De Zusters van O.L.V.-ten-Bunderen (vanaf omstreeks het jaar 1269)
Moorslede 1269-1578
Frankrijk 1578-1587
Ieper 1587-1785
Moorslede 1785-2004
Zonnebeke 2004 -
varia

   Zoek op deze site met FreeFind

 

beluister ClassicFM NL tijdens het surfen, 126 K stereo ('Windows Media Player' vereist)

Uitzicht van het gasthuis - de tuin

het grondplan de gebouwen de tuin het interieur

Aan het werk in een middeleeuwse kruidentuin.
Aan het werk in een middeleeuwse kruidentuin.

Zoals overal in de Middeleeuwse gasthuizen bezat ook Ten Bunderen in Moorslede een moestuin waarin allerlei groenten en kruiden werden geteeld. Volgens de latere kloosterkroniek Jaer-Boek" (priores Agnes de Wilde, 1783) lag die "gronsel-hof... op eene mote langst de groote heirbaene" (de huidige Oude Heirweg), helemaal ten zuiden van het gasthuisdomein, omringd door een brede gracht en enkel toegankelijk via een primitief bruggetje.

De Capitulare de villis van Karel de Grote (795)
De plantenlijst in "Capitulare de villis" van Karel de Grote (795)

Reeds Karel de Grote stimuleerde de plantenteelt door de uitvaardiging rond 795 van zijn "Capitulare de villis". In hoofdstuk 70 stond een voorschrift over de te telen gewassen: "Volumus quod in horto omnes herbas habeant…" ("We willen dat in een tuin alle planten voorkomen..."), met een opsomming, in 3 kolommen, van een hondertal verplichte planten, kruiden en bomen.

De kruidentuin in het klooster van de Kruisheren in Ter Apel (NL)
De kruidentuin in het pandhof van het klooster der Kruisheren in Ter Apel (NL).

In de middeleeuwse abdijen en kloosters had de tuin zelfs een heel specifieke ligging en structuur. Het ging om een pandhof, een min of meer vierkante binnenhof, meestal omgeven door een kruisgang in de vorm van een gaanderij met kruisgewelven. Dat pandhof was in de regel gesitueerd ten zuiden van de kloosterkerk, met in het midden een waterput, bron of fontein, en vaak verdeeld in 4 deeltuinen (perken). Het gevormde padenkruis - symbool van het kruis van Christus - gebruikten de kloosterlingen als wandel- en meditatieweg.

Ontwerp van de abdij van Sankt-Gallen. De groene pijl duidt het pandhof aan.
Grondplan van de Sankt-Gallenabdij. De groene pijl duidt het pandhof aan.

Van enkele middeleeuwse kloosters is de plattegrond, met de geometrisch aangelegde binnentuin, bewaard gebleven, bijv. het ontwerp voor de beroemde benediktijnenabdij van Sankt-Gallen in Zwitserland, dat dagtekent van het jaar 820! Ook realistische tuin- en landschapsscènes op tal van miniaturen, tekeningen en schilderijen van Vlaamse Meesters (Jan Van Eyck, Rogier van der Weijden, Hugo van der Goes, Hans Memling, Petrus Christus, Dirk Bouts, Gerard David e.a.) tonen een min of meer betrouwbaar beeld van zo'n middeleeuwse kloostertuin.

de moestuin

Typische met hout afgebakende plantenperken in een kloostertuin.
Typische met hout afgebakende plantenperken in een kloostertuin.

Ten behoeve van de eigen keuken kweekten de zusters in hun moestuin - in vierkante of rechthoekige enigszins opgehoogde perken, elk afgezet met een houten raamwerk - groenten zoals bonen, erwten, knollen, bieten, rapen, radijzen, ramenassen, prei, selderij, pastinaken (een soort witte wortels), uien, sjalotten, verschillende soorten sla en kolen (rodekool, wittekool, groenekool, bloemkool, boerenkool, savooiekool, enz.). Na de ontdekking van Amerika (1482) kwamen daar nog gewassen bij zoals aardappelen, tomaten en maïs.

de kruidentuin

de H. Hildegard von Bingen
St.-Hildegard von Bingen, auteur van een boek over geneeskractige kruiden.

In zijn "Capitulare de villis" (ca. 795) al verplichtte Karel de Grote de teelt van geneeskrachtige planten, m.n. in abdijen en kloosters. De bekende Duitse benediktinessenabdis, de H. Hildegard von Bingen, publiceerde in de 12de eeuw een boek met de beschrijving van 277 medicinale planten- en kruidensoorten en zelfs met een hoofdstuk over de geneeskracht van bomen. Later was het in de volkstaal geschreven "Cruyde Boeck" (1554) van de vlaming Rembert Dodoens in onze streken ongemeen populair. Het werk behandelde meer dan 100 plantensoorten en telde maar liefst 719 afbeeldingen.

reconstructie van middeleeuwse kloostertuin
Reconstructie van een middeleeuwse kloostertuin

Er dient opgemerkt dat de grens tussen keukenkruiden, groenten en sierplanten enerzijds en geneeskruiden anderzijds niet altijd duidelijk te trekken was. Zo werd bijv. hennepzaad zowel medicinaal als in gewone keukenrecepten verwerkt.

  • keukenkruiden

    Tuin van de benedictijnerabdij in Murbach, in de Franse Elzas.
    Deel van de tuin van de benedictijnerabdij in Murbach (Franse Elzas).

    Om de gerechten op smaak te brengen kweekten de zusters in de moestuin allerlei kruiden zoals koriander, dille, maanzaad, knoflook, peterselie, kervel, bonenkruid, papaver, komijn, koriander, dille, wijnruit, basilicum, enz. Door de zeehandel met het Azië, de Arabische verovering van Zuid-Europese landen en de ontdekking van de Nieuwe Wereld (1492) werd dit ruime assortiment binnenlandse kruiden nog aangevuld met tal van exotische specerijen uit het Nabije en het Verre Oosten.

  • geneeskrachtige kruiden

    Oogst van muntblaadjes. Miniatuur, 14de eeuw. 'Tacuinum Sanitatis' (Rome Biblioteca Casanatense)
    Oogst van muntblaadjes. 14de-eeuwse miniatuur. "Tacuinum Sanitatis" (Rome, Bibl. Casanatense)

    Van geneeskrachtige kruiden uit de moestuin maakten de zusters zalfjes, poedertjes, siropen en andere medicamenten om hiermee de uitgeputte passanten te verzorgen en om zieke mensen uit de buurt op de been te helpen. Bepaalde kruiden werden zowel gebruikt voor de smaak als voor hun geneeskrachtige kwaliteiten, zoals kaneel, komijn, koriander, kruidnagel, gember, peper, saffraan, muskaatnood, foelie, e.d. Typische voorbeelden van medicinale kruiden waren vlaskruid, witte lelie, kruidkers, balsemwormkruid, rozemarijn, munt, kousenband, salie, iris, waterkers, komijn en venkel.

    Vlaskruid (Rembert Dodoens, 'Cruyde Boeck' (1554)
    Vlaskruid (Rembert Dodoens, "Cruyde Boeck", 1554)
    Iris (Dioscorides, 'Materia medica')
    Iris (Dioscorides, "Materia medica", 8ste eeuw)

    Tegen de meest voorkomende lichamelijke en psychische kwalen was er minstens één kruid gewassen. Hier volgt een korte lijst. Voor uitgebreider informatie verwijzen we naar de pagina over de medische zorgverlening in het gasthuis, elders op deze webstek.

    • vlaskruid: de olie geperst uit vlaskruid was een heilzaam middel om de stoelgang te bevorderen.
    • iris: het poeder van gemalen worstelstokken van de iris hielp tegen astma, hoest en water- en geelzucht.
    • paardenbloem: bevat een hele reeks helende eigenschappen
    • brandnetel: werd gebruikt tegen reuma.
    • johanneskruid: werd aangewend als middel ter onderdrukking of voorkoming van neerslachtigheid of depressie.

  • kleurstof leverende planten

    Typisch kruisvormige binnentuin van een klooster met kruiden.
    Kruisvormig pandhof (= klooster-binnentuin) met kruiden en planten.

    Voor het kleuren van textiel (linnen, wol) waren drie hoofdkleuren nodig: rood, blauw en geel. De meeste kleurstoffen worden tegenwoordig langs chemische wijze en met synthetische kleurstoffen vervaardigd. Maar tot halfweg de 19de eeuw werd alle textiel met plantenstoffen geverfd. Heel wat planten leenden zich tot het bereiden van kleurstof. De voornaamste in de Middeleeuwen waren

    1. rode kleurstof, gewonnen uit het poeder van de gedroogde en gemalen wortelstok van de meekrap.
    2. blauwe kleurstof, getrokken uit de bladeren van de wede.
    3. gele kleurstof, die in onze streken uit diverse planten kon worden gehaald, vooral uit de wouw en de saffloer (bloemen).

  • sierplanten

    Middeleeuwse plantentuin. Alphen aan den Rijn (NL), Archeon.
    Middeleeuwse plantentuin. Alphen aan den Rijn (NL), Archeon.

    In sommige gasthuizen, wellicht ook in dat van ten Bunderen, was er een lusthof met sierplanten, die werden gebruikt voor bijv. de versiering van het altaar in de kapel. Typisch waren de zogeheten Maria- of Madonnaplanten, zoals vooral de witte lelie en de roos, alsook de mirte, het meiklokje, het viooltje, de korenbloem, de akelei, de madelief en de blauwe iris, die de evangelische deugden (zuiverheid, wijsheid, deemoed, geloof, toewijding, gehoorzaamheid, armoede, geduld, barmhartigheid, medelijden) van de H. Maagd symboliseren.

de boomgaard

Boomgaard in bloei met grazende geiten in de wei.
Boomgaard in bloei met grazende geiten in de wei.

De boomgaard, die los stond van de moestuin, was gelegen op de mote van het woonhuis van de zusters, in een wei langs de huidige Ten Bunderenstraat. Hij was was beplant met enkele niet-vruchtdragende bomen (de laurier en de den), maar vooral fruit- en vruchtbomen zoals hazelaar, hazelnoot, walnoot, kastanje, lijsterbes, mispel, zwarte moerbei, amandel, vijg, perzik, laurier, pruim, peer, appel en kwee.

Paradijstuintje. Onbekende schilder, 1410. (Frankfurt, Coll. Städel)
Paradijstuintje. Onbekende schilder, 1410. (Frankfurt, Coll. Städel).

© Copyright 2007- . Alle rechten voorbehouden. Contact: E-mail