De Zusters van O.L.V.-ten-Bunderen (vanaf omstreeks het jaar 1269)
Moorslede 1269-1578
Frankrijk 1578-1587
Ieper 1587-1785
Moorslede 1785-2004
Zonnebeke 2004 -
varia

   Zoek op deze site met FreeFind

 

beluister ClassicFM NL tijdens het surfen, 126 K stereo ('Windows Media Player' vereist)

Het verblijf in de bedevaartplaats

processie in pelgrimsoord. Ingekleurde houtsnede. Parijs, Bibl. Arts Décoratifs
processie in pelgrimsoord. Ingekleurde houtsnede. Parijs, Bibl. Arts Décoratifs

De grote middeleeuwse bedevaartsoorden hadden in de ogen van de pelgrims een héél sterke sacrale uitstraling. Ze vormen als het ware het centrum van een sacraal territorium dat uitdeinde in concentrische cirkels.

    Compostela, het geestelijk centrum van Galicië in NW-Spanje
    Compostela, het geestelijk centrum van Galicië in NW-Spanje

  • De buitenste cirkel ervan werd gevormd door het gebied van het betreffende bisdom of door het domein van de abdij.

    Vreugdeberg bij Jeruzalem voor de pelgrims komend vanuit Emmaus
    Vreugdeberg bij Jeruzalem voor de pelgrims komend vanuit Emmaus

  • De volgende cirkel begrensde de zone waarin men voor het eerst in de verte het langverwachte gebouw van het heiligdom konden zien. De plek van dat héél emotionele moment was vaak een heuvelkam (bijv. de "Monte del Gozo" bij Compostela), vaak "Berg van de vreugde" of "mont-joie" (afgeleid van het Latijn "mons gaudii") genoemd. De pelgrims wierpen zich wenend van vreugde ter aarde en dankten God. De bedevaarders met paard of koets stapten af en legden het overblijvende stuk te voet af, meestal barrevoets, in de geest van boetedoening, die ook bij het begin van de reis sterk aanwezig was.

    pelgrims nemen een reinigend bad in een riviertje.
    pelgrims nemen een reinigend bad in een riviertje.

    Soms ging dit gepaard met een speciale reinigingsritus, alvorens het bedevaartsoord te betreden. Vlak vóór Compostela bijv. gingen de pelgrims zich van kop tot teen wassen in het koude water van een riviertje, met de wat pikante naam "lava mentula" ("mentula" is de latijnse naam voor het mannelijk geslachstdeel) om zich te zuiveren van de zonden des vleses en van alle opgestapelde vuil en stof van de reis. Daarna trokken ze verse kleren aan, om lichamelijk gereinigd aan te komen bij de kathedraal. Er waren ook pelgrims die dit ritueel van lichamelijke en geestelijke zuivering pas uitvoerden in een fontein op het plein voor het noordportaal van de kathedraal van Santiago.

    aankomst van pelgrims bij een heiligdom. Fresco, 13de eeuw. Brancion (Fr.)
    aankomst van pelgrims bij een heiligdom. Fresco, 13de eeuw. Brancion (Fr.)

  • Voor alle pelgrims vormde de eigenlijke aankomst en het binnengaan in de sacrale ruimte van het heiligdom zélf, het eindpunt en de bekroning van een wekenlange tocht van ontberingen en gevaren. Het grote ogenblik voor de pelgrims was uiteraard het neerknielen in gebed vóór het hoofdaltaar met het beeld en/of reliekschrijn van de heilige. In Compostela beklommen de pelgrims vervolgens een trap tot bij het beroemde beeld van de zittende Jacobus, dat ze van van achter met beide armen omhelsden. Vele bedevaarders - vooral die uit de Duitssprekende gebieden - plaatsten de grote kroon van boven het beeld even op hun eigen hoofd en zetten tegelijk hun reishoed op dat van de heilige.

    bedevaarders bij Jezus' graf in Jeruzalem. Ms. Parijs, BN
    bedevaarders bij Jezus' graf in Jeruzalem. Ms. Parijs, BN

  • Het grote ogenblik voor de pelgrims was uiteraard de verering van het graf van de heilige dat zich bevond in de crypte onder het hoofdaltaar, ofwel te knielen bij het reliekschrijn met de stoffelijke resten van de heilige in het hoogkoor van de kerk. Vooral rondom het hoogkoor of in de crypte was het vaak een drukte van je welste: elke pelgrim wilde immers zo dicht mogelijk in de buurt te komen van "het heilige der heiligen" om het te bekijken en - vooral! - om het aan te raken.

    zieken verdringen elkaar rond reliekschrijn. Provencaalse Meester, 15de eeuw. Rome, Gall. Nazionale, Palazzo Barberini
    zieken rond reliekschrijn. Provencaalse Meester, 15de eeuw.
    (Rome, Galleria Nazionale, Palazzo Barberini)

    De zieken drongen zich op hun krukken naar voren, de lammen op handschragen, liggend op een draagbaar of in een karretje, en de blinden hadden een begeleider bij zich. Men dacht dat hoe dichter een invalide bij de relikwie kwam, hoe groter de kans op genezing was en dus probeerden sommigen op het graf te slapen.

    pelgrims bezoeken relieken in Constantinopel. In de kapel in het midden de H. Lans, het H. Kruis en kruisnagels, in de kapel rechts de doornenkroon. Miniatuur, 15de eeuw. Parijs, BN
    pelgrims bezoeken relieken in Constantinopel. In de kapel in het midden de H. Lans, het H. Kruis
    en de Kruisnagels, in de kapel rechts de doornenkroon. Miniatuur, 15de eeuw. Parijs, BN

  • Uit diepe vroomheid of uit pure (toerische) nieuwsgierigheid bezichtigden de pelgrims de bezienswaardigheden in het heiligdom en in andere gebedsplaatsen van het bedevaartsoord. Ze kuierden rond in het schip, de zijbeuken, de dwarsbeuk, de vele zijkapellen en de wandelgang rond het hoofdaltaar (= deambulatorium) en eventueel de schatkamer met reliekhouders van vele andere heiligen. Tijdens het pelgrimsseizoen en vooral op feestdagen kon het in de cultusplaats druk, lawaaierig en chaotisch zijn. Soms ontstond gedrang en paniek, die wel eens tot ongevallen (vertrappeling en verstikking) en... vechtpartijen leidden, waarbij gekwetsten en zelfs doden vielen.

vormen van groeps- en privé-devoties


In de meeste bedevaartsoorden bleef de kerk dag en nacht open, om avondlijke en zelfs nachtelijke gebedswakes mogelijk te maken. De pelgrims brachten inderdaad de nacht na hun aankomst meestal door in de basiliek om er te waken bij de relieken of gewoon in te dommelen, in de hoop dat tijdens hun "heilige slaap" (naar het voorbeeld van de antieke rituele "tempelslaap" of "incubatio") de heilige hen zou verschijnen in een droom om hen eventueel te genezen of een remedie voor een kwaal te geven. Zo'n nachtwakes gingen gepaard met heel wat gedruis, gejammer van zieken, geween en geroep van bezetenen, en uiteraard gebeden en gezangen, al dan niet begeleid door lieren, tamboerijnen, fluiten, harpen en andere instrumenten: dat zorgde voor een ware kakafonie van talen, die de gebedssfeer ongetwijfeld niet ten goede kwam.


Het gebed van de pelgrims was vaak heel eenvoudig, namelijk het onvermoeibaar herhaald aanroepen, als een mantra, van de naam van de heilige. Tijdens het gebed konden ze 3 houdingen aannemen: het lichaam helemaal op de grond, rechtstaand met uitgestrekte armen (orant-houding), of geknield met de handen in gebed gevouwen. In de 12de en 13de eeuw kwam het gebruik op van de noveen, 9 opeenvolgende dagen of nachten van gebed in de kathedraal, soms gepaard gaande met boete-oefeningen, zoals vasten of dragen van een boeteriem. Sommigen ontdeden zich van hun kleren, geselden zich of lieten zich geselen door een monnik of priester.

processie met reliekschrijn van St. Hubertus. Miniatuur, 1463
processie met reliekschrijn van St. Hubertus. Miniatuur, 1463

De pelgrims namen tijdens hun verblijf ook deel aan andere liturgische plechtigheden, zoals de H. Mis, of aan gemeenschappelijke rituelen, georganiseerd door de plaatselijke clerus of kloostercommunauteit ter gelegenheid van bepaalde feesten. Die feesten konden lang duren. Ze begonnen met een vooravondwake (bij het zingen van psalmen en hymnen), op de dag zélf een plechtige mis, een processie of uitstalling van de reliek(en), preken en voordrachten, publieke voorlezing van de mirakelen van de plaatselijke heilige, en aan het slot een groepsmaaltijd, soms aangeboden door een of meer weldoeners. Het feest ging meestal gepaard met een foor of kerkmis (afgeleid van het woord: kerk-mis), waarvan de opbrengst werd besteed aan goede werken en liefdadigheid.

knielende vrouw biecht haar zonden. Houtsnijwerk, 15de eeuw. Bolsward, Martinikerk, koorgestoelte.
een vrouw biecht haar zonden. Houtsnijwerk, 15de eeuw. Bolsward, Martinikerk, koorgestoelte

Tijdens hun verblijf in het pelgrimsoord beoefenden de bedevaarders allerlei vormen van individuele devotie: gebed, gewetensonderzoek, biechten, vasten, zelfkastijding, goede werken zoals het uitdelen van aalmoezen of zieken verzorgen, vrijwillig leven van de bedelstaf, enz.

mirakelen

mirakuleuze genezing van een kreupele. Miniatuur, 1456. Parijs, BN
mirakuleuze genezing van een kreupele. Grisaille-miniatuur, 1456. Parijs, BN

Veel pelgrims verwachtten van hun bedevaart een lichamelijke genezing. De genezende kracht van relieken (zoals ze werden beschreven in mirakelverhalen) vormde een speciale aantrekkingskracht. De toeloop in heligdommen was het grootst op zondag, en vooral op die dag en in de nacht van zaterdag op zondag hadden de meeste mirakelen plaats. Gewoonlijk stond bij de ingang van het heiligdom een monnik of geestelijke om de zieken te ontvangen, te ondervragen, en ze vervolgens te begeleiden naar de relieken. Van zodra een pelgrim zich oprichtte of een kreet van genezing slaakte, ging er een golf van enthousiasme door het hele kerkgebouw, begon iedereen te bidden, werd het "Te Deum" gezongen en werden de klokken geluid.

een blinde jongen wordt bij het graf van St. Louis geleid. Miniatuur, 15de eeuw. Parijs, BN
een blinde jongen wordt bij het graf van St. Lodewijk geleid. Miniatuur,
15de eeuw. Parijs, BN

Het mirakelverhaal verspreidde zich als een lopend vuur. Van heinde en verre kwamen andere zieken, lammen, blinden, doofstommen en kreupelen opdagen om ook genezing te vinden. De overgrote meerderheid van hen moesten naar huis terugkeren zoals ze gekomen waren. Maar ze verloren er de moed niet bij en reisden onvermoeibaar van het ene heiligdom naar het andere, tot er misschien genezing kwam.Volgens bepaalde teksten waren er ook schijn-genezingen, waarbij bepaalde zieken een genezing veinsden om vlotter aalmoezen te krijgen van de omstaande menigte of gewoon om de aandacht te trekken.

attest

een Compostela-certificaat. Begin 17de eeuw.
een Compostela-certificaat uit het begin 17de eeuw.

De middeleeuwse pelgrims besteedden meestal de dag na hun aankomst aan het ontvangen van de sacramenten. Eerst deden ze een gewetensonderzoek en spraken hun biecht, om daarna - gezuiverd van zonden - de mis bij te wonen en de communie te ontvangen. In Compostela gingen de bedevaarders naar een kranskapel achter het hoofdaltaar waar ze, uit de handen van een kanunnik de felbegeerde "Compostela" ontvingen. Dat was een officiëel op naam gesteld en gedateerd geschreven (later gedrukt) document. Het bezit van een "Compostela" of soortgelijke certificaten van andere heiligdommen gaf de bezitter ervan makkelijker toegang tot de faciliteiten voor onderdak en eten onderweg, in kloosters, hospitalen, gasthuizen, enz. En bij hun terugkomst thuis konden ze dan het formulier tonen als bewijsstuk dat ze daadwerkelijk en persoonlijk de verre pelgrimstocht hadden afgelegd.

offergaven en ex-voto's

het graf van de H. Wolfgang, beladen met votiefgeschenken. 16de-eeuw schilderij
St. Wolfgang's graf, beladen met votiefgeschenken. 16de-eeuw schilderij

De verering van de relieken in het bedevaartsoord was niet voldoende om in contact te komen met de heilige en zijn/haar tussenkomst te verkrijgen. Ze vonden het erg belangrijk om een offergave te schenken als dank voor een verkregen gunst of als vervulling van een vooraf gedane belofte. Daarom lieten ze in het bedevaartsoord een tastbaar voorwerp achter, een zogeheten "ex-voto" (Latijn voor: krachtens een gelofte), ook wel beloftegift, wijgeschenk of votiefgeschenk genoemd. Dat hadden ze van thuis of van onderweg meegebracht of ter plaatse gekocht bij een van de vele kramen op het plein voor de kathedraal.

zogenaamde morfologische ex-voto's in was. Bamberg, diocesaan museum
zogenaamde morfologische ex-voto's in was. Bamberg, diocesaan museum

Zo'n ex-voto's waren meestal symbolisch en gepersonaliseerd, d.w.z. dat ze rechtstreeks verwezen naar de aard van de verkregen gunst. Een kreupele bijv. offerde zijn nutteloos geworden krukken, een ex-gevangene liet de ijzeren boeien achter waarvan hij was bevrijd, een overlevende van een schipbreuk of een storm op zee schonk een scheeps-maquette, zegevierende soldaten offeren (een deel van) de oorlogsbuit, enz. Erg in trek waren de zogeheten morfologische ex-voto's in was, zilver of goud, die de (miniatuur)vorm hadden van het lichaamsdeel waarvoor genezing werd gevraagd of verkregen. Een vrouw bijv. die zwanger werd na een lange periode van onvruchtbaarheid, gaf een wassen of gipsen afbeelding van een kindje. Die vele votiefgeschenken sierden de wanden van het heiligdom. Wassen ex-voto's werden deels verkocht of "gerecycleerd" in kaarsen voor de verlichting van het heiligdom tijdens de rest van het jaar, ook in de winter wanneer er weinig pelgrims kwamen.

pelgrims schenken geld aan het heiligdom. Miniatuur, 15de eeuw. Chantilly, Mus. Condée
pelgrims schenken geld aan het heiligdom. Miniatuur, 15de eeuw. Chantilly, Mus. Condée

Arme pelgrims moesten zich beperken tot een bescheiden offergave in natura, zoals landbouw- of veeteeltproducten: eieren, graan, rogge, vlas, wijn, of soms dieren, zoals kippen, varkens, koeien, schapen e.d. Velen schonken gewoon een of meer muntstukken ofwel een kaars, die vaak precies dezelfde lengte had als die van hun lichaam. De rijken en kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders gaven een "oblatio" (Latijn voor: wijgeschenk), een voorwerp in goud of zilver, zoals een kroon, een kruis, een kandelaar, een reliekhouder, een godslamp, een luster, een kelk, een vaas, een juweel, een beeld, e.d. Die vele gaven waren een vanzelfsprekend een rijke bron van inkomsten voor het heiligdom en de daaraan verbonden geestelijken of monnikengemeenschap. In de loop der eeuwen vormden al die giften het rijke artistieke patrimonium van het heiligdom.

graffiti van pelgrims. Jeruzalem, H.Grafkerk, St. Helena-crypte
graffiti van pelgrims. Jeruzalem, H.Grafkerk, St. Helena-crypte

De pelgrims lieten niet enkel offergaven en ex-voto's achter. Om hun aanwezigheid in een heiligdom te vereeuwigen krasten ze op de muren, vooral bij de ingang, inscripties ("graffiti") in de vorm van een eenvoudig kruisje of ander symbool of gewoon hun naam.

logies

de dorstigen laven, een van de 7 werken van barmhartigheid. Fragment, schilderij, 1485
de dorstigen laven, een van de 7 werken van barmhartigheid. Fragment, schilderij, 1485

De eerste praktische zorg van de pelgrims was het vinden van een onderkomen in de bedevaartplaats. Logies en maaltijden werden hen aangeboden in een gasthuis, hospitaal, klooster of herberg. Het verblijf was meestal van korte duur, 3 à 4 dagen, want de grote toeloop joeg de prijzen voor overnachting de hoogte in. Een uitzondering vormden de Vlaamse strafbedevaarders, die als straf van de rechtbank één jaar of meer verplichte residentie (= verbanning) waren opgelegd in een pelgrimsoord. Om hun overnachting en eten in een van de herbergen te kunnen betalen mochten ze ter plaatse een ambacht uitoefenen. Sommige genezen zieken bleven voor de rest van hun leven in de buurt van het heiligdom wonen, leidden soms een monastiek leven en lieten zich daar begraven, bijv. op de Olijfberg bij Jeruzalem.

souvenirs

Net zoals de hedendaagse pelgrims of toeristen bezochten de middeleeuwse bedevaarders ook andere kerken, gebouwen en bezienswaardigheden in het bedevaartsoord alvorens terug te keren naar huis. Wanneer het moment van de terugtocht aanbrak waren ze in het bezit van bepaalde voorwerpen, die blijvende herinneringen waren aan hun verblijf.

  • relieken

    ampul met heilige vloeistof
    ampul met heilige vloeistof
    ampul met heilige vloeistof
    ampul met heilige vloeistof

    Alvorens te vertrekken wilden de pelgrims iets concreets van de heiligheid van het bedevaartsoord meenemen naar huis. De meesten moesten zich tevreden stellen met zogeheten derdegraads-relieken. Dat waren voorwerpen (o.m. een stuk linnen, een steen) of vloeistoffen, die het graf, een reliek of schrijn van de heilige hadden aangeraakt, waarin zich als het ware de geestelijke kracht ("virtus") van de betreffende heilige zélf zich voortzette. De vloeistoffen (wijwater of heilige olie) werden bewaard in een flesje ofwel in een ampul, die om de hals werd gedragen. Enkel vorsten, koningen, prinsen, bisschoppen, abten, rijke kooplui, enz. konden zich eersterangsrelieken (een stoffelijke rest van het lichaam van een heilige) en tweederangsrelieken (gebruiksvoorwerpen of kleren van de heilige) veroorloven.

  • insignes

    insigne met Calvarie-afbeelding
    insigne met Calvarie-afbeelding
    insigne met Maria en Kind
    insigne met Maria en Kind

    Op het plein voor de grotere heiligdommen was er in de regel een markt met kraampjes, waarin allerlei soorten souvenirs werden uitgestald. Op de marktplaats van Compostela bijv. kochten de pelgrims zogeheten insignes (= pelgrimstekens), vooral de beroemde St.-Jakobsschelpen. In de late Middeleeuwen brachten ze uit Santiago en andere heiligdommen vooral kleine metalen insignes mee, bijv. met de beeltenis van de vereerde heilige, die ze konden vasthechten aan hun kleren of vooraan hun hoed.

  • souvenirs

    15de-eeuwse azabach met voorstelling van de H. Jakobus
    15de-eeuwse azabach met voorstelling van de H. Jakobus

    Bovendien konden ze allerlei andere devotionalia, gebruiksvoorwerpen of lederen reisbenodigdheden aanschaffen, zoals wijnzakken, kalebassen, schoenen, knapzakken en andere tassen, veters, hoeden, riemen, enz. In Santiago de Compostela waren "azabaches" (Spaans woord voor: beeldjes en sieraden vervaardigd uit de zwarte delfstof git) erg in trek, maar niet goedkoop. Op het kerkplein stonden ook geldwisselaars en verkopers van wijnen, geneeskrachtige kruiden, specerijen, exotische producten zoals zijde, e.d.

© Copyright 2007- . Alle rechten voorbehouden. Contact: E-mail