwang (de zogeheten strafpelgrims tellen niet mee). De kandidaten moeten hun getuigschrift uit het bedevaartsoord kunnen voorleggen.

Boek van de St.-Jakobsbroederschap van Chalon, met de statuten, de ledenlijsten, de boekhouding, e.d. (Mâcon, Archives Départementales)
Boek van de St.-Jakobsbroederschap van Chalon-sur-Saône, met de statuten, de
ledenlijsten, de boekhouding, de reisroute, liederen, gebeden, e.d. (Mâcon, Archives Départementales)

In de late Middeleeuwen treedt er hier en daar een versoepeling op van de toetredingsvoorwaarden en van de morele criteria. In sommige gevallen worden ook degenen toegelaten die iemand anders in hun plaats op bedevaart hadden laten gaan. In bepaalde broederschappen kunnen mensen lid worden die op het punt staan op bedevaart te vertrekken, die voornemens zijn zulks binnen het jaar te doen of anderen die (nog) niet op bedevaart zijn geweest maar wél een speciale verering koesteren voor de heilige.

Sommige broederschappen nemen het nog minder nauw en recruteren - wellicht om extra-geld in kas te krijgen - ook (kapitaalkrachtige) niet-pelgrims, op voorwaarde dat ze enerzijds het bedrag betalen dat overeenkomt met de reële reiskosten naar bijvoorbeeld Compostela, en dat ze anderzijds blijk geven van een vrome en onbesproken levenswandel.

Zegel van de Parijse St.-Jakobsbroederschap (Parijs, Nationaal Archief)
Zegel van de Parijse St.-Jakobsbroederschap (Parijs, Nationaal Archief)

In een aantal broederschappen worden ook vrouwen toegelaten als "medebroederessen" of "medezusters", maar deze zijn duidelijk in de minderheid, niet alleen omdat er minder vrouwen op bedevaart gaan, maar ook en vooral omdat vrouwen in de Middeleeuwen minder deelnemen aan het verenigingsleven. Bovendien mag een vrouw in geen enkele confrerie een bestuursfunctie uitoefenen. In veel broederschappen zijn geestelijken en monniken uitgesloten.

Er is geen klassenonderscheid: armen én rijken zijn welkom in de broederschappen. Er worden enkel het morele criterium van onbesproken gedrag gehanteerd zowel voor toetreding als voor uitsluiting (pelgrims die zich, na herhaalde waarschuwingen, slecht blijven gedragen vliegen eruit). Dat is de theorie. Maar in de praktijk bestaat de meerderheid uit rijken, gerecruteerd onder de rijke poorters en in de stadsgilden, omdat die - in tegenstelling tot de armen - makkelijk de toetredingsbijdrage en het jaarlijks lidgeld kunnen betalen.

het bestuur

Meester van de St.-Jakobsbroederschap van Arras
de Meester van de St.-Jakobsbroederschap van Arras. Schilderij van
A. Lancquier, 1637. (Arras, Musée des Beaux-Arts)

Volgens de statuten berust de leiding van een broederschap meestal in handen van een Meester, bijgestaan door 12 bestuurders (naar het evangelische voorbeeld van Jezus en de 12 apostelen), soms aangevuld door een griffier en door een penningmeester, belast met het inzamelen van de jaarlijkse bijdrage van de leden. Enkel de echte ex-pelgrims kunnen zo'n bestuursfunctie bekleden. Zij moeten waken over de vlotte werking en een goed verloop van de activiteiten van de broederschap.

Geëmailleerde terra-cotta vaas, getooid met met pelgrimskoppen, schelpen en gekruiste staafjes. (Tarn, Musée de Lavaur, 1841)
Geëmailleerde terra-cotta vaas, getooid met met pelgrimskoppen, schelpen
en gekruiste staafjes. (Tarn, Musée de Lavaur, 1841)

openbare activiteiten

De pelgrimsbroederschappen treden ook als groep naar buiten bij bepaalde kerkelijk-liturgische gebeurtenissen en naar aanleiding van burgerlijke feesten (kermis of jaarmarkt).
  • De hoofdactiviteit is de jaarlijkse luisterrijke viering van de patroonheilige van de broederschap. Voor St. Jacobus van Compostela is dat op 25 juli of op de daaropvolgende zondag. Deze feestdag verloopt als volgt:

    1. De dag begint met een plechtige mis met gezangen en muziek in de eigen kapel (als ze daarover beschikken) of in de plaatselijke kerk. Na het zingen van de litanie van de heilige offeren de broeders zelfgemaakte kaarsen, waarmee ze het interieur verlichten.

      Jaarlijkse processsie van de St.-Jakobsbroederschap in de 17de eeuw (Parijs, Musée Carnavalet)
      Jaarlijkse processsie van de Parijse St.-Jakobsbroederschap, 17de eeuw (Parijs, Musée Carnavalet)

    2. Na de mis stappen de leden (enkel de echte ex-pelgrims) groepsgewijs op in een processie. Ze zijn uitgedost in hun pelgrimskostuum (met schoudermantel en hoed), getooid met bedevaart-kentekens (staf en broodtas) en symbolische voorwerpen (insignes). Vooraan stapt de Meester met de erestaf (ere-palster), met bovenop een beeldje van Jakobus. Ook het eigen vaandel van de broederschap, waarop de heilige is afgebeeld, gaat mee. Verder in de processie nog meer vertoon van vlaggen, bannieren, kruisen en natuurlijk het beeld van St.-Jakob.

    3. Na het afsluiten van het religieuze gedeelte verzamelen de broeders zich voor de jaarlijkse algemene ledenvergadering. Op het programma staat o.m. het horen van de rekeningen (inkomsten en uitgaven), de (her)verkiezing van de bestuursleden en de stemming over de kandidatuur van nieuwe leden. Om te worden opgenomen in de broederschap moet men gewoonlijk zijn voorgedragen door een of meer leden en aanvaard door een meerderheid van de leden. Tijdens de toetredingsceremonie zweert de nieuwkomer dat hij de bedevaart werkelijk zélf heeft afgelegd, uit vroomheid en uit vrije wil, dat hij de regels en statuten zal naleven en dat hij zich in een geest van christelijke naastenliefde zal gedragen tegenover de medebroeders, en dat hij zijn toetredingsgeld (dikwijls in de vorm van een hoeveelheid was) en jaarlijkse bijdrage trouw zal betalen. Na deze toetredingsceremonie wordt de nieuwe broeder met groot vertoon binnengeleid in de St.-Jakobskapel van de broederschap of tot bij het beeld van de heilige in de plaatselijke kerk.

      Banket van een broederschap. Miniatuur van omstreeks 1500. (Parijs, Bibliothèque Nationale)
      Banket van een broederschap. Miniatuur ca. 1500. (Parijs, Bibl. Nationale)

    4. Het hoogtepunt van de dag is een (al dan niet door de deelnemers betaald) groot banket, opgeluisterd met gezang en muziek en dans. In Parijs namen in de 14de eeuw jaarlijks gemiddeld 1000 leden van de Confrerie deel aan het festijn.

    Vlaamse kermis met een openlucht-wagenspel. David Vinckboons (1576 - 1629)
    Vlaamse kermis met een openlucht-wagenspel. (David Vinckboons, 1576 - 1629)

  • Vanaf de 14de tot en met de 17de eeuw voert de broederschap hier en daar (bijv. in Leuven en Compiègne) een religieus mysteriespel op, waarin episoden uit het leven van St.-Jakob of mirakelverhalen of legenden van de heilige worden uitgebeeld. Dat theater heeft oorspronkelijk plaats in de kerk of de St.-Jacobskapel, in de late Middeleeuwen verhuist het naar het kerkplein of naar de markt voor de stadshallen.

    Compostela-pelgrims in de Evermarusprocessie in het Nederlanse Rutten
    Compostela-pelgrims nemen deel aan de Evermarusprocessie in het Nederlanse Rutten

    Bij bepaalde gelegenheden (bijv. een blijde intrede) zetten de leden van de pelgrimsbroederschap extra-luister bij door hun aanwezigheid. Op sommige kerkelijke feestdagen (de jaarlijkse kermis) nemen ze deel aan de liturgische plechtigheid en aan de processie. Op enkele plaatsen is die traditie tot op vandaag bewaard gebleven, bijv. in Roermond en in Rutten (Nederlands-Limburg), waar op 1 mei, naar jaarlijkse gewoonte, 8 ex-Compostelagangers mee opstappen in de processsie van St.-Evermarus.

    St.-Jakobus omringd door de leden van de Jakobsgilde. A. Bloemaert, 1642 (Leuven, St.- Jakobskerk)
    St.-Jakobus omringd door de leden van de Jakobsgilde. A. Bloemaert, 1642.
    (schilderij in de St.-Jakobskerk in Leuven).

    Vermeldenswaard is nog de aloude schuttersgilde in Leuven, met St.-Jakob als patroon, die tot in de ste helft van de 20ste eeuw blijft voortbestaan. Jakobus wordt er (net zoals bij de gilde van de vissers in Lier en in Mechelen) als schutspatroon gekozen omdat hij, volgens de legende, als ridder verscheen tijdens de slag van Clavijo (844) en streed aan de zijde van de Christenen tegen de Moren. Daarom werd de heilige door de Spanjaarden ook "Matamoros" (Morendoder) genoemd.

de teloorgang

Processievaandel van de St.-Jakobsbroederschap in het Bretoense Tremeven Koperen punt van een 16de eeuwse processie-staf van de St.-Jabobsbroederschap (Bordeaux, Musée des Arts Décoratifs)

Links het processievaandel van de St.-Jakobsbroederschap in het Bretoense Tremeven. Rechts de koperen
punt van een 16de eeuwse processie-erestaf van de St.-Jakobsbroederschap (Bordeaux, Musée des Arts Décoratifs)

Met de Reformatie, de protestantse Beeldenstorm en de aanhoudende godsdienstoorlogen in de 16de eeuw gaan de bedevaarten in het algemeen achteruit. Vele pelgrimbroederschappen verdwijnen of leiden een kwijnend bestaan. Alleen in de niet-protestantse landen, o.m. in Vlaanderen, werkt de zuiverende en stimulerende invloed van het Concilie van Trente nog door en blijven de gelovigen hun devotie voor Santiago koesteren. Desondanks verkommeren tal van broederschappen en er komen nog nauwelijks nieuwe stichtingen bij.

De eigenlijke vervalperiode wordt ingeluid in de 17de en 18de eeuw. Met name onder het Oostenrijks Bewind van keizerin Maria-Theresia en van haar zoon keizer Jozef II worden de eigendommen van de broederschappen in beslag genomen of ze krijgen een andere bestemming als hospitaal of bejaardentehuis. De weinige broederschappen die nog overblijven worden tijdens de Franse Revolutie en onder het Franse Bewind aan het einde van de 18de eeuw opgedoekt. Slechts enkele herrijzen uit hun as gedurende de 19de eeuw.

© Copyright 2007- . Alle rechten voorbehouden. Contact: E-mail