De Zusters van O.L.V.-ten-Bunderen (vanaf omstreeks het jaar 1269)
Moorslede 1269-1578
Frankrijk 1578-1587
Ieper 1587-1785
Moorslede 1785-2004
Zonnebeke 2004 -
varia

   Zoek op deze site met FreeFind

 

beluister ClassicFM NL tijdens het surfen, 126 K stereo ('Windows Media Player' vereist)

De Ten Bunderen route (Moorslede) - 8

De St.-Martinuskerk ligt in het hartje van de gemeente Moorslede.
De St.-Martinuskerk ligt in het hartje van de gemeente Moorslede (OpenStreetMap).

8. DE PAROCHIEKERK ST.-MARTINUS

De St.-Martinus parochiekerk van Moorslede nu
De Sint Martinus parochiekerk van Moorslede nu

A. de oorsprong

De dorpskom van Moorslede wordt gedomineerd door de parochiale Sint-Martinuskerk. De oudste schriftelijke vermelding van de parochie St.-Martinus dateert van 1188. Maar het kerkgebouw en de parochie bestonden allicht al eeuwen voordien. Volgens de historicus Robert Houthaeve kunnen kerken in Vlaanderen, die naar de H. Martinus zijn genoemd, zelfs teruggaan tot de tijd van de eerste kerstening van onze streken (7de eeuw). De Merovingische en later ook de Frankische en Karolingische koningen lieten namelijk op hun kroondomeinen kerken bouwen, toegewijd aan de 4de-eeuwse H. Martinus van Tours.

St. Maarten deelt zijn mantel in twee en schenkt de helft aan een bedelaar. Antoon van Dyck, 1629. Zaventem, St. Martinuskerk
St.-Maarten als Romeinse soldaat in harnas op zijn paard schenkt de helft van zijn
mantel aan een bedelaar. Antoon van Dyck, 1629. (Zaventem, St. Martinuskerk)

St.-Martinus van Tours, veelal Sint-Maarten genoemd, werd rond 316 geboren in Savaria (Hongarije) als zoon van Romeinse ouders. Op jonge leeftijd werd hij soldaat en als 15-jarige trok hij naar GalliŽ. Bij een stadspoort van Amiens ontmoette hij een blinde bedelaar, aan wie hij de helft van zijn mantel gaf. Omdat de helft van de mantel eigendom was van Rome kon hij slechts zijn eigen helft weggeven. Volgens een legende stond deze bedelaar symbool voor Christus' bekende uitspraak bij het Laatste Oordeel: "Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed". Martinus bekeerde zich en verliet het leger.

Martinus leefde enige tijd als kluizenaar op een eiland bij Genua en stichtte later nabij Poitiers het eerste klooster op Franse bodem. In 371 werd Maarten door de bevolking van Tours gekozen tot 2de bisschop. Hij zette zich in voor de verdere verspreiding van het christendom in GalliŽ. Hij stichtte kerken en, rond 375, de bekende abdij van Marmoutier. In 397 stierf bisschop Martinus, op 80-jarige leeftijd aan koortsen.

Vanaf de Merovingische periode (6de-8ste eeuw) werd bisschop Martinus, door zijn vele mirakelen, de populairste heilige van West-Europa. Hij werd "de apostel van de Galliers" genoemd en zijn feestdag viel op 11 november. Tot het einde van de Middeleeuwen bleef het graf van St.-Maarten in de crypte van de romaanse kathedraal van Tours een topbestemming voor bedevaarders. De stad Tours was overigens de vertrekplaats van de "Via Turonensis", een van de 4 grote Franse pelgrimsroutes naar Santiago de Compostela in Spanje.

graftombe van de H. Martinus.Tours, basilique St.-Martin.
graftombe van de H. Martinus. Tours, basilique St.-Martin.

In 1562 werd het heiligdom van St. Maarten door protestantse beeldenstormers geplunderd en in brand gestoken, en werd tijdens de Franse Revolutie gebruikt als paardenstallen en in 1798 met de grond gelijk gemaakt. Na de herontdekking in 1860 van het graf van Sint Maarten werd op die zelfde plek een nieuwe neobyzantijnse basiliek opgetrokken, met in de crypte een tombe waarin enkele relieken van de "13de apostel" worden bewaard.

De feestdag van St.-Maarten, 11 november, wordt in onze streken tot op vandaag gevierd. Overal werden reinigende Sint-Maartensvuren aangestoken, om de vruchtbaarheid van het land en het vee te bevorderen. Dat gebruik ging terug tot het feest van de Germaanse god Wodan. Later werd het Sint-Maartensfeest vooral een kinderfeest. Met zelfgemaakte lampions of uitgeholde rapen, knollen en kalebassen met een kaarsje erin, trokken kinderen al zingend van deur tot deur, waarvoor ze snoep en fruit kregen. Ze gebruikten daarbij een rommelpot (= een pot waarover een varkensblaas is gespannen, waarin een rietje zit dat een brommend geluid maakt als eraan wordt getrokken). Hier volgt de tekst van een Sint-Maartenslied, dat in West-Vlaanderen populair was:

Sinte Maortens aovond,
de sterre gao mee nao Gent.
En o mien moedre waofels bakt,
we zitt'n zo geirn' omtrent!

Stokt vier, makt vier,
Sinte Maorten komt olhier,
met ziene best'n tabbaord an,
met ziene bloot'n aorme!

Hij soed'hem gheirne warmen.
Warm'n toet te vier'n,
warme warme liere,
ter ere van Sinte Liere,

ter ere van sinte Lap,
'ie eet ziene buuk vul zoete pap,
'ie eet ziene buuk vul taort'n,
ter ere van sinte Maort'n.

Wanneer de vorsten ten strijde trokken droegen ze een stuk van de mantel van de H. Martinus mee, de "cappa", (= Latijn voor mantel), als kostbare beschermende reliek, geplaatst in een tent ("capella") en bewaakt door een geestelijke ("capellanus"). Het woord "capella" is zo stilaan gebruikt voor elke kerkgebouwtje (kapel), waarin een reliek van St.-Maarten werd bewaard en vereerd, en waaraan een geestelijke (kapelaan) was verbonden voor de eredienst. Geen wonder dat de eerste Gallische missionarissen in onze streken, zoals St.-Acharius, St.-Elooi en St.-Amandus, de naam van deze heilige als schutspatroon hebben verbonden aan veel oude gebedshuizen. In het huidig bisdom Brugge allťťn al zijn er 21 St.-Martinuskerken!

B. de parochie

Reconstructie-tekening van een laat-middeleeuwse heerlijkheid.
Reconstructie-tekening van een laat-middeleeuwse heerlijkheid.

Vermoedelijk al in de 2de helft van de 10de eeuw werden in het graafschap Vlaanderen de parochies geografisch afgebakend, waarbij vooral natuurlijke grenzen (waterlopen, straten) werden gebruikt om grensconficten te vermijden. Allicht ook in die tijd ontstond de parochie Moorslede, min of meer opgesloten binnen een vierkant, gevormd door de Heulebeek, de Papelandbeek, de Galgestraat en de Keiberg. Die grenzen stonden los van de latere afbakening van de Heerlijkheden in Moorslede.

De primitieve St.-Martinuskapel, die stond op het domein van de heer van Moorslede, groeide uit tot parochiekerk ("altare") van Moorslede. Ofwel was het de heer die zťlf de nieuwe kerk bouwde, ofwel stond hij een stuk grond af aan de kerkleiding, om er een bedehuis op te trekken. Daarnaast stond een behuizing voor de pastoor, die uit de zogeheten "pastorele tienden" zijn inkomsten haalde.

Oorkonde waarin bisschop Everhard van Doornik de Moorsleedse kerk schenkt aan zijn kapittel van kanunniken. Doornik, Kathedraalarchief. Cartularium C.
Oorkonde waarin bisschop Everhard van Doornik de Moorsleedse kerk schenkt aan zijn kapittel
van kanunniken. Doornik, Kathedraalarchief. Cartularium C.

In 1188 plaatste Everhard van Avesnes, de bisschop van Doornik, de St.-Martinuskerk van Moorslede officiŽel onder het patronaat van het kapittel van kanunniken, verbonden aan zijn O.-L.-Vrouwkathedraal. De kanunniken stonden in voor bouw- en onderhoudswerken, maar ze hadden het recht om tienden te heffen en om de parochie Moorslede door een van hen of door een plaatsvervanger permanent te laten bedienen. De parochie Moorslede maakte achtereenvolgens deel uit van het bisdom Doornik (tot 1559), Ieper (tot 1801), Gent (tot 1834) en tenslotte Brugge. Het Doornikse kapittel zou het patronaatsrecht over de parochie Moorslede behouden tot de Franse revolutionaire bezetters, op het einde van de 18de eeuw, van de "prochie" Moorslede een gemeente maakten.

C. het gebouw

De St.-Martinuskerk voor Wereldoorlog I.
De 16de-eeuwse laatgotische St.-Martinuskerk van Moorslede vóór Wereldoorlog I.

Hoe evolueerde het kerkgebouw door de eeuwen heen? De oorspronkelijke St.-Martinuskapel in Moorslede was allicht een simpel romaans gebouwtje, opgetrokken met ter plaatse beschikbare materialen (bruine ijzersteen). Dit eenvoudig gebedshuis werd in de 1ste helft van de 13de eeuw herbouwd in vroeggotische stijl. Het is pas van die tijd dat in documenten de eerste namen worden aangetroffen van parochiepriesters in Moorslede.

De zusters uit de beginperiode van het Gasthuis Ten Bunderen (vanaf ca. 1269) kwamen hier de H. Mis bijwonen. Ze stapten vanaf de "Tuimelarewijk", via de Knaagreepstraat en de Gentsestraat, ofwel via de Breulstraat, naar hier om de H. Mis bij te wonen. De kleine communauteit had, rechts vooraan in de kerk, een eigen O.-L.-Vrouw-zijkapel. Tot de 16de eeuw was in die kapel een glasraam te bezichtigen met een afbeelding van de biddende zusters. Hoewel de zusters reeds vanaf circa 1330 beschikten over een eigen kapel en kapelanij bij het Gasthuis kwamen ze op zon- en feestdagen toch nog naar de parochiekerk van Moorslede.

In de periode 1553-55 werd de parochiekerk van Moorslede omgebouwd tot een laatgotische hallenkerk (= met 3 even hoge en even brede beuken in het schip). Rond 1560 werd een monumentale westertoren toegevoegd. Maar tijdens de Beeldenstorm werd de St.-Martinuskerk, evenals het Gasthuis ten Bunderen, tot tweemaal toe - in 1566 ťn in 1578 - in brand gestoken en verwoest door "de Geuzen".

De St.-Martinuskerk, gezien vanuit het Kerkstraatje (eind 19de eeuw)
De St.-Martinuskerk, gezien vanuit het Kerkstraatje (eind 19de eeuw).

Na de Geuzentijd werd de parochiekerk, vanaf 1600, langzaam heropgebouwd, maar verkeerde op het eind van de 17de eeuw nog in een vrij slechte staat. Pas tussen 1590 en 1610 trok men een nieuw kerkschip op en enkele jaren later werd het hele bedehuis bedekt met schaliŽn. Het bedehuis werd in 1624 ingewijd door de bisschop van Ieper.

Zicht op het koor en koorgestoelte van de kerk (einde 19de eeuw)
.

In 1852-53 werd de oude laatgotische hallenkerk - opnieuw te klein geworden voor de zowat 5.600 parochianen - fors uitgebreid in neogotische stijl, met een kruisvormig grondplan. Het oude koor werd afgebroken om plaats te maken voor 2 dwarsbeuken (=transepten) en een verlengd priesterkoor.

De ruÔnes van de St.-Martinuskerk in 1918.
De ruÔnes van de St.-Martinuskerk in 1918.

Maar tijdens de Eerste Wereldoorlog, eind 1917, werd de kerktoren opgeblazen door de Duitsers. Zware beschietingen door de oprukkende Engelsen deden de rest. De kerk werd grotendeels tot puin herleid, zoals de rest van Moorslede. Tussen 1922 en 1924 werd de vernielde Sint-Martinuskerk op dezelfde plaats wederopgebouwd, in neogotische stijl, naar het voorbeeld van de vroegere hallenkerk, ditmaal met een verbrede middenbeuk en 2 smalle zijbeuken, transeptarmen, een punttoren op de viering en een vierkante westertoren. In de nis boven de 4 kleine ingangsdeuren van de kerk staan 4 heiligenbeelden: de H. Martinus (aan de pastoriekant), de H. Blasius (aan de overzijde), de H. Donatus (aan de sacristie) en de H. Rochus (aan de aanpalende bergplaats).

D. het interieur van de kerk

Het interieur van de St.-Martinuskerk (begin 20ste eeuw).
Het interieur van de St.-Martinuskerk (begin 20ste eeuw).

De binnenkant van de St.-Martinuskerk is overwegend in neogotische stijl, inclusief het meubilair. Dit zijn enkele blikvangers:

  • Aan de linkerkant van het priesterkoor staat, op het Maria-altaar, een kopie van het miraculeuze houten beeld van O.-L.-Vrouw van Loreto. In 1625 gingen de toenmalige heer van Moorslede, ridder Michiel van de Poorte van Spiere, en zijn vrouw Caroline de RoblŤs, op bedevaart naar het bekende Italiaanse pelgrimsoord Loreto. Ze brachten een houten beeld mee van de Zwarte Madonna en schonken het aan de parochiekerk van Moorslede. Dat was de aanleiding tot de oprichting van een speciale Broederschap, waarvan o.m. de zusters van ten Bunderen - toen nog verblijvend in Ieper - lid waren. Op tal van andere plaatsen werd in de Middeleeuwen eveneens een "Zwarte Madonna", een beeld van Maria en Kind, allebei met een donker gezicht, vereerd, o.m. in Montserrat (Spanje), Le Puy en Chartres (Fr.) en Czestochowa (Polen).

    het mirakuleuze beeld van O.-L.-V.-van-Loreto
    het mirakuleuze beeld van de zwarte O.-L.-Vrouw in Loreto (ItaliŽ).

  • Het koorgestoelte in neogotische stijl, bestaande uit 2 eikenhouten hoge rijen zitbanken (= stallen), ontworpen in 1858 door Karel Van Robays (Sint-Kruis, Brugge).

  • De preekstoel in rococostijl (ca. 1750), gemaakt door Pieter Van Reable uit Kortrijk. Op de kuip zijn de 4 grote Westerse kerkvaders afgebeeld: St.-Augustinus, St.-Ambrosius, de H. HiŽronymys en Gregorius de Grote, met ertussen de symbolen van de 4 evangelisten.

  • Schilderijen: "Wonderen van St.-Martinus" (ca. 1682) en "Tenhemelopneming van Maria" (ca. 1716) van de Ieperling Nicolaas Van de Velde.
    "De boodschap van de engel GabriŽl", misschien van Lodewijk De Deyster (1656-1711).
    "PiŽta", op hout geschilderd, naar "de school van Antoon Van Dyck".
    "De Verrijzenis van Christus", dat van de 17de-eeuwse schilder Jacob van Oost de Oudere zou zijn.
    "Maria, Moeder van Smarten", toegeschreven aan een leerling van Karel van Mander (1548-1606).

    Het orgel, toen het nog stond in de Salle des Concerts Artistiques
    Het orgel (rechts), toen het nog stond in de Brusselse "Salle des Concerts Artistiques"

  • Op het neogotisch doksaal achteraan staat een orgel, dat tussen 1890 en 1900 was gebouwd voor de "Salle des Concerts Artistiques" te Brussel. Het instrument (met uitzondering van 2 klavieren) werd in 1925 overgenomen door orgelbouwer Jules Anneessens uit Menen en hier geplaatst.

    De devotieruimte voor pater Lievens
    De devotieruimte voor pater Lievens.

  • Een devotieruimte voor de Dienaar Gods pater Constant Lievens, in maart 2006 ingericht in een zijkapel van de linker zijbeuk. Op 2 april 2006 (n.a.v. de 150ste verjaardag van pater Lievens' geboorte) werd een kistje met de relieken van de rechterhand van Constant Lievens door de bisschop vanuit Brugge naar hier overgebracht en, tijdens een plechtige eucharistieviering, bijgezet in een arduinen sarkofaag. Ook een stuk van de zwarte soutane en de bril van de missionaris kregen hier een plaats.

    De bril van pater Lievens, tentoongesteld in de devotieruimte.
    De bril van pater Lievens, tentoongesteld in de devotieruimte.

    De sarkofaag wordt geflankeerd door een kunstwerk met de dopende hand van pater Lievens. Verder omvat de devotieruimte: een arduinen sokkel met een schaalmodel van het bekende ruitsterstandbeeld op het marktplein, twee kasten met teksten van Guido Gezelle over pater Lievens en 2 panelen met duidende teksten en foto's.

© Copyright 2007- . Alle rechten voorbehouden. Contact: E-mail