De Zusters van O.L.V.-ten-Bunderen (vanaf omstreeks het jaar 1269)
Moorslede 1269-1578
Frankrijk 1578-1587
Ieper 1587-1785
Moorslede 1785-2004
Zonnebeke 2004 -
varia

   Zoek op deze site met FreeFind

 

beluister ClassicFM NL tijdens het surfen, 126 K stereo ('Windows Media Player' vereist)

Mill Hill - de keuze voor Congo

koning Leopold II, die de Mill Hill missionarissen naar Congo lokte
koning Leopold II, die de Mill Hill Missionarissen naar Congo lokte

Koning Leopold II, die in 1885 door het Belgische Parlement de titel toegekend kreeg van "Soeverein van de Onafhankelijke Congostaat", wenste van meetaf aan dat de evangelisering in zijn Vrijstaat exclusief, of minstens zoveel mogelijk, werd toevertrouwd aan nationale (lees: Belgische) orden en congregaties. Het Belgisch episcopaat was het hiermee eens en stuurde in 1886 een verzoek in die zin aan het Vatikaan. In 1888 richtte paus Leo XIII het "Apostolisch Vicariaat van Congo Vrijstaat" op.

het klooster van Scheut in Anderlecht
het klooster van Scheut in Anderlecht

Zoals Leopold II hen persoonlijk had gevraagd kregen de Scheutisten de eind-verantwoordelijkheid van de missionering van Congo. Later zouden ook andere Belgische missionerende instituten, zoals de Belgische Jezuïeten en Trappisten, een eigen territorium verwerven binnen het Vicariaat.

contacten tussen Leopold II en Mill Hill

Leopold II maakte welbewust één uitzondering op het monopolie van de "nationale missies". Voor de bekering van Congo deed hij een uitdrukkelijk beroep op de Engelse katholieke missiecongregatie van seculiere priester van Mill Hill ("St. Joseph's Foreign Missionary Society"). Dit was géén willekeurige keuze. De Belgische koning en Mill Hill hadden meerdere contacten vooraf, en waren dus geen onbekenden voor elkaar.

de Leopold II-galerij in het mondaine kuuroord Spa
de Leopold II-galerij in het mondaine kuuroord Spa

1877 - Koning Leopold II - die het jaar voordien in Brussel de "Association Internationale Africaine" had opgericht en in 1877 omdoopte tot "Comité d'Etudes du Haut-Congo" (C.E.H.C.) - ontmoette per toeval bisschop H. Vaughan, de generale overste van Mill Hill, in het kuuroord van Spa. Het was altijd de ambitie geweest van Mgr Vaughan om te missioneren in zwart Afrika (eventueel via Afro-Amerikaanse priesters uit de Mill Hill-missie in de VS). Vaughan polste Leopold's plannen voor de kerstening van Centraal-Afrika en ging na of er hierbij hulp te verwachten was van Mill Hill. Maar het bleef allemaal wat vaag want Leopold II had nog niets ondernomen in Congo. Hij wachtte op de terugkeer van de Engelse ontdekkingsreiziger Henry Stanley, die van 1874 tot 1877 de loop van de Congostroom verkende.

de beroemde ontdekkingsreiziger H. M. Stanley
de ontdekkingsreiziger H. M. Stanley, belangrijke pion op het Congo-schaakbord van Leopold II

1878 - Bij zijn terugkeer werd de ontdekkingsreiziger Stanley door Leopold II uitgenodigd op het koninklijk paleis in Brussel. In opdracht van Leopold II ondernam Stanley het jaar daarop een 2de expeditie van 5 jaar om handelsposten op te richten en contracten af te sluiten met ruim 450 stamhoofden langs de Congostroom. Die contracten hielden in dat de plaatselijke chefs de soevereiniteit over hun gebied afstonden aan Leopold II. Stanley begon met de aanleg van een 200 km lange weg vanaf de monding van de Kongo-stroom tot Stanley Pool (nu Pool Malebo), vanwaar de stroom bevaarbaar werd. Daar stichtte hij in 1881 de belangrijke handelspost Leopoldstad, het huidige Kinshasa.

kaart van Midden-Afrika, 1885
kaart van Midden-Afrika, 1885

1884 - Stanley reisde naar Engeland om er o.m. in Manchester een toespraak te houden voor de "Geographical Society", waarvan bisschop H. Vaughan van Mill Hill vice-voorzitter was. Bij die gelegenheid hebben H. Stanley en H. Vaughan ongetwijfeld van gedachten gewisseld.

kardinaal Herbert Vaughan
kardinaal Herbert Vaughan

Kort na deze ontmoeting gingen Vaughan en Mill-Hill rector P. Benoit naar Brussel om met Leopold II te spreken over een missie in Midden-Afrika. In zijn verslag schreef P. Benoit dat alles nog veel te onduidelijk was. Bovendien gingen de gedachten van Mill Hill toen meer uit naar nieuwe missiegebieden in het Verre Oosten, m.n. in de Britse kolonie India (Madras).

de misstanden in Congo Vrijstaat

de Conferentie van Berlijn (1884-85)
de Conferentie van Berlijn (1884-85)

Op de internationale Conferentie van Berlijn in 1885 over de verdeling van de koloniale gebieden in Afrika werd de "Etat Indépendant Congolais" ("Onafhankelijke Congostaat", of ook "Congo Vrijstaat" genoemd) officiëel erkend als een soevereine staat en rechtstreeks toegewezen aan koning Leopold II (zelfs niet aanwezig op de Conferentie, maar wél vertegenwoordigd door Stanley!). Door de grootmachten - toen nog vooral Duitsland, Frankrijk en Engeland - tegen elkaar uit te spelen, wist Leopold II te bekomen dat hij "Congo Vrijstaat", een gebied zo groot als West-Europa in het hart van het zwarte continent als zijn persoonlijk bezit kon bezetten en exploiteren.

de geseling van een rubber-tapper, die de opgelegde quota niet haalde
de geseling van een rubber-tapper, die de opgelegde quota niet haalde

Koning Leopold II verdiende met Congo grof geld, dat hij deels aanwendde voor prestigieuze bouwwprojecten in ons land, o.m. in Brussel, Tervuren en Oostende. Hij liet de exploitatie van de natuurlijke rijkdommen (vooral ivoor en rubber) in zijn kolonie over aan enkele gepriviligieerde handelsmaatschappijen. Vooral de beruchte rubberonderneming ABIR ("Anglo-Belgian Indian Rubber Company"), met hoofdzetel in Basankusu, maakte enorme winsten in het bekken van de Lopori en Maringa-rivieren, in de Evenaarsstreek. De ABIR-agenten werden bijgestaan door leden van de "Force Publique" ("Weermacht"), officieel een soort politiemacht - bestaande uit overwegend huurlingen - om de orde te handhaven , maar in de praktijk om ervoor te zorgen dat voldoende voorraden rubber uit de bossen werden binnengehaald.

Om de productie-quota te verhogen werd de inheemse bevolking ongenadig uitgebuit. Men paste de meest onmenselijke en gruwelijke methoden toe zoals dwangarbeid, lijfstraffen (o.m. geseling), foltering, verminking (afkappen van handen), verkrachting en gijzeling van vrouwen, platbranden van dorpen, terechtstelling van weerbarstigen, enz. Volgens sommige historici zou, tussen 1885 en 1908, ongeveer de helft van de toenmalige bevolking in het kroondomein Congo omgekomen zijn door ziekten, honger, slavenhandel en de gewetenloze exploitatie van rubber en ivoor.

het dorp Baringa, platgebrand door de ABIR
het dorp Baringa, platgebrand door de ABIR-milities

Maar vanaf het begin van de 19de eeuw was er, niet alléén in België, maar ook en vooral in het buitenland toenemende kritiek op het in Congo gevoerde koloniale (wan)beleid en op de wreedaardige behandeling van de inlandse bevolking. Met name de terreur-methoden van de rubberonderneming ABIR in het Lopori-Maringa bekken lokten fel internationaal protest uit. Vooral in Engeland stonden de kranten en tijdschriften vol met alarmerende brieven, bloedstollende ooggetuigenverslagen en foto's van Engelse, Zweedse en Amerikaanse protestantse missionarissen over de misbruiken en gruwelen in de dichte bossen van Congo.

waarom koos Leopold II voor Mill Hill?

Leopold II bij de ingang van zijn Congo-Vrijstaat. Persoonlijke eigendom. Geen toegang voor filantropen. Engelse spotprent, 1906.
Leopold II bij de ingang van zijn Congo-Vrijstaat. "Persoonlijke eigendom.
Géén toegang voor filantropen
". Engelse spotprent, 1906.

Steeds meer in het nauw gedreven zocht koning Leopold II naar een uitweg. Hij kwam op het sluwe - maar achteraf bekeken weinig realistisch - idee om de hulp in te roepen van een Engelse katholieke missie-congregatie, die een afweermiddel moest vormen tegen wat hij noemde "een lasterlijke, tendentieuze en afgunstige anti-Congolese internationale perscampagne", geïnspireerd door Engelse protestantse zendelingen. Onwillekeurig gingen zijjn gedachten uit naar de Mill Hill Missionarissen, die ter plaatse in Congo Vrijstaat om het beste bewijs zouden leveren dat er van een terreurbewind geen sprake was en die hun stem in de Engelse pers zouden laten horen tegen eventuele aantijgingen. Zonder het te beseffen werden de MillHillers door Leopold II beschouwd als politieke pionnen om diens zwaar gehavende imago op te poetsen.

De katholieke krant "Le Journal de Bruxelles" legde later, in een artikel van 21 februari 1904, deze "verborgen agenda" van de Belgische vorst bloot:

"De paters van Mill Hill zijn Engelsen in merg en been (sic!), en zij zullen in hun land er niet van verdacht worden met ons samen te spannen ten nadele van Engeland... Met zelf de Congostaat voor de Engelse katholieke missionarissen te openen, schijnt de koning te zeggen: "Ik toon U Congo zoals het is; ga er zelf kijken en vertel uw land wat U gezien hebt". Dat is een mooi gebaar, een oprecht en kranig gebaar dat op zichzelf het mooiste antwoord betekent dat Zijn Majesteit aan geïnteresseerde laster kon geven... De Engelse missionarissen zullen in hun land zelf aan de soeverein van Congo eer bewijzen. Zij zullen alzo kostbare helpers van de waarheid zijn, zij zullen bijdragen tot de consolidatie van een oeuvre dat voor alles beschavend is en dat belaagd is door een samenzwering van schandelijke begeerten, die pogen het te compromitteren en dooreen te schudden".

Lago Maggiore, een meer in het grensgebied van Italië en Zwitserland.
zicht op het Lago Maggiore, een meer op de grens tussen Italië en Zwitserland.

1904 - Leopold II ontmoette de jezuïet Bernard Vaughan, broer van de overleden stichter Mill Hill-stichter kardinaal Vaughan, bij het Lago Maggiore in Zwitserland. De koning gaf zijn wens te kennen om enkele Mill Hill-missionarissen naar Congo te sturen. De pater beloofde om over de Congo-plannen van Leopold II te praten met Francis Henry, rector van het Mill Hill College in Londen.

kardinaal Francis Bourne, aartsbisschop van Westminster, opvolger van kardinaal Vaughan
kardinaal F. Bourne, aartsbisschop van Westminster, opvolger van kardinaal Vaughan

Op 10 mei was Francis Bourne, aartbisschop van Westminster en opvolger van kardinaal H. Vaughan, op bezoek in Brugge. In opdracht van de koning vroeg Léon de Béthune, Leopold II's raadsman in missie-aangelegenheden, aan Mgr Bourne om ervoor te zorgen dat Engelse missionarissen naar Congo werden gestuurd. De Béthune verzekerde de prelaat dat de overheid alle reis- en onderhoudskosten van de missionarissen zou dragen.

pater Bernard Vaughan, s.j.
pater Bernard Vaughan, s.j., de broer van kardinaal H. Vaughan.

Francis Henry, rector van het Mill Hill-College, stuurde op 28 mei een brief naar pater Vaughan en naar kardinaal Bourne waarin hij beloofde om, tegen october-november 1904, zes à acht missionarissen te zenden naar Congo en dit aantal jaar na jaar te versterken naargelang van de behoeften. Henry stelde wel twee voorafgaande voorwaarden:

  • een concreet schriftelijk voorstel over het beoogde missiegebied in Congo en over de jaarlijkse subsidie die de koning zal verlenen.
  • een toezegging van de H. Stoel aan Leopold II dat het missiegebied van Mill Hill na 2 jaar een onafhankelijke Apostolische Prefectuur wordt. Congo was toen nog, sinds 1988, één Apostolisch Vicariaat, onder de hoede van Scheut, met Mgr Van Ronslé als Apostolisch Vicaris.

het koninklijk chalet op de zeedijk van Oostende
het koninklijk chalet op de zeedijk van Oostende

Rector Henry ging in op de vraag van Leopold II voor een onderhoud op 14 juli in het koninklijk chalet in Oostende. Daar bespraken ze de plannen betreffende het missiewerk van Mill Hill in Congo. De koning noteerde hierbij het volgende

  • de Mill Hill-rector Henry was bereid om meteen, bij wijze van proef, missionarissen te sturen.
  • de MillHillers zouden zich vestigen in de buurt van protestantse missieposten, overal waar ze dat wensten. "Dat zal ons van de protestantse zendelingen afhelpen", zo stond te lezen in de koninklijke notities. Maar Mill Hill stond afwijzend tegenover dit voorstel en vroeg de koning om er in Rome voor te pleiten dat de MillHill-missionarissen na 3 jaar een eigen onafhankelijk missiegebied (met een eigen Apostolische Prefect) zouden krijgen.
  • er werd een jaarlijkse subsidie voorzien van 25.000 fr. Rector Henry zei niet te beschikken over geld om zélf de kosten te dekken, en dat die dus ten laste van de staat moesten zijn.

Francis Henry, rector van Mill Hill
Francis Henry, rector van Mill Hill

Op 22 augustus stuurde de secretaris-generaal van Buitenlandse Zaken (inclusief Congo Vrijstaat), Adolphe de Cuvelier, de tekst van een ontwerp-overeenkomst" naar Fr. Francis Henry (intussen gekozen tot generale overste van Mill Hill), met volgende schikkingen:

  • Aanvankelijk vertrekken 6 à 8 missionarissen. Ze gaan werken in een nog nader te bepalen missiegebied in Congo, onder de bestaande kerkelijke jurisdictie, d.w.z. dat ze afhangen van het Apostolisch Vicariaat Congo, met aan het hoofd de scheutist mgr Camille Van Ronslé. Mill Hill zal een eigen onafhankelijk missiegebied (Apostolische Prefectuur of Vicariaat) krijgen, van zodra de resultaten van de evangelisering dat nodig of nuttig maken. De regering zal hiervoor de nodige aanvragen doen bij de H. Stoel. Kennelijk heeft rector Henry zijn oorspronkelijke voorwaarde, nl na een vaste termijn van 2 jaar, laten varen. Die eigen prefectuur voor Mill Hill zal er overigens pas komen in 1927!

    de Congoboot Philippeville
    de Congoboot "Philippeville"

  • Opmerkelijk is de toezegging dat de Congostaat ALLE kosten op zich neemt voor de oprichting en het meubileren van de nodige gebouwen (woningen, kapellen, scholen, enz). Tot het moment dat die gebouwen ter beschikking worden gesteld, verschaft de staat huisvesting en onderhoud in zijn posten. Bovendien krijgen de Mill Hill-missionarissen gratis tickets én vervoer van bagage (een 40-tal koffers en kisten, afkomstig uit Mill Hill in Londen en uit het bijhuis in het Nederlandse Rosendaal) vanuit Antwerpen met de Congoboot "Philippeville", plus gratis binnenlands transport voor henzelf en voor hun bagage op de staatsboten van de Congostroom en zijn bijrivieren.
  • de regering zal erover waken dat de autoriteiten en de staatsambtenaren de missionarissen alle bijstand verlenen, die verenigbaar is met de noodwendigheden van de publieke diensten.
  • Er wordt 6.000 fr uitgetrokken voor de uitrusting van de Mill Hillers in de Congo Vrijstaat: tenten, beddengoed, dekens, eet- en keukengerei, emmers, waskommen en kannen, landbouw- en timmergerief, ligstoelen, stoelen, tafels, geneesmiddelen, waterfilters, lampen, lantaarns en 2 geweren... met kogels.
  • Voor algemene onderhoudskosten laat de Staat aan Mill Hill de keuze tussen een jaarlijkse globale forfaitaire subsidie (12.500 fr) ofwel een jaarlijkse toelage (2.500 fr) per missionaris (Eén frank van toen is - naar deze tijd omgerekend - te vermenigvuldigen met 200, dus 5 euro waard). Rector Henry wou zich niet binden aan vaste subsidie-bedragen en liet in het contract opnemen dat elk jaar in wederzijds overleg een subsidie-bedrag zou worden vastgesteld.

de 2 aangewezen missieposten (geel onderlijnd) voor de Mill Hill missionarissen
de 2 aangewezen missieposten (geel onderlijnd) voor de Mill Hill missionarissen

Op 9 november regelde Léon de Béthune een gesprek in Anderlecht tussen Francis Henry, de generale overste van Mill Hill, en diens ambtgenoot Adolf Van Hecke van de congregatie van Scheut. Ze spraken allebei af dat de eerste Mill Hill-Fathers zich zouden vestigen in 2 posten: te Bolobo, aan de Congostroom tussen Kwamouth en Lukolela (in het district van "Stanley Pool") en in Lulonga (in de "Lopori-Maringa" zone, in het Evenaarsdistrict). Verder waren ze allebei van oordeel dat het Mill Hill missiegebied, na 2 à 3 jaar, onafhankelijk zou worden van Scheut en verheven zou worden tot een eigen vicariaat of prefectuur. Vervolgens zonden ze allebei een verzoek naar het Vaticaan tot goedkeuring van het akkoord over de Mill Hill-missie in Congo Vrijstaat.

Op 25 november kwam er een gunstig antwoord uit Rome. De Prefect van de Congregatie voor de Verspreiding van het Geloof ging akkoord met de beide installatieplaatsen, maar behield zich het recht voor om zélf later te beslissen over een onafhankelijk statuut voor het missiegebied. Mill Hill besliste om, via België, een eerste karavaan van 7 missionarissen te zenden naar Congo. De ploeg bestond uit 2 Ieren (de overste Martin O'Grady, van Ierse afkomst, en Denis Lehane) en 5 Nederlanders (Michael Donson, Jan Oomen, Jan Meijers, Theodoor Van der Linden en Hendrik Verdegaal).

© Copyright 2007- . Alle rechten voorbehouden. Contact: E-mail