De Zusters van O.L.V.-ten-Bunderen (vanaf omstreeks het jaar 1269)
Moorslede 1269-1578
Frankrijk 1578-1587
Ieper 1587-1785
Moorslede 1785-2004
Zonnebeke 2004 -
varia

   Zoek op deze site met FreeFind

 

beluister ClassicFM NL tijdens het surfen, 126 K stereo ('Windows Media Player' vereist)

De insignes van de pelgrims

lood-tin bedevaartsinsigne van St. Elooi. Noyon, eind 13de eeuw. (Londen, Museum of London)
lood-tin bedevaartsinsigne van St. Elooi. Noyon, eind 13de eeuw. (Londen, Museum of London)

Als zichtbaar teken van hun volbrachte bezoek aan een bedevaartsoord, bijv. Rome, Jeruzalem of Santiago de Compostela, namen de middeleeuwse pelgrims, net zoals de hedendaagse toeristen, een bescheiden en betaalbaar devotioneel aandenken mee naar huis, een zogeheten insigne (afgeleid van het Latijnse woord "insignis", wat letterlijk betekent: embleem, symbool, ken- of onderscheidingsteken), ook pelgrimsteken (in het Middelnederlands "vestelken" of "loodje") genoemd. Insignes, meestal gegoten in een legering van tin en lood, waren de verre voorlopers van de hedendaagse sierspelden, buttons, badges of pins.

O.L.Vrouw. Aardenburg. 15de eeuw
O.L.Vrouw. Aardenburg. 15de eeuw

In de late Middeleeuwen werden insignes op grote schaal geproduceerd en te koop aangeboden in haast elk bedevaartsoord. Om de herinnering levend te houden aan hun indrukwekkende ervaringen speldden pelgrims van alle rangen en standen deze kleine metalen voorwerpen tijdens de terugreis op hun ransel, gordel, mantel of schouderkraag en vooral op de vooraan omhooggeslagen rand van hun hoed. Soms was de hoed en/of schouderkraag er helemaal mee bezaaid! Net zoals de ransel, de wandelstaf, de hoed, de pelgrimsmantel en de jakobsschelp golden insignes als typische attributen van bedevaarders.

gebruikt materialen


Insignes waren gesneden uit ivoor, been of git. Meestal echter werden ze vervaardigd uit 2 soorten metaal:

  • edelmetalen, zoals massief goud of zilver of verguld zilver. Die werden in de heiligdommen aangeschaft door rijke pelgrims, edellieden, stedelijke welgestelde burgers, leden van de hogere clerus, abten enz.
  • eenvoudig metalen, zoals koper, brons, messing, lood en vooral lood-tin legering. De meeste insignes, die op bedevaartsplaatsen werden aangeboden, waren massaproducten, gegoten in lood-tin legering. Omdat deze legering makkelijk smelt was de productie ervan snel, eenvoudig en dus goedkoop. De grote massa van arme pelgrims moest zich dan ook hiermee tevreden stellen.

geschiedenis van de insignes

O.L.Vrouw. Le Puy. 14de eeuw
O.L.Vrouw. Le Puy. 14de eeuw.
St. Guilhem. St. Guilhem-le-Désert. 13de eeuw
St. Guilhem. St. Guilhem-le-Désert. 13de eeuw

De pelgrimstekens werden, vooral vanaf de late 12de eeuw, op grote schaal geproduceerd en bleven zeer populair tot ver in de 16de eeuw. Deze kleine plaketvormige metalen voorwerpen waren aan de 4 uithoeken voorzien van een ringetje om ze vast te hechten aan de hoed of aan een kledingstuk. In de beginperiode waren de gietsels enkel aan één kant uitgewerkt.

Notre-Dame. Parijs. 13de eeuw
Notre-Dame. Parijs. 13de eeuw.
de H. Cornelius. Adinkerke. Ca. 1400
de H. Cornelius. Adinkerke. Ca. 1400

Vanaf de 14de eeuw ging het steeds vaker om opengewerkte reliëfvoorstellingen, die aan beide kanten waren beslagen. De afbeelding was in een lijst of in een nis geplaatst. Dit ajour-gietwerk werd voorzien van een contrasterende achtergrond door middel van gekleurde stof, papier of perkament.

St. Arnoldus. Oudenburg. Ca. 1500
St. Arnoldus. Oudenburg. Ca. 1500.
St. Sylvester. Mesen. Ca. 1500
St. Sylvester. Mesen. Ca. 1500

In de 2de helft van de 15de eeuw veranderden het uitzicht, het formaat en de vormelijke opbouw van de bedevaarttekens. In plaats van de met 4 ogen voorziene geperforeerde gietsels kwamen massief gegoten munt- of medaillevormige plaketten in de plaats, die aan één zijde waren gedecoreerd. De oorspronkelijke ogen aan de 4 zijkanten werden vervangen door dicht bij de rand ingeponste gaatjes, die op de hoed of op de kledij werden opgenaaid.

insigne met spiegeltje. H. Rok. Trier. 15de eeuw.
insigne met spiegeltje. H. Rok. Trier. 15de eeuw
spiegel-insigne. Driekoningen. Keulen. 15de eeuw
spiegel-insigne. Driekoningen. Keulen. 15de eeuw

Nog in de 15de eeuw ontstond het zogeheten spiegelteken. Deze vertoonde 3 cirkels met daarin een afbeelding. De middelste cirkel echter was beeldvrij en daarop werd met radiaal aangebrachte tongetjes een klein rond spiegeltje vastgeklemd. Wat was de functie van dat spiegelteken? Door de grote volkstoeloop werden in sommige cultusplaatsen de relieken buiten het kerkgebouw vertoond. De pelgrims hielden zo'n spiegelteken omhoog om er, van op afstand, de heilige genadestralen van de getoonde relikwieën mee op te vangen en te bewaren.

Tegen het einde van de 16de eeuw verdwenen de als massaproduct gegoten lood-tinnen insignes zo goed als volledig, als gevolg van de veranderende religiositeit. Ze werden verdrongen door gedrukte papieren bedevaartvaantjes en bidprentjes. Vanaf de 17de eeuw kwamen kleine vlakke plaketjes of medailles in trek, die aan weerszijden waren gedecoreerd en - tot op vandaag - om de hals worden gedragen.

de functies van insignes tijdens de reis

bedevaarders met insignes van Rome op de hoed. Schilderij van rond 1510.
bedevaarders met insignes van Rome vooraan op de hoed. Schilderij van rond 1510

  • Versiersel. De behoefte om zich te tooien met versierselen, zoals ringen, halsbanden, sierspelden, enz. is immers zo oud als de mensheid.

  • Souvenir. De insignes waren tastbare souvenirs van een bedevaartsoord en van heiligdommen die tijdens de heen- en terugreis van de pelgrimage werden aangedaan.

    Mirakelkruis.Damme. 15de eeuw
    Mirakelkruis.Damme. 15de eeuw
    St. Gertrudis. Nijvel. 1475
    St. Gertrudis. Nijvel. 1475

  • Signaalfunctie. Insignes betekenden voor de middeleeuwse pelgrims véél meer dan een versiersel of een herinnering aan de lange bedevaartstocht. Het waren symbolen waarmee de drager een boodschap uitzond, die door de anderen makkelijk werd "gelezen". Deze zelfgekozen tekens signaleerden wie de laatmiddeleeuwse drager precies was, wat hij dacht, wat hij geloofde, welke maatschappelijke positie hij had, enz. Daarmee onderscheidde de pelgrim zich van de anderen als individu. Samen met de attributen van staf en ransel verwezen de insignes naar de héle maatschappelijke groepering waartoe het individu behoorde, nl. naar de bedevaarders, die van een bepaalde (juridische) status en onaantastbaarheid in de samenleving genoten.

    St. Rochus als pelgrim met insignes op de hoed. Bad Aussee, retabel, 1480
    St. Rochus als pelgrim met insignes op de hoed. Bad Aussee, retabel, 1480

  • Onmiddellijke herkenbaarheid. Insignes verwezen direct naar een bepaald genadeoord en naar de heilige(n) of reliek(en) die daar werd(en) vereerd. Zo kon men aan de "vestelkens" die de bedevaarder bij zijn terugkeer droeg, aflezen welk(e) heligdom(men) hij op zijn tocht had aangedaan. Elke cultusplaats vertoonde op haar insigne een of meer plaatsgebonden afbeeldingen en/of preciese iconografische voorstellingen, zoals het mirakelbeeld van de heilige, de reliek zélf, het reliekschrijn, een belangrijk feit uit het leven van de vereerde heilige, een mirakel van de heilige, het kerkgebouw of een plaatselijk devotioneel gebruik...

  • Beschermend attribuut. Een insigne gold als een soort van "vrijgeleide" op onveilige wegen en in tijden van onrust, als een teken dat de drager ervan betrouwbaar was. Ze behoedde de bedevaarder voor een slechte behandeling, sterker nog, ze droeg ze ertoe bij dat hij in de gasthuizen langs de reisweg hartelijk, respectvol en gastvrij werd ontvangen en voorzien van slaapgelegenheid, eten en drinken. Insignes boden bescherming tijdens de lange terugreis tegen allerlei gevaren en boosdoeners

    de H. Adrianus. Geraardsbergen. Ca. 1500
    de H. Adrianus. Geraardsbergen. Ca. 1500
    O.L.Vrouw. Halle. 15de eeuw
    O.L.Vrouw. Halle. 15de eeuw

  • Een niet-officiëel bewijs van de volbrachte pelgrimage. De insignes werden in de bedevaartsplaats zélf - en van rechtswege ook alléén daar - gegoten en verkocht. Maar in de praktijk werd met deze pelgrimstekens ook buiten de bedevaartsplaatsen handel gedreven, vooral door rondtrekkende bedelaars en vaganten. Mensen, die er nooit geweest waren, konden dus doen alsof ze een verafgelegen bedeplaats wél hadden bezocht. Daarom werden pelgrimstekens dan ook niet als een formeel bewijs van een inderdaad voltrokken bedevaart gezien. De bedevaarders - met name de strafbedevaarders - moesten bij hun terugkeer steeds een officieel schriftelijk certificaat kunnen voorleggen, dat op de eindbestemming was afgeleverd.

    Maria met Kind. Aken. Begin 13de eeuw.
    Maria met Kind. Aken. Begin 13de eeuw.
    Volto Santo kruis. Lucca. 14de eeuw
    Volto Santo kruis. Lucca. 14de eeuw

  • Drager van geestelijke kracht. De pelgrim kenden aan de insignes religieuze en heilzame eigenschappen toe. Omdat de insignes het graf, de relikwieën, het reliekschrijn of het beeld van de heilige hadden aangeraakt werden deze verondersteld op hun beurt een diepere "geestelijke kracht" te bezitten, die naar huis kon worden meegenomen. De pelgrims beschouwden de insignes als een soort van magisch geladen amuletten, die niet enkel geluk brachten maar ook en vooral het kwaad afweerden.

de functies van insignes na de bedevaart

de St. Jakobsschelp, het universeel pelgrimsteken
de St. Jakobsschelp, het universeel christelijk pelgrimsteken

De middeleeuwse bedevaarders waren er heilig van overtuigd dat de kracht van de relieken, die werden vereerd in het pelgrimsoord, werkzaam bleef in de insignes. Daarom vereerden ze, eenmaal thuisgekomen van de verre reis, deze metalen kleinoden als een soort van "plaatsvervangende" relieken.

  • De insignes werden vooral gebruikt voor allerhande bijgelovige en magische praktijken. Omwille van de magische kracht die ze uitstraalden en om alle onheil af te weren werden ze aangebracht tegen een buitengevel of tegen een binnenmuur van het huis, boven de staldeur, bij de waterput, in de drinkplaatsen van het vee, aan bijenkorven, enz., of begraven in de akker tegen onkruid, ongedierte, muizenplagen en aanvreting.

  • Insignes werden ook aangewend in de volksgeneeskunde. Het pelgrimsteken, drager van genezende krachten, werd in water of wijn gedompeld, die men de zieke als medicijn aanbood, ofwel bracht men de insigne in direct contact met het zieke lichaamsdeel.

    St. Rumoldus. Mechelen. insigne op klok. 15de eeuw
    St. Rumoldus. Mechelen. insigne op klok. 15de eeuw

  • Het was in de 14de en 15de eeuw een vaak voorkomende gewoonte om pelgrimstekens aan te brengen in het afgietsel van kerkklokken. Volgens het volksgeloof verwekte het klokkengelui bezwerende krachten die onweer of demonen konden afwenden. Dank zij dit vrome gebruik zijn talrijke modellen van insignes bewaard gebleven, waarvan het originele exemplaar verloren is gegaan.

    geschilderde insignes in Vlaams getijdenboek. Begin 16de eeuw. Wenen, Osterr. Nationalbibl.
    geschilderde insignes in Vlaams getijdenboek. 16de eeuw.
    (Wenen, Osterreichische Nationalbibliothek)

  • Insignes werden in gebeden- en getijdenboeken en andere laatmiddeleeuwse devotionele handschriften genaaid of gelijmd. Zo kreeg het gebed tot een bepaalde heilige een extra accent door een pelgrimsteken, afkomstig van een aan die heilige gewijd bedevaartsoord, in het gebedenboek te bewaren. Met behulp van die pelgrimtekens kon men, in gedachten en door aanraking ervan, een soort van geestelijke pelgrimage maken naar het betreffende heiligdom. In Vlaamse getijdenboeken uit de 15de en 16de eeuw - meestal uit de zogeheten Gent-Brugse school, rond Sander en Simon Bening - werd op sommige bladzijden een collectie insignes en pelgrimsmedailles zeer realistisch geschilderd als randversiering.

    Besloten Hofje, versierd met insignes. 1520. Mechelen, Archief Commissie Openbare Onderstand.
    Besloten Hofje, versierd met insignes. 1520. Mechelen, Archief
    Commissie Openbare Onderstand.

  • Insignes werden in de late Middeleeuwen, vooral in kloosters en begijnhoven in de Zuidelijke Nederlanden, ook bijeengebracht in zogeheten "Besloten Hofjes". Dat waren kleine retabelkastjes, al dan niet afgesloten met een hekje, waarin allerhande decoratieve en devotionele voorwerpen hingen, zoals zijden bloemen, vruchten, planten, relieken, medaillons, heiligenbeeldjes, enz. Het Besloten Hofje was de materiële verwezenlijking van de "hortus conclusus", de besloten tuin van de geliefden uit het Hooglied (4, 12-15) waarbij de gelovige beschouwer in gebed langs alle verzamelde elementen ging om zo een spirituele pelgrimstocht te maken.

    de apostel Marcus. Venetië. 15de eeuw
    de apostel Marcus. Venetië. 15de eeuw
    zilveren insigne Maria Magdalena. Ste.-Baume. 15de eeuw
    Maria Magdalena. Ste.-Baume. Zilver. 15de eeuw

  • We vinden insignes ook terug als sieraden op reliekhouders, op heiligenbeelden en andere dovie-objecten, als votiefgaven in bedevaartsoorden, als deksel of bodemmedaillon van tinnen kannen en andere gebruiksvoorwerpen.

  • Insignes, met name de Jakobsschelpen, waren in de Middeleeuwen zo onlosmakelijk verbonden met de pelgrims, dat de verwanten bij hun dood een of meer exemplaren op hun lichaam legden in het graf. Dit gebeurde vanuit de geloofsovertuiging dat, bij de wederopstanding aan het einde der tijden, ze meteen zouden worden herkend en beloond als pelgrim.

massa-productie

de aartsengel Michael. Mont St.-Michel. 15de eeuw
de aartsengel Michael. Mont St.-Michel. 15de eeuw
Zwarte Madonna. Chartes. 14de eeuw
Zwarte Madonna. Chartes. 14de eeuw

Insignes waren in de late Middeleeuwen echte massa-producten. Ze werden in vrijwel alle bedevaartsplaatsen in grote hoeveelheden vervaardigd. Ongelooflijke aantallen insignes moeten dus hebben gecirculeerd. In het Zwitserse Einsiedeln werd in 1466, tijdens de jubileum-viering van het miraculeuze Mariabeeld, in iets meer dan 2 weken zo'n 140.000 insignes verkocht! De vraag was dus groot, maar het aanbod kon gelijke tred houden. Omdat in de regel een lood-tin legering als metaal werd gebruikt verliep de smelting en dus de productie van insignes sneller. Lood-tinnen insignes waren dan ook relatief goedkoop en betaalbaar voor de arme pelgrims.

O.L.Vrouw Potterie. Brugge. 16de eeuw
O.L.Vrouw Potterie. Brugge. 16de eeuw
O.L.Vrouw. Aarschot. Rond 1500
O.L.Vrouw. Aarschot. Rond 1500

De insignes werden in serie gegoten in een holle gietvorm (= mal, moulure), meestal van lei- of speksteen, soms van metaal. Deze vormen werden bijna altijd door vakkundige ambachtslui, meestal edelsmeden of stempelsnijders, vervaardigd. De vorm (van de voorzijde) en de dekplaat (van de achterkant) pasten door pluggen en overeenkomende uithollingen precies in elkaar. Het gesmolten metaal werd via trechtervormige gleuven in de vorm gegoten. Van de meeste insignes was slechts de voorzijde uitgewerkt met een religieuze voorstelling. Het plat vlak, onderaan de mal, was vaak voorzien van een ingekrast diagonaal lijnenrooster, dat aan het breekbaar gietstuk wat meer stevigheid moest verlenen. In plaats van deze groeven werd soms een eenvoudige geometrisch patroon of een religieus symbool (een kruis, een XP-teken, Alpha en Omega) gegraveerd, zodat de ommezijde van de insigne toch een sobere versiering meekreeg.

gietvorm voor pelgrimsteken van St. Goedele. Brussel, Kon. Mus. Kunst en Geschiedenis
gietvorm voor pelgrimsteken van St. Goedele. 15de eeuw. Brussel, Kon. Mus. Kunst & Gesch.

Slechts enkele gietvormen voor pelgrimstekens zijn bewaard gebleven. Een mooi, haast onbeschadigd exemplaar wordt bewaard in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel. Het zou afkomstig zijn van de St. Goedelekerk aldaar. Het stelt St. Goedele, de patrones van Brussel voor, met naast zich de H. Gertrudis van Nijvel en de H. Cornelius plus 2 knielende pelgrims.

de verkoop

pelgrimsstalletjes op het kerkplein van een bedevaartsoord. Miniatuur, 15de eeuw. St.-Petersburg, Nationale Bibliotheek
pelgrimsstalletjes op het kerkplein van een bedevaartsoord. Miniatuur, 15de eeuw.
(St.-Petersburg, Nationale Bibliotheek)

Insignes werden in haast alle bedevaartsoorden van enige betekenis in grote hoeveelheden te koop aangeboden. De vervaardiging en de verkoop van pelgrimstekens en andere souvenirs was, zeker op hoogtijdagen, een héél winstgevende handel. Meestal beschikte de plaatselijke kerkelijke overheid over het monopolie. Zij besteede dat uit aan een bepaalde gilde of aan een (adellijke) familie. Op elke aantasting door derden van dat alleenrecht stonden zware kerkelijke straffen. In het Franse Maria-oord Rocamadour bijv. was het recht in handen van zowel de bisschop van Tulle als van de familie de Valon, die de winst deelden. In 1199 gaf paus Innocentius III de kapittelheren van de St. Pietersbasiliek in Rome het alleenrecht om insignes te (laten) maken en verkopen.

Plaza de la Azabacheria aan de noordgevel van de kathedraal van Compostela
de Plaza de la Azabacheria aan de noordgevel van de kathedraal van Compostela

Vanaf de 12de eeuw werden in Compostela de Jakobsschelpen en andere insignes te koop aangeboden in een honderdtal kraampjes op de "Plaza de la Azabachería", een plein aan de oostkant van de kathedraal. Enkel de handelaars, die beschikten over een speciale vergunning van de aartsbisschop, de zogeheten "concheiros", mochten er hun waren uitstallen, in ruil voor het betalen van een bepaalde rente. De verkoop van schelpen en van devotionalia en reisbenodigdheden op een andere plaats, binnen of buiten de stad, was op straffe van excommunicatie verboden! Gedurende de 13de eeuw probeerden 4 opeenvolgende pausen de illegale verkoop van insignes langs de bedevaartswegen naar Compostela uit te bannen. Het was echter niet te voorkomen dat met deze pelgrimstekens ook buiten de bedevaartsplaatsen clandestiene handel werd gedreven, vooral door rondtrekkende bedelaars, vaganten, toneelgezelschappen en troubadours.

hoe bewaard gebleven en teruggevonden?

O.L.Vrouw. Boulogne-surt-Mer. 14de eeuw
O.L.Vrouw. Boulogne-surt-Mer. 14de eeuw
St. Martin. Tours. 14de eeuw
St. Martin. Tours. 14de eeuw

Van de vele tienduizen, ja zelfs honderdduizenden laat-middeleeuwse insignes zijn er maar betrekkelijk weinig originele exemplaren bewaard gebleven. Van het pelgrimstekens van het vermaarde bedevaartsoord Aken bijv. zijn maar 6 oorspronkelijke exemplaren teruggevonden, plus 90 afgietsels ervan op kerkklokken. Hoe komt dat? De goedkope loodtinnen insignes raakten thuis na verloop van tijd verloren. Ze werden ook vaak met opzet in de grond gestopt om de gewassen op het veld positief te beïnvloeden. Of ze werden gewoon weggegooid. Verreweg de meeste insignes werden begraven met het lichaam van de overleden pelgrims.

St. Jan de Doper, Amiens. begin 13de eeuw. tin-lood. Londen, Museum of London.
St. Jan de Doper, Amiens. 13de eeuw. Londen, Museum of London.

Van de "bovengrondse" pelgrimstekens zijn er méér bewaard gebleven, maar die zijn meestal van edelmetaal (goud en zilver). Het gaat om insignes die afgegoten werden op kerkklokken, die als deksel- of bodemsieraad dienden van tinnen kannen en andere gebruiksvoorwerpen, die werden geplaatst in een reliekhouder of andere kerkelijke voorwerpen (altaren, doopbekkens, e.d.), die werden vastgeplakt in gebeden- en getijdenboeken of die men in zogeheten "Besloten Hofjes" vasthechtte.

Veel pelgrimstekens zijn in de voorbije decennia opgedolven tijdens grondwerken in oude woonkernen, langs oude wegen of waterlopen (bijv. voor de aanleg van een tunnel of van fundamenten) tijdens archeologische opgravingen, bij het blootleggen van pelgrimsgraven of bij het "doorlichten" van de aardbodem met een metaaldetector.

St. Josse. St. Josse-sur-Mer. 15de eeuw
St. Josse. St. Josse-sur-Mer. 15de eeuw
St. Maur. Saint-Maure. 15de eeuw
St. Maur. Saint-Maure. 15de eeuw

De gaaf gebleven insignes werden vooral teruggevonden in vochte aardlagen, op de oevers en bodem van rivieren en beken (die als afvalstortplaatsen werden gebruikt!). Slik, moeras en vochtige plaatsen met een hoge grondwaterstand zijn bijzonder geschikt voor het bewaren van de laatmiddeleeuwse lood-tinnen pelgrimsinsignes. De oudste authentieke tekens, die men tot op heden uit bodem- en riviervondsten haalde, dateren uit de 2de helft van de 12de-eeuw.

De datering en de geogragische herkomst van de teruggevonden insignes is niet altijd eenvoudig en vaak zelfs onmogelijk, wanneer de afbeelding te algemeen is en niet verwijst naar een specifiek bedevaartsoord. Een algemene voorstelling van de H. Maagd geeft allerminst hulp of uitsluitsel, want er waren in de late Middeleeuwen talloze Maria-oorden! Opschriften met de naam van het genadeoord op de pelgrimstekens waren schaars.

de geografische herkomst

  • De 3 grote pelgrimsoorden.

      tin-lood Jakobsschelp. 15de eeuw.
      tin-lood Jakobsschelp. 15de eeuw.

    1. Santiago. De overbekende St.-Jakobsschelp (zowel de natuurlijke kamschelp als een replica ervan) was het meest typisch insigne van de Compostelagangers en groeide in de late Middeleeuwen uit tot het herkenningsteken bij uitstek van alle bedevaarders, welke ook hun eindbestemming was. Ook insignes met een voorstelling van de H. Jacobus waren in trek.

      H. Kruis. Jeruzalem. Rond 1500
      H. Kruis. Jeruzalem. Rond 1500

    2. Het H. Land. Van daar droegen de pelgrims op de rug een palmtak mee naar huis, die ze konden trekken in de zogeheten "tuin van Abraham", de palmbomen-oase van Jericho.

      St. Veronika met zweetdoek. 15de eeuw. Rome. Vatikaanse bibliotheek
      St. Veronika met zweetdoek. 15de eeuw. Rome. Vatikaanse bibliotheek

    3. Rome. In de Eeuwige Stad konden de bedevaarders zich 3 belangrijke pelgrimstekens aanschaffen: 2 gekruiste sleutels (verwijzend naar de eerste paus Petrus, begraven in Rome); de buste van Petrus (met een sleutel) en Paulus (met een zwaard); vooral de H. Veronica en haar doek, waarmee ze het gelaat van Jezus afdroogde tijdens Diens kruisweg naar Golgotha. De kostbare reliek van deze zweetdoek werd bewaard in de St. Pietersbasiliek.

  • Andere bekende buitenlandse heiligdommen.

    St. Servaas. Maastricht. 14de eeuw
    St. Servaas. Maastricht. 14de eeuw
    de aartsengel Michael. Mont St.-Michel. 15de eeuw
    de aartsengel Michael. Mont St.-Michel. 15de eeuw

    1. Keulen. Insignes met aan afbeelding van de 3 Wijzen uit het Oosten, ofwel van de H. Ursula.
    2. Aken. Het kleed van de H. Maagd Maria.
    3. Maastricht. Een afbeelding van St. Servaas in bisschoppelijk ornaat, met zijn sleutel en kromstaf in de handen.
    4. Rocamadour. De zittende Maagd Maria op een spits-ovale kerkzegel.
    5. Mont St. Michel. De H. aartsengel Michael die de draak doorsteekt met zijn lans.
    6. Canterbury. De H. Thomas Becket te paard, op zijn aartsbisschoppelijke troon of aan boord van een schip.

    de H. Godelieve. Gistel. 15de eeuw
    de H. Godelieve. Gistel. 15de eeuw.
    de H. Vincentius. Beselare. 15de eeuw
    de H. Vincentius. Beselare. 15de eeuw

  • Heiligdommen bij ons. Niet enkel de bekende grote buitenlandse bedevaartsoorden, maar ook veel regionale of locale cultusplaatsen, kerken en abdijen in onze streken hadden een eigen insigne, met een min of meer preciese iconografische voorstelling.

© Copyright 2007- . Alle rechten voorbehouden. Contact: E-mail