De Zusters van O.L.V.-ten-Bunderen (vanaf omstreeks het jaar 1269)
Moorslede 1269-1578
Frankrijk 1578-1587
Ieper 1587-1785
Moorslede 1785-2004
Zonnebeke 2004 -
varia

traduire cette page

   Zoek op deze site met FreeFind

 

beluister ClassicFM NL tijdens het surfen, 126 K stereo ('Windows Media Player' vereist)

De Ten Bunderen route (Moorslede) - 18

De rode stip duidt de plaats aan van het middeleeuws Gasthuis ten Bunderen.
De rode stip duidt de plaats aan van het middeleeuws Gasthuis ten Bunderen.

18. HET VERDWENEN GASTHUIS TEN BUNDEREN

De moderne boerderij waar ooit het Gasthuis ten Bunderen stond.
De moderne boerderij waar vanaf ca. 1269 tot 1578 het Gasthuis ten Bunderen stond.

Op de hoek van de Oude Heiweg en de Ten Bunderenstraat (in de Moorsleedse Tuimelarewijk) zien we een moderne hoeve met aanpalende gebouwen. Op die plek stond vanaf halfweg de 13de eeuw tot de Beeldenstorm (1578) het "Gasthuis ten Bunderen", waar vrouwelijke religieuzen zich inlieten met de opvang van pelgrims en andere passanten.

Waar komt de naam "Ten Bunderen" vandaan? In een oorkonde van 1184 lezen we dat er op deze hoek een stuk leengrond lag, dat "de Bunra" werd genoemd. De woorden "bunra", "bunder" of "bunre" waren de benamingen van een middeleeuwse landmaat, die overeenkwam met ongeveer 1,4 ha.

schilderij met afbeelding van het Gasthuis Ten Bunderen (Martine Debuf, 1996)
Schilderij met reconstructie van het Gasthuis Ten Bunderen (Martine Debuf, 1996)

De preciese stichtingsdatum van het Gasthuis is niet bekend, maar volgens de oudste bewaard gebleven schriftelijke documenten bestond het zeker al in 1269. Er zijn ernstige aanwijzingen - maar hiervoor bestaat géén sluitend bewijs - dat de toenmalige feodale heer van Moorslede de leengrond en mogelijk (een deel van) het "startkapitaal" schonk.

De vreemdelingen herbergen. Fragment van een schilderij van een leerling van Brueghel de Jongere de werken van barmhartigheid (17de eeuw)
"De vreemdelingen herbergen" (pelgrims bij een gasthuis). Fragment van een schilderij "De werken van
barmhartigheid
" (een leerling van Brueghel de Jongere, begin 17de eeuw).

De eerste bewoonsters kennen we wel! De latere klooster-annalen, het "Jaer-Boek" van 1783, had het over 3 vermogende vrome ongehuwde vrouwen, géén kloosterzusters dus, in de moderne betekenis van het woord. Ze vormden een soort van semi-religieuze gemeenschap, zoals er zoveel waren in die tijd (godshuizen, begijnhoven, enz.). Ze waren niet gebonden door een kloosterregel, legden geen geloften af, maar hadden een priores.

Detail van een schilderij (1578) in het Stedelijk Museum Hof van Busleyde in Mechelen.
Detail van een schilderij (1578) in het Stedelijk Museum Hof van Busleyde in Mechelen.

Pas in 1476 legde bisschop Willem Fillastre van Doornik de Regel van St.-Augustinus en bijhorende statuten op aan de bewoonsters van het Gasthuis, die voortaan echte vrouwelijke kloosterlingen waren.

boer Carlos D'Hooghe, eigenaar van de Gasthuishoeve, wijst de plaats aan waar de fundering ligt van het Middeleeuwse Gasthuis Ten Bunderen
Boer Carlos D'Hooghe, de huidige eigenaar van de Gasthuishoeve, wijst de plaats aan
waar de fundering ligt van het Middeleeuwse "Gasthuis ten Bunderen".

Van de oorspronkelijke gebouwen van dat gasthuis-complex is bovengronds niets overgebleven. In de weide links naast het woonhuis, aan de kant van de Ten Bunderenstraat, zijn nog de fundamenten bewaard van een of meer gasthuisgebouwen. De contouren van die grondvesten waren nog duidelijk waarneembaar gedurende de 2de helft van de vorige eeuw. Tijdens graafwerken aan het eind van de jaren 1990, werden daar, met behulp van een metaaldetector, een aantal aloude pelgrim-insignes bovengehaald. Wetenschappelijk archeologisch onderzoek zou allicht enige opheldering brengen over de structuur en de bouw van het oorspronkelijke Gasthuis.

grondplan van het Gasthuis Ten Bunderen in de 14de eeuw, aan de hand van de beschrijving in het 'Jaer-Boek' van priorin A. De Wilde
Grondplan van het Gasthuis Ten Bunderen in de 14de eeuw, aan de hand van de beschrijving
ervan in het "'Jaer-boek" van priorin A. De Wilde (1781), getekend door Zr M.-P. Barbaix

De latere kloosterkroniek "Jaer-Boek" (1783) gaf wél een vrij gedetailleerde beschrijving van het Middeleeuwse gasthuis. De plattegrond omvatte 4, door primitieve bruggetjes met elkaar verbonden, "moten" (= omwalde stukken grond), met het eigenlijke opvanggebouw voor de pelgrims, het klooster, de kapel en kapelanij (vanaf 1330), de bijhorende hofstede-gebouwen (stal, schuur, hoenderhok), de boomgaard, een akker ("Bierkenland") en een kruiden- en moestuin. Het Gasthuis verwierf in de loop der eeuwen in de wijde omgeving tal van onroerende eigendommen (akkers, weiden, bossen, boerderijen, een visvijver, enz.). De opbrengst ervan werd gebruikt voor het eigen levensonderhoud en voor de gratis opvang van bedevaarders.

kaart van Mercator (1570)
Het "Bunder"- Gasthuis op een kaart van Mercator (1570)

Tijdens de periode van de Beeldenstorm werd het Gasthuis tot tweemaal toe (in 1566 en 1578) geplunderd en in brand gestoken. In 1578 weken de zusters definitief uit naar Rijsel en St.-Omaars. In 1587 keerden ze uit vrijwillige ballingschap terug en vestigden zich in Ieper. De "Bundernonnen" bleven de eigenaars van al de onroerende eigendommen van het Moorsleedse Gasthuis, die ze bij hun vlucht in 1578 in de steek moesten laten.

Halfweg de 19de eeuw was nog de wal die ooit rond het vernielde klooster stond
Halfweg de 19de eeuw bestond nog de wal die ooit rond het vernielde klooster stond
(de nrs 532-535 op de kadasterkaart van P.-C. Popp, 1856-60)

In die Ieperse periode (1587-1785) werd enkel de boerderij van het Gasthuis heropgebouwd en door de zusters in Ieper verpacht. Deze "Bunder-hoeve" was tot in de 19de eeuw herkenbaar aan de waterrijke wallen ("moten") errond en bleef op oude landkaarten, tot de 18de eeuw, steevast aangeduid als "Gasthuis ten Bunderen", hoewel het klooster voorgoed was verdween en de bedevaarders er geen onderkomen meer konden vinden.

plan van de Gasthuis-hoeve omstreeks 1783
plan van de Gasthuis-hoeve omstreeks 1783 (schets door Zr. Marie-Paul Barbaix)

De verhuisde communauteit van de zusters verbleef in Ieper op 4 opeenvolgende adressen tot ze, tijdens het Oostenrijks Bewind in 1783, door keizer Jozef II werd afgeschaft, en al haar bezittingen eigendom werden van de staat. Door de Franse revolutionaire bezetter werden alle roerende en onroerende eigendommen van Ten Bunderen verbeurdverklaard en als nationale goederen ("biens nationaux") beschouwd. Het zou één van de verdreven zusters zijn, Zr. Carolina Verhelst, die 2 jaar later (1785) inging op het verzoek van C. Maddens, de pastoor van Moorslede, om zijn armenschool bij de parochiekerk te leiden.

de aanhef van de verkoopsakte van de Gasthuis-hoeve (1800)
de aanhef van de verkoopsakte van de Gasthuis-hoeve uit 1800 (bron: Brugge, Rijksarchief)

Op Kerstdag van het jaar 1800 werd de "Gasthuishoeve" (met bijna 27 ha landbouwgrond) openbaar verkocht als "zwart goed" in Brugge, voor 25.900 (goud)francs. Pieter-Jozef Muylle, de eigenaar van de nabijgelegen barriere-herberg "De Meerlaan" in Beitem, kocht een groot deel op van de geconfisqueerde kloostergronden aan weerszijden van de Meensesteenweg, van aan de Meerlaan-wijk tot ongeveer aan de Kleppe (Dadizele). Sinds 1946 is de boerderij eigendom van de familie D’Hooghe. Sinds 1995 zijn dat Carlos D'Hooghe en zijn vrouw Marleen Nuytten.


In de wijde omgeving van "de Tuimelaere" strekten zich de meeste landerijen uit van de zusters,
met 1. De Gasthuis-hoeve en 2. De Bunderkruis-hoeve (Detail van de "Carte Marchande" van
L.-A. Dupuis, een uitgave voor het breder publiek van de Kabinetskaart van J. de Ferraris, 1771-78)

In de omgeving van het Gasthuis Ten Bunderen vormde zich een woonkern met hofsteden en kortwoningen. Zeker al in 1694 stond er een herberg "den Tuymelaere". De Ten Bunderenstraat (in de Middeleeuwen de "Molenweg" omdat die werd gebruikt voor granentransport naar de Asselmolen op de wijk St.-Pieter in Ledegem) was een lommerrijke laan die leidde naar Kruiskapel, aan de overkant van de Meensesteenweg. Het Gasthuis stond op de oostelijke uithoek van Moorslede, in de Tuimelare-wijk, maar sinds het einde van de 19de eeuw op het grondgebied van de parochie Beitem, waarvan men in de verte de St.-Godelievekerk ziet.

© Copyright 2007- . Alle rechten voorbehouden. Contact: E-mail