De Zusters van O.L.V.-ten-Bunderen (vanaf omstreeks het jaar 1269)
Moorslede 1269-1578
Frankrijk 1578-1587
Ieper 1587-1785
Moorslede 1785-2004
Zonnebeke 2004 -
varia

   Zoek op deze site met FreeFind

 

beluister ClassicFM NL tijdens het surfen, 126 K stereo ('Windows Media Player' vereist)

Het wekelijks kapittel

De romaanse kapittelzaal van de voormalige benedictijnerabdij van Fontfroide (Languedoc, Fr.)
De romaanse kapittelzaal van de voormalige benedictijnerabdij van Fontfroide (Languedoc, Fr.)

Er bestond in het middeleeuwse Gasthuis Ten Bunderen een overleg- en inspraakstructuur, die enkele kenmerken vertoonde van een hedendaagse "parlementaire democratie". Het gezag van de "meesteres" (= priores) binnen de communauteit was lang niet absoluut. De zusters beschikten dan wel niet, zoals in de grote kloosters en abdijen, over een aparte kapittelzaal. Toch kwamen ze elke week in kapittel bijeen, onder het voorzitterschap van de meesteres, zoals de statuten (1473) dat voorschreven: "Eens te weke zal de meestresse capitele houden met den zusteren om de zaken vanden hospitale te over ziene ende de mesdaden zijnder eeneghe onder hemleden te corrigierene ". Dat wekelijks kapittel had een zakelijk, religieus en disciplinair doel.

zakelijk-administratief

Benedictijnermonniken verzameld rond hun abt in de kapittelzaal. (Miniatuur. Kortrijk, Stedelijke Bibliotheek)
Benedictijnermonniken en hun abt in de kapittelzaal. (Miniatuur. Kortrijk, Stedelijke Bibliotheek)

Groepsgewijs werden in het kapittel allerlei aangelegenheden besproken betreffende het gasthuis. De priores gaf rekenschap aan de zusters van haar dagelijks beleid. Ze lichtte hen in over het administratief beheer van de roerende en onroerende eigendommen. De boekhouding (inkomsten en uitgaven) en de rekeningen werden ter goedkeuring voorgelegd. Kortom: in onderling overleg besliste de hele gemeenschap mee over alle belangrijke en minder belangrijke zaken.

religieus

Na enkele inleidend gemeenschappelijke gebeden, knielden de zusters één voor één voor de priores om ten overstaan van de hele gemeenschap spontaan hun zonden te belijden en een opsomming te geven van hun persoonlijke inbreuken op de 3 kloostergeloften (maagdelijkheid, gehoorzaamheid en armoede), op de Regel van St.-Augustinus en op de statuten. Na deze publieke schuldbelijdenis stond het iedereen vrij om een medezuster ervan te beschuldigen een of meer fouten te verzwijgen. Dit werd niet beschouwd als "verklikken" of "uit de biecht klappen", maar als een liefdevolle zusterlijke terechtwijziging. In zijn kloosterregel noemde de H. Augustinus deze goedbedoelde wederzijdse correctie trouwens een essentiële pijler van het gemeenschapsleven.

disciplinair

Schuldbelijdenis van een moniale. Miniatuur, 14de eeuw. Colmar, Stedelijke bibiotheek.
Schuldbelijdenis van een moniale. Miniatuur, 14de eeuw. (Colmar, Stedelijke bibiotheek)

Hierop legde de priores aangepaste straffen op voor de gedane misstappen. Het hedendaagse werkwoord "kapittelen" (= iemand ernstig de les lezen) is trouwens hiervan voortgekomen. Een straf werd niet enkel uitgevaardigd om de orde te handhaven en om verslapping van de kloosterdiscipline te voorkomen, maar ook en vooral om de gestrafte zuster(s) als voorbeeld te stellen voor andere leden van de communauteit, zodat deze laatsten wisten wat hen te wachten stond bij eenzelfde inbreuk.

De priores gaf een penitentie in verhouding tot de zwaarte van de begane fout(en). Voor het bepalen van de strafmaat hanteerde ze de bepaalde "tarieven", die werden voorgeschreven door de statuten van het Gasthuis ten Bunderen. Deze statuten onderscheidden grofweg 3 categorieën van overtredingen: lichte, zwaardere en zware. Allicht kijken we wat verbaasd op van de zware tuchtmaatregelen en de strenge straffen voor een ernstig vergrijp, maar we moeten die dan ook plaatsen in hun middeleeuwse context!

  1. lichte fouten.

    Detail van een schilderij (1578) in het Stedelijk Museum Hof van Busleyde in Mechelen.
    Twee ruziënde zusters. Detail schilderij (1578). Mechelen, Stedelijk Museum Hof van Busleyde.

    Tot deze categorie behoorde bijv. niet snel genoeg opstaan 's morgens; te laat komen in de refter, in de slaapzaal of in de kapel; zonder geldige reden het stilzwijgen doorbreken; klagen over het eten; interesse hebben voor wereldlijke zaken; onzorgvuldigheden begaan tijdens het werk; de pelgrims onbehoorlijk of onvriendelijk verzorgen; slordig omspringen met voorwerpen die het gasthuis toebehoren; een stuk vaatwerk breken; inslapen tijdens de mis of het getijdengebed; ruzie maken; liegen; achterklap; grof taalgebruik, enz.

    De straf voor deze lichte fouten was mild. In het Moorsleedse Gasthuis bestond ze uit één dag lang stilzwijgen en als voedsel kreeg de zondares die dag enkel brood, potage (= stamppot of soep) en bier. Zo staat hierover geschreven in de statuten:

    "waert zo dat eeneghe zustere den aermen qualic of wreedelic antierde beghecte verwete of andersins onghelic dade of van ander zusteren scande zeide of grote eeden zwoere gescil of ongenouchte maecte of ander voorleden mesdaet verwete of lueghenachtich bevonden ware die zal om dese ende ghelijcke zaken eenen dach silencie houden niet anders dan brood potage eten ende bierkin drinken".

  2. zwaardere fouten.

    Tot deze groep van zwaardere overtredingen behoorde o.m. het slaan en verwonden van een andere zuster; het ongehoorzaam zijn aan de meesteres; Het doorbreken van de strenge geheimhoudingsregel i.v.m. het kapittelberaad en de daar genomen beslissingen; het zonder toestemming weggeven of verkopen van goederen van het gasthuis; het voor zichzelf houden van geld of juwelen; het versturen of ontvangen van gesloten brieven zonder medeweten of toelating van de priores, e.d.

    Als straf moest de zuster tijdens de gemeenschappelijke maaltijden in de refter gedurende 3 dagen op de grond zitten en niets anders eten dan brood, potage en bier. De statuten formuleerden het zo:

    "Waert bi alzo dat eeneghe zustere eene andere sloughe in evelmoede (= gramschap) de meester of de meestresse overhorich (= ongehoorzaam) ware tsecreit (= geheim) vanden capitele verseide (= verklapte) Tgoet vanden hospitale zonder oorlof wechgave of vercochte ghelt of juweelen over haer eighen hilde. besloten brieven uutzonde of ontfinghe zonder oorlof die zal om dese ende ghelijcke zaken drie daghen lanc ter eerde zittende niet anders eten dan broot potaige ende bierkin drinken".

    Nog zwaardere zonden waren diefstal en vooral heimelijke omgang met een man. Daarop stond een lijfstraf, nl. een publieke geseling "met de plak en de roe" op de ontblote schouders tijdens het kapittel. Bovendien moest de betreffende zuster 40 dagen lang in de refter op de blote grond zitten met enkel brood, potagie en bier om zich te voeden. De statuten liegen er inderdaad niet om:

    "Bij also dat eeneghe zustere vleeschelic mesdade hemelic met eenen man of iet stole die zal openbaer discipline int capitele odmoedelic ontfaen ende daer naer xl daghen lanc in presencien vanden anderen zusteren beneden ter eerde zittende niet anders eten dan broot potaige ende bierkin drinken".

  3. zeer zware fouten.

    Detail van een schilderij (1578) in het Stedelijk Museum Hof van Busleyde in Mechelen.
    Detail van een schilderij (1578) in het Stedelijk Museum Hof van Busleyde in Mechelen.

    De zwaarste fout had een zuster bedreven die zwanger was na sexuele omgang met een man. Ook buiten het gasthuis gaan zonder religieuze kledij of het herhaaldelijk diefstal plegen (na 1 of meer verwittigingen) werden zéér zwaar aangerekend. Als straf werd deze zondares verbannen uit de gemeenschap en uit het gasthuis weggestuurd. De statuten zijn op dat punt onverbiddellijk: "Bij also dat eeneghe zustere kindt droughe ofte uut ghinge tabijt vanden hospitale openbarelic uut dede ende liete die zal men alseels (= alleszins) huten hospitale versteken (= verwijderen)".

    Niettemin ging deze strenge straf gepaard met een grote geest van liefde, begrip en vergevingsgezindheid. De deur bleef op een kier staan voor de zondige medezuster. Wanneer de verstotene tekenen van groot berouw toonde en voordien heel goed haar werk had gedaan kon de priores haar, onder bepaalde voorwaarden, laten terugkeren. De statuten zeggen hierover het volgende:

    "maer hadde ze groot berauwen vanden zonden ende ze zeer oorborelic ware om den aermen te antierene, de meestere of de meestresse zullen ze mueghen weder ontfaen in ontfaermicheden mids dat ze doen zal dese naervolde penitencie".

    Detail van een schilderij (1578) in het Stedelijk Museum Hof van Busleyde in Mechelen.
    Detail van een schilderij (1578) in het Stedelijk Museum Hof van Busleyde in Mechelen.

    Als penitentie (= boetedoening) moest de verdreven zuster

    • 40 dagen opgesloten worden in een kamertje (huisarrest!) en leven van het voedseloverschot van de andere zusters.
    • daarna nog eens 40 dagen tijdens de gemeenschappelijke maaltijden in de refter op de grond zitten en vasten op brood, potagie en bier.
    • in die periode 3 dagen per week het volledig stilzwijgen bewaren
    • vervolgens één jaar lang de laatste plaats bekleden in de rangorde.
    • tenslotte een bijkomende straf ondergaan van de bisschop van Doornik.

    Wanneer de bisschop uiteindelijk haar boetedoening aanvaardde en haar haar zonde vergaf was de verstoten zuster weer volwaardig lid van de religieuze gemeenschap. Wat zeggen de statuten hierover?

    "Te wetene dat ze xl daghen lanc zal ghevanghen bliven in eene camere besloten ende leven metter spise die den anderen zusteren over bliven ander xl daghen daer naer volghende zal eten in presencie vanden anderen zusteren beneden ter eerden zittende ende drie daghen de weke silencie houden ende niet anders eten dan broot potaige ende bierken drinken dit vulcommen zijnde ze zal een jaer lanc dachterste stede hebben (= de laatste plaats innemen) altoos behouden den biscop van dornike boven desen zijne punicie ende correctie up haer van zulke groote mesdaden".

buitengewone kapittels

Buiten de wekelijkse kapittels kwamen de zusters soms bij elkaar voor een buitengewone vergadering, o.m. om

  • zich te beraden over de aanvaarding van een kandidate, de inkleding van een novice, de aflegging van de eeuwige geloften van een nieuwe medezuster.
  • een belangrijke verkoop, aankoop of uitgave te bespreken.
  • een ernstig intern of extern meningsverschil uit te praten.
  • een opvolgster te kiezen voor een overleden meesteres (deze keuze moet aan de bisschop worden voorgelegd ter bekrachtiging).
  • een grondige herverdeling van taken in het gasthuis.

© Copyright 2007- . Alle rechten voorbehouden. Contact: E-mail